Inval in Gaza december 2008, door Dries van Agt
Reageer (0)gaza in nood
Op
27 december 2008, de dag na Kerstmis, viel het Israëlische leger de
Gazastrook aan. Binnen een paar minuten hadden Israëlische gevechtsvliegtuigen
dood en verderf gezaaid. Alleen al op de eerste dag van de oorlog werden
meer dan 200 Palestijnen gedood. Enkele confronterende foto’s die
toen zijn genomen, vindt u hier.
Het tv-programma Netwerk heeft tijdens de oorlog verschillende reportages
uitgezonden. Daarin komt ook de Nederlandse Johanne van Dijk voor, die in
de Gazastrook voor de VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA werkt. Hier vindt
u directe links naar deze interessante uitzendingen:
Netwerk
6 januari
Netwerk
7 januari
Netwerk
16 januari
Netwerk
23 januari
Een indringend interview van Sky News met de Noorse arts Mads Gilbert, die
tijdens de oorlog in Gaza was, kunt u hier
bekijken. Een video van The Guardian, met beelden van Palestijnse
kinderen die zijn gedood of verwond, vindt u hier.
Op 18 januari, toen Israël een eenzijdig staakt-het-vuren afkondigde,
had het Israëlische leger meer dan 1300 Palestijnen gedood. De VN-organisatie
OCHA meldde dat 412 kinderen en 110 vrouwen zijn gedood. Naar schatting
tweederde van de doden waren burgers. Meer dan 5000 Palestijnen zijn gewond
geraakt, veelal ernstig. Veel van de gewonden zijn voor de rest van hun
leven verminkt. Wie de belangrijkste feiten nog eens wil nalezen, kan ik
de OCHA-rapportage van 20
januari 2009 aanbevelen.
Aan Israëlische zijde vielen 13 doden, waaronder 10 militairen. Een
deel van hen is door eigen vuur gedood. Het zijn cijfers die de asymmetrie
van dit conflict illustreren: 100 dode Palestijnen, voor iedere dode Israëli.
Als je de aantallen dode burgers vergelijkt, is de asymmetrie nog schokkender,
ongeveer één op driehonderd!
Diverse media en mensenrechtenorganisaties hebben gemeld dat Israël
tijdens de oorlog onconventionele wapens heeft ingezet die onder de burgerbevolking
zeer ernstige verwondingen toebrengen. Bijvoorbeeld witte fosforbommen,
die gruwelijke brandwonden veroorzaken. Ook zijn er berichten dat het Israëlische
leger, net als tijdens de oorlog tegen Libanon (2006), clusterbommen heeft
gebruikt. In december 2008 hebben meer dan honderd landen een verdrag ondertekend
dat het gebruik daarvan verbiedt. In een interview
vertelde de Noorse arts Mads Gilbert, die in de Gazastrook werkt, over het
vreselijke leed dat de zogenaamde DIME wapens veroorzaken.
In tegenstelling tot wat Israëlische woordvoerders de buitenwereld
willen doen geloven, was de Israëlische aanval een oorlog tegen het
Palestijnse volk, geen chirurgische ingreep tegen Hamas. Afgezien van het
enorme aantal doden en gewonden heeft de aanval voor circa 2 miljard dollar
schade toegebracht aan de civiele infrastructuur in de Gazastrook. De Israëlische
krant Ha’aretz berichtte dat de bombardementen volgens schattingen
van onafhankelijke onderzoekers 4100 huizen, 1500 fabrieken en 20 moskeeën
hebben vernield. Daarnaast zijn wegen, ziekenhuizen en scholen beschadigd.
De wederopbouw zal jaren duren. Die zal overigens pas kunnen beginnen wanneer
Israël de grenzen opent voor meer dan voedsel en medikamenten.
Als rechtvaardiging voor de aanvallen voerde de Israëlische regering
aan dat Hamas raketten op Israël afvuurt. Maar aan deze raketbeschietingen
was door een bestand, dat in juni 2008 was gesloten, vrijwel een einde gekomen.
