Bijdrage, geweigerd door NRC Handelsblad
Reageer (0)4-9-2009
"Justitie vervolgt AEL om spotprent Joden", kopt NRC Handelsblad (2 september 2009). Dat is tegelijk juist en onjuist. Het is onjuist omdat de Arabisch Europese Liga (AEL) - waar ik geen affiniteit mee heb - een principiële uitspraak van de rechter wil ontlokken over de vrijheid van meningsuiting. Wanneer de rechter van oordeel is dat in cartoons de heilige profeet Mohammed ongestraft beledigd mag worden, wil de AEL weten of een voor joden en andere bevolkingsgroepen gevoelig (maar niet heilig) onderwerp, de Holocaust, ontkend mag worden. Waar rechters in Nederland zich gewoonlijk sterk maken voor de vrijheid van meningsuiting, lijkt dit bij voorbaat een gewonnen zaak. Zeker is het echter niet.
De kop van het bericht is tegelijk juist. Het Openbaar Ministerie vervolgt de AEL om een, de Holocaust ogenschijnlijk ontkennende, spotprent. Het OM: De cartoon over de profeet Mohammed gaat over hem. Het OM vindt hem niet synoniem aan 'alle moslims'. In de AEL-cartoon worden alle Joden beschuldigd van het verzinsel van de Holocaust. Met deze redenering lijkt het OM alle moslims aan te rekenen dat zij Mohammed als hun meest heilige profeet beschouwen. Wanneer "de profeet Mohammed" vervangen zou worden door "Jezus", zal Christelijk Nederland dit het OM niet in dank afnemen. Het OM is zich er kennelijk niet van bewust dat moslims door deze formulering in hun diepste religieuze gevoelens zijn gekwetst.
Twee andere aspecten verdienen ook aandacht: de inhoud en betekenis van het begrip 'Holocaust' en de dreiging van een politiek proces.
Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog voltrok zich - na de Eerste Holocaust tegen de Armeniërs - de Tweede Holocaust. Al dan niet systematisch werden vermoord: homoseksuelen, Esperantisten, zigeuners, 'economisch onwaardigen', Russen, etnische Polen, gehandicapten, Jehova's getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, vakbondsleden, vrijmetselaars, communisten, Spaanse republikeinen, Serven, Quakers, mensen die zich verzetten tegen de nazi's en joden. Het Israëlische regiem en de pro-Israël lobbies buiten Israël benadrukken om politieke redenen uitsluitend het vreselijke lot van de joden. Door uitsluiting van alle anderen, zijn zij "de slachtoffers" en claimen het alleenrecht op de in Europa levende schuldgevoelens. Bijgevolg is in het collectieve bewustzijn in Europa en de Verenigde Staten de Holocaust tegenwoordig beperkt tot de joden, ten koste van alle andere groepen slachtoffers. Norman Finkelstein noemt dit fenomeen 'the Holocaust Industry'. Het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) sluit zich bij deze vertekening van de geschiedenis aan met de aangifte tegen de AEL. Een van de figuurtjes van de cartoon zegt, "kijkend naar het bergje beenderen: I don't think they are Jews." Dat zou een juiste constatering kunnen zijn.
Het CIDI en medestanders proberen regelmatig politieke processen uit te lokken. Ik werd twee keer aangeklaagd voor antisemitisme, steeds aangebracht door de strafpleiter 'Bram' Moszkowitz. De beschuldiging van antisemitisme draagt een zware lading. Beschuldigde wordt in feite gelijk gesteld aan de Nazi-beulen uit de Tweede Wereldoorlog. Beide keren werd de klacht geseponeerd. Medio januari van dit jaar waren de Tweede Kamerleden Van Bommel en Karabulut en ik weer aan de beurt (Paul en Witteman, 14 januari 2009). Dit keer beperkte de advocaat zich tot het dreigen met een aanklacht. Meer zat er kennelijk weer niet in.
De aangifte van het CIDI tegen de AEL vertoont alle trekken van het uitlokken van een politiek proces. De Holocaust, door Israël geïnterpreteerd als uniek voor joden, dient in Nederland langs juridische weg afgedwongen te worden. De taak van het OM is evenwel rechters in de gelegenheid te stellen een onafhankelijk oordeel te vellen over vermoedens van strafbare feiten. Door de AEL naar aanleiding van de aanklacht van het CIDI te vervolgen, wordt de Liga door het OM de gelegenheid geboden rechters te testen op hun bereidheid een politiek oordeel te vellen. Interessant is te zien of Nederlandse rechters deze gelegenheid zullen benutten of dat zij oordelen dat de vrijheid van meningsuiting voor alle Nederlanders geldt zonder aanzien des persoons.
Gretta Duisenberg, Amsterdam