Het was Israël dat dit bestand in november verbrak door een militaire
aanval in Gaza waarbij zes Hamas-strijders werden gedood. Daarna voelde
Hamas zich niet langer gebonden aan het staakt-het-vuren en hervatte het
de raketbeschietingen.
Een tweede belangrijke reden waarom Hamas niets in verlenging van het bestand
zag, was dat Israël een andere bestandsafspraak had geschonden: het
had de wurgende blokkade van Gaza niet versoepeld, laat staan beëindigd.
Dit gedrag wekt het vermoeden dat de Israëlische regering uit was op
een militaire confrontatie met Hamas. Te meer omdat de aanval al maanden
van te voren is gepland, zoals de Israëlische krant Ha’aretz
berichtte.
In ieder geval heeft de Israëlische aanval volstrekt disproportionele
vormen aangenomen. Door de Palestijnse raketaanvallen waren er tussen 2004
en december 2008 ongeveer 15 Israëlische slachtoffers te betreuren.
Alleen al op de eerste dag van de oorlog in Gaza heeft Israël meer
dan tien keer zoveel Palestijnen gedood. Doden die zijn gevoegd bij de meer
dan 1200 Palestijnen uit Gaza, die Israël tussen 2005 en 2008 al had
omgebracht.
Reacties
De reacties van Westerse leiders waren ronduit stuitend. Het Israëlische
mantra dat het om zelfverdediging ging en uitsluitend Hamas verantwoordelijk
is voor het bloedvergieten, werd klakkeloos overgenomen. Ook de Nederlandse
regering liet het afweten. Terwijl keer op keer werd benadrukt hoe verwerpelijk
de raketbeschietingen zijn, weigerde de regering om Israël te veroordelen
voor de enorme verwoestingen in Gaza en de honderden Palestijnse burgerdoden.
Ook weigerde zij om het Nederlandse standpunt te herzien met betrekking
tot de uitbreiding van de Europese samenwerking met Israël. Op 16 juni
j.l. hadden de EU-leiders besloten dat Israël nog
meer Europese voorrechten zou krijgen dan het al heeft. De
afspraken met Israël bieden de EU de mogelijkheid om het verlenen van
deze priviliges op te schorten, wanneer Israël de mensenrechten schendt.
Maar daar wil onze Minister van Buitenlandse Zaken, voorvechter van de mensenrechten,
niets van weten. Op 7 januari j.l. schreef Minister Verhagen aan de Tweede
Kamer: “De gang van zaken omtrent Gaza noopt naar het oordeel van
de regering niet tot een herziening van het EU-standpunt over de verdieping
van de betrekkingen van Israël met de EU in het kader van het Europees
Nabuurschapsbeleid. Nederland is niet van mening dat Israël overgegaan
is tot handelingen die nopen tot bestraffing of sanctionering.” Met
andere woorden: Israël heeft een vrijbrief om door te gaan met grootschalige
geweldpleging.
Gelukkig gaan er elders steeds meer kritische stemmen op. De Human Rights
Council van de VN nam op 12 januari een resolutie aan waarin Israël
van ernstige mensenrechtenschendingen werd beschuldigd. De Council stelde
een fact finding missie in die het Israëlische optreden gaat onderzoeken.
De VN-Mensenrechtenrapporteur Richard Falk verweet Israël dat het “misdaden
tegen de menselijkheid” begaat en riep het Internationaal Strafhof
op om vast te stellen of Israëlische politici en militairen wegens
de blokkade van de Gazastrook aangeklaagd en vervolgd kunnen worden voor
schendingen van het internationale strafrecht. Falk was ook ondertekenaar
van een krachtige
oproep die in de Britse krant The Sunday Times verscheen.
Navi Pillay, de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de VN, riep op tot
een “geloofwaardig, onafhankelijk en transparant” onderzoek
naar schendingen van het humanitair oorlogsrecht. Een aanval
in de wijk Zeitoun waarbij Israël meer dan 20 burgers doodde, waaronder
9 kinderen en 7 vrouwen, had volgens haar “alle elementen van oorlogsmisdaden”.
Daarmee liet zij zich in vergelijkbare bewoordingen uit als aartsbisschop
Desmond Tutu. Deze Nobelprijswinnaar van de Vrede had al op 28 december
gezegd dat het Israëlische bombardement alle kenmerken heeft van oorlogsmisdaden.
De VN-organisatie OCHA
berichtte in haar wekelijkse rapportage van 8
januari 2009 over de verschrikkingen in Zeitoun: “There
has been extensive destruction and many deaths reported in the Zeitun neighbourhood,
south of Gaza city by IDF attacks. From 3 to 7 January, the IDF prevented
medical teams from entering the area to evacuate the wounded. In of the
one gravest incidents since the beginning of operations, according to several
testimonies, on 4 January Israeli foot-soldiers evacuated approximately
110 Palestinians into a single-residence house in Zeitun (half of whom were
children), warning them to stay indoors. Twenty-four hours later, Israeli
forces shelled the home repeatedly, killing approximately thirty. Those
who survived and were able, walked two kilometres to Salah Ed Din road before
being transported to the hospital in civilian vehicles. Three children,
the youngest of whom was five months old, died upon arrival at the hospital.”
Het enorme burgerleed en de Israëlische aanvallen op gebouwen van de
VN zetten kwaad bloed bij VN-Secretaris Generaal Ban Ki-moon. Tijdens zijn
bezoek aan de Gazastrook zei Ban op 20 januari: “I have seen only
a fraction of the damage. This is shocking and alarming. These are heartbreaking
scenes. I am deeply grieved by what I have seen today … We need to
restore a basic respect for civilians. Where civilians have been killed,
there has to be a thorough investigation, full explanations and, where it
is required, accountability.”
Ban eiste een onderzoek naar “diverse incidenten van stuitende aanvallen
op VN-faciliteiten”. Een van deze aanvallen trof het hoofdkwartier
van de VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA. Een fosforbom die daar ontplofte
veroorzaakte brand in een opslagloods. Grote hoeveelheden hulpgoederen gingen
in rook op. Beelden van deze aanval en bombardementen van andere faciliteiten
van UNRWA, waaronder een school, kunt u hier
bekijken.
Amnesty International heeft Israël wegens het gebruik van witte fosforbommen
in dichtbevolkte gebieden beschuldigd van het plegen van oorlogsmisdaden.
In Israël lanceerden anonieme mensenrechtenactivisten een opmerkelijke
website met informatie over misdaden waarvoor Israëlische
politieke leiders en legerofficieren verantwoordelijk zouden zijn. Bezoekers
van de website worden gestimuleerd om informatie te verstrekken aan het
Internationaal Strafhof in Den Haag. Als u op de website naar beneden scrollt,
kunt u de diverse personen aanklikken.
Meer weten?
Mocht u meer willen weten, kan ik u de volgende documenten aanbevelen:
- een
analyse van
de Israëlische mensenrechtenorganisatie Israeli Committee Against House
Demolitions
- een analyse van
de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq over de juridische aspecten
van de Israëlische aanval op de Gazastrook
-
een standpuntbepaling
van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Gisha over de illegaliteit
van de afsluiting van de Gazastrook
- de verklaring
van de VN-mensenrechtenrapporteur Richard Falk aan de Human Rights Council
van de VN
- het
rapport
“The Gaza Strip: A Humanitarian Implosion” van
Europese ontwikkelingsorganisaties
Ook wil ik u wijzen op veel bijzondere artikelen over Gaza, die onlangs zijn toegevoegd op de pagina artikelen.
Op het internet
bieden de volgende websites actuele informatie:
- de zeer informatieve website van de VN-organisatie OCHA
- een speciale blog over Gaza van diverse
Israëlische mensenrechtenorganisaties
- de website van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al
Mezan, gevestigd in Gaza
- de website van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Palestinian
Center for Human Rights, gevestigd in Gaza
- de website van het Internationale
Rode Kruis
- de website van Human
Rights Watch
- de blog van de Palestijnse journalist Sameh
Habeeb uit Gaza
- de website van de Britse krant The
Guardian
Helpen?
Indien u wilt helpen, kunt u de VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA
steunen. UNRWA speelt een centrale rol in Gaza. 750.000 Gazanen (de helft
van de lokale bevolking) zijn van voedselhulp van UNRWA afhankelijk. 200.000
kinderen gaan naar 221 UNRWA-scholen. 18 klinieken worden door UNRWA beheerd.
Nu heeft UNRWA uw hulp nodig. Klik hier
voor meer informatie.
Een andere
organisatie die uw steun nodig heeft is Kifaia, een Nederlandse stichting
die Operation Humanity Gaza heeft gelanceerd. Het geld dat via deze actie
wordt ingezameld gaat naar de Israëlische mensenrechtenorganisatie
Physicians for Human Rights die er hulpgoederen voor koopt en ervoor zorgt
dat die in Gaza terecht komen. Download hier
de flyer van deze actie.
Hieronder volgt achtergrondinformatie over de situatie in en rond Gaza.
Achtergrond
De Gazastrook ligt in een zuidwestelijke uithoek van het voormalige mandaatgebied
Palestina. In het noorden en oosten grenst de strook aan Israël, in
het zuiden aan Egypte, in het westen aan de Middellandse zee. Op deze strook,
41 kilometer lang, tussen de 6 en 12 kilometer breed en slechts 360 vierkante
kilometer groot, wonen bijna anderhalf miljoen Palestijnen. De meesten van
hen zijn in de jaren 1947 tot 1949 zijn gevlucht of verdreven (uit het land
waarvan de nieuwe staat Israël zich toen meester maakte) en hun nakomelingen.
Gaza is een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld. Er heerst een schrikbarende
werkloosheid en diepe armoede; bijna 80 procent van de Gazanen leeft onder
de armoedegrens.
Sinds het Israëlische leger in 1967 de Gazastrook bezette, is de bevolking in steeds diepere miserie terecht gekomen. De infrastructuur van het gebied is zo deplorabel dat er van economische ontwikkeling geen sprake kan zijn. Met Nederlandse hulp is in het midden van de jaren negentig begonnen met de aanleg van een zeehaven. Bovendien werd met steun van de Europese Unie begonnen met de bouw van een luchthaven. Maar beide bouwwerken zijn door de Israëlische luchtmacht aan flarden geschoten, zonder dat Israël voor de schade aansprakelijk is gehouden.
Tuinbouw is in de Gazastrook nog de enige bedrijvigheid van belang, ondanks de schaarste aan water. Maar ook met de tuinbouw gaat het slecht doordat de producten maar moeilijk geëxporteerd kunnen worden: over zee helemaal niet, over land alleen wanneer de Israëlische grenswachten de grens ervoor openen en de vracht zonder nodeloos oponthoud laten passeren.
Houdgreep
Gaza is aan alle kanten ingesloten. De Israëlische marine bewaakt de
zeegrens, terwijl de landgrenzen helemaal zijn omheind. Er zijn twee doorlaatposten
aan de oostkant en één post aan de zuidkant. Zelfs die laatste,
de verbinding met Egypte, staat feitelijk onder Israëlisch toezicht.
De Gazanen zijn voor de voorziening van bijna alle benodigdheden, zelfs
van essentiële levensbehoefte, aangewezen op invoer van buitenaf. Ze
zijn dus op genade en ongenade aan de Israëliërs overgeleverd.
De omknelling van Gaza, die volgens de Israëlische journaliste Amira Hass al in 1991 is begonnen, is in de loop der jaren steeds strakker geworden. Vooral in en na 2005. In augustus van dat jaar ontruimde het Israëlische leger de in de strook gevestigde nederzettingen en werden de legeronderdelen verplaatst naar posities om Gaza heen. Het gebied veranderde toen in een openluchtgevangenis, waarvan de hekken zo nu en dan werden geopend. De situatie werd nog nijpender nadat in januari 2006 Hamas de Palestijnse parlementsverkiezingen had gewonnen. Israël begon toen de toevoer van voedsel en andere vitale goederen af te knijpen. Nog erger werd het in juni 2007, nadat Hamas de plaatselijke Fatah-milities had verjaagd.
Oplopende voedseltekorten maakten meer en meer burgers afhankelijk van hulp door internationale organisaties. United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) kreeg te maken met 860.000 mensen in voedselnood en World Food Program met 340.000. Van iedere vijf Gazanen zijn er nu vier afhankelijk geworden van voedselhulp!
Internationaal
recht
Door aldus te handelen pleegt Israël een ernstige inbreuk op het internationaal
recht. De Vierde Conventie van Genève, waaraan ook Israël zich
heeft gebonden, zegt in art. 55: “... the Occupying Power has the
duty of ensuring the food and medical supplies of the population; it should
in particular bring in the necessary foodstuffs, medical stores and other
articles if the resources of the occupied territory are inadequate”.
Israël probeert het verwijt dat het blijkbaar lak heeft aan het internationaal recht te pareren door te stellen dat het geen bezettende mogendheid is, zeker niet na de ontmanteling van nederzettingen in augustus 2005. Maar dit verweer vindt nergens bijval. Israël houdt Gaza volledig in zijn macht: door de opsluiting, zelfs aan de zeezijde, en door dag en nacht te vliegen boven het gebied, om toezicht uit te oefenen en om naar eigen goeddunken bombardementen en beschietingen uit te voeren. Ook al is er geen permanente Israëlische presentie meer binnen Gaza, de cipier bewaakt de gevangenis met een ijzeren vuist.
Ook stellen de Israëlische autoriteiten dat er ondanks de scherpe grensbewaking nog genoeg voedsel en genoeg onmisbare goederen als medicamenten binnenkomen. Maar eind december 2007 rapporteerde het Internationale Rode Kruis dat de hulp die de inwoners van Gaza nog kunnen krijgen “genoeg is om in leven te blijven maar niet genoeg om te leven” . Alarmsignalen werden ook uitgezonden door UNRWA en World Food Program.
Totale
afsluiting
Op 18 januari 2008 werden de grensovergangen naar en van Israël hermetisch
gesloten, ook voor voedsel en medicijnen en voor dieselolie. Twee dagen
later kwam de enige energiecentrale die Gaza heeft tot stilstand. De gezondheidszorg
in ziekenhuizen kwam in acuut gevaar doordat er nog nauwelijks brandstof
was voor generatoren. Gelukkig lieten uitingen van verontwaardiging hierover
niet op zich wachten. De westers gezinde premier van Libanon Fouad Siniora
pakte uit tegen Israëls “klinkklare schending van mensenrechten”.
Ook de Europese Unie uitte kritiek. De Europese Commissaris voor Externe
Betrekkingen gaf een verklaring uit die zich uitsprak “tegen deze
collectieve bestraffing van de bevolking van Gaza”. Van VN zijde werd
gewaarschuwd dat de voedselhulp opgeschort zou moeten worden als de grens
dicht zou blijven.
Maar protest stak ook op in Israël zelf. Een coalitie van Israëlische organisaties voor vrede en mensenrechten keerde zich in een gezamenlijke verklaring tegen het afsnijden van “vital supplies of electricity and fuel (and therefore water, since the pumps cannot work) as well as essential foodstuffs, medicines and other humanitarian supplies to the civilian population of Gaza. Such an action constitutes a clear and unequivocal crime against humanity”. De verklaring wees erop dat Prof. John Dugard, de VN rapporteur voor mensenrechten in de Palestijnse gebieden, de Israëlische acties heeft gekwalificeerd als ernstige oorlogsmisdaden waarvoor politieke en militaire overheidsfunctionarissen vervolgd en bestraft behoren te worden. Het besluit van de regering van Israël, aldus de verklaring, om de burgerbevolking van Gaza te straffen komt neer op staatsterrorisme.
Onder zoveel druk bond Israël een beetje in. De grens ging op een kier open. Kort nadien brak een vloed van honderdduizenden Gazanen door de stalen en betonnen grensbarrière in het zuiden en stroomde Egypte binnen om daar inkopen te doen.
Raketbeschietingen
In de westerse media, bijgevolg ook in de publieke opinie in ons deel van
de wereld, klinkt de stellige bewering van Israël door dat de repressieve
maatregelen, in en jegens Gaza genomen, een passend antwoord zijn op de
raketbeschietingen op het stadje Sderot en omgeving door Palestijnse militanten.
Die bewering is tweevoudig onjuist. Ten eerste vormen de door Israël uitgevoerde acties niet louter een antwoord op eerder Palestijns geweld en ten tweede is dit “antwoord” niet passend. De beknelling van Gaza werd al onrustbarend in het begin van 2006, nadat Hamas de verkiezingen had gewonnen. In die tijd namen de Palestijnen al een jaar lang een eenzijdig bestand in acht. Ook radicale splintergroepen hielden zich daar ongeveer aan, ook al ging het Israëlisch leger door met geweldadigheden. De druk uit de bevolking om het voortgaan van het Israëlisch geweld te vergelden werd echter ondraaglijk toen op het strand van Gaza een heel gezin door een tankgranaat werd omgebracht. Daarop zegde Hamas het bestand op. Militanten ontvoerden vervolgens de Isräelische korporaal Shalit. Israël reageerde op deze ontvoering met zware represailles, waaronder een bombardement op de energiecentrale, en hevige raids in de Gazastrook. In het vroege najaar hervatte Hamas het bestand, terwijl Israël militaire acties bleef uitvoeren. Raketbeschietingen op naburig Israëlisch gebied kwamen in die periode wel voor, maar die waren sporadisch en richtten weinig schade aan.
Totdat een zwaar Israëlisch bombardement een waar bloedbad teweeg bracht in de Palestijnse plaats Beit Hanoun: 53 doden. Toen maakte Hamas opnieuw een einde aan het eenzijdige bestand. De raketbeschietingen verhevigden. In de week voorafgaande aan de totale grenssluiting op 18 januari 2008 kreeg Sderot zelfs een regen van beschietingen te verduren.
Het spreekt vanzelf dat Israël het volle recht heeft zich hiertegen te verweren. Maar de acties van Palestijnse militanten, óók strijdig met het internationale recht, hebben - zoals gezegd - een voorgeschiedenis van Israëlische knevelarij en geweldpleging. Het is geen eerlijke geschiedschrijving om oorzaak en gevolg om te draaien. Het is evenmin eerlijk om onvermeld te laten dat Hamas, nadat in maart 2007 een Palestijnse eenheidsregering van Hamas met Fatah was gevormd, aan Israël een tienjarig (uiteraard tweezijdig) bestand heeft aangeboden - hetgeen neerkwam op feitelijke erkenning van de staat Israël binnen de grenzen van voor 1967 - maar dat Israël op dat aanbod nooit heeft gereageerd.
Het optreden door Israël is bovendien volstrekt disproportioneel. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem hebben de beschietingen op de Sderot en omstreken tussen 2004 en 2008 aan 13 Israëliërs het leven gekost. Geen misverstand, dat zijn even zovele mensenleven te veel. Maar aan Palestijnse zijde zijn er, aldus het hoofd van de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet, alleen al in 2006 en 2007 meer dan 800 mensen gedood, onder wie honderden burgers. In het Israëlische dagblad Ha’aretz schreef de Israëlische journalist Gideon Levy op 21 januari 2008 over “the daily mass killing in Gaza”.Bezoek voor meer actuele informatie over de situatie in de Gazastrook de volgende websites:
- de website van journalist Mohammed Omer
- de weblog van Laila el Haddad, een Palestijnse journaliste uit de Gazastrook die voor diverse internationale media werkt
- de website van de Palestinian International Campaign To End The Siege On Gaza
- de website van de Free Gaza Movement
Om de gevolgen van de afsluiting en belegering van de Gazastrook op de burgerbevolking onder de aandacht te brengen, publiceert de Palestinian Centre for Human Rights de serie Narratives under Siege over het leven van Gazaanse burgers.
Bron
