Meer boycotacties Israël
Reageer (0)26-11-2011
The Pixies zeiden in juni hun concert in Tel Aviv af, in Nederland cancelde de VNG een conferentie met Israëlische burgemeesters. Een culturele en economische boycot van Israël lijkt steeds meer van de grond te komen.
The Pixies zeiden in juni hun eerste
optreden in Tel Aviv af. Ze waren de hoofdact in een muziekfestival. De
afzegging kwam kort nadat het Israëlische leger een Turkse vloot met
hulpgoederen voor Gaza met geweld tegenhield met als gevolg 8
doden.Eerder zei actrice Meg Ryan haar bezoek aan een filmestival in
Jeruzalem af, hoewel ze niet expliciet naar de Israëlische
bezettingspolitiek verwees. In eigen land weigerde de VNG in september
een delegatie van Israëlische burgemeesters. Een aantal burgemeester was
afkomstig van de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.
'Omdat de Israëlische nederzettingen een van de grootste strijdpunten
tussen Israël en Palestina vormen en op dit moment ook in de
onderhandelingen tussen Israël en Palestina worden besproken, zou de VNG
in het conflict worden betrokken door aan een dergelijk werkbezoek mee
te werken’, verklaarde de VNG in een persbericht. De VNG zou in oktober
een studiereis organiseren voor deze Israëlische bestuurders. De
reis, gesponsord door de Amerikaans-joodse organisatie Joint
Distribution Committee, werd afgeblazen. De actie van de VNG leidde tot
uiteenlopende reacties, van goed- tot afkeurende, en PVV-vragen aan
toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Verhagen. Het Israëlische
ministerie van Buitenlandse Zaken veroordeelde dit 'nutteloze beleid'
vande VNG. De Israëlische vredesbeweging Gush Shalom raadde, volgens NRC Handelsblad, premier
Benjamin Netanyahu aan 'dit teken aan de wand' serieus te nemen, omdat
Nederland geldt als een van de grootste vrienden van Israël.
Russel Tribunal on Palestine
Steeds meer is het vizier van hen die zich keren tegen het
nederzettingen- en bezettingbeleid van Israël gericht op de geldstroom
die een dergelijk beleid mogelijk maakt. Dit was dan ook het thema van
de tweede editie van het Russel Tribunal on Palestine (RToP) die duurde
van 20 tot 23 november in Londen. Het Tribunaal is een burgerbeweging
dat in 2009 is opgericht om, in de vorm van een rechtszaak, te wijzen op
de medeverantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap in het
voortduren van de schending van de Palestijnse rechten door Israël.
Begin dit jaar kwam de rol van de Europese Unie aan de orde, deze keer
focuste het Tribunaal zich op de rol van bedrijven en banken in het
Israëlisch-Palestijnse conflict. Eén van de bedrijven die onder de loep
werd genomen, was Dexia, een Frans-Belgische organisatie. Dexia
financiert via haar dochteronderneming Dexia Israël, 57 illegale
Israëlische kolonies op de
Westelijke Jordaanoever, Palestijns grondgebied. De bank beschikt over 3/4 van de aandelen van Dexia Israël. Het Tribunaal oordeelde
dat Dexia door de financiering medeplichtig is aan schendingen van het
internationaal recht door Israël. Dit oordeel velde het Tribunaal ook
over bijvoorbeeld G4S, een Brits-Deense multinational dat scanapparatuur
levert aan militaire checkpoints in de Westelijke Jordaanoever en die
zich bevinden langs de illegaal gebouwde muur. En Caterpillar die de
bulldozers levert waarmee Israël huizen van Palestijnen sloopt, de muur
en nederzettingen bouwt.
Boycot
Al jaren wordt er gesproken over een economische en culturele
boycot van Israël met verwijzing naar het succes daarvan in Zuid-Afrika.
Naomi Klein, publiciste met een joodse achtergrond, pleitte onder meer
in the Guardian voor een boycot als strategie wanneer
demonstratie en petities falen in hun uitwerking. 'The best strategy to
end the increasingly bloody occupation is for Israel to become the
target of the kind of global movement that put an end to apartheid in
South Africa.'
Het Russell Tribunal on Palestine toonde zich ook voorstander van een
dergelijke boycot. In de slotverklaring wijst het Tribunaal naar het
ondersteunen van BDS-acties, the Boycott, Divestment and
Sanctions-campaign. BDS is het resultaat van een oproep van 150
Palestijnse groeperingen in 2005 tot boycot. Deze oproep kwam een jaar
na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof dat de Muur
opgetrokken tussen Israël en bezet gebied, evenals het
nederzettingenbeleid, in strijd is met het internationale recht.
Actiegroepen
In Nederland vinden er verschillende kleine prikacties
plaats in het kader van BDS-acties. Zoals een paar maanden geleden bij
de Albert Heijn in Maarssen. Actiegroepen richtten zich ook op het
pensioenfonds Zorg en Welzijn dat € 97 miljard groot is. In aanloop tot
de RToP zei PFZW-voorzitter Hans Alders, zo meldt Vrij Nederland, dat
het PFZW-bestuur 'diep bezorgd' is over het voortdurende conflict
tussen Israël en Palestina. Het pensioenfonds investeerde à € 323
miljoen in 13 bedrijven die op een of andere manier bijdragen aan de
voortzetting van het nederzettingenbeleid van Israël. Deze zomer trok
het fonds voor een groot deel zijn investeringen terug. Echter niet
vanwege ethische overwegingen, aldus het fonds, maar omdat het Israël
niet meer als een ontwikkelingsland ziet en de 'benchmark' vraagt dat
het fonds alleen nog investeert in grote tot zeer grote bedrijven, aldus
Vrij Nederland. Saskia Müller, onderzoekster naar PFZW, reageert in hetzelfde VN-artikel
wat lacherig op deze reactie van het fonds: 'Dat zeggen grote
pensioenfondsen wel vaker. Alleen de Noren meldden eerder dit jaar
eerlijk dat ze om ethische redenen stopten met Elbit Systems.'
Het Europese Hof
In NRC Handelsblad pleitten o.a. Dries van Agt (CDA),
Laurens Jan Brinkhorst (D66) en Hans van den Broek (CDA) in een
opinieartikel d.d. 22/11/10 voor een pro-actieve opstelling van de
Europese Unie (EU), niet alleen in woord, maar ook in daad gebaseerd op
het internationaal recht. De EU zou zelfs consequenties moeten verbinden
aan de voortgaande schending daarvan. Een gecoördineerde EU-boycot
zoals in het verleden tegen Zuid-Afrika is ondernomen, zit er echter
voorlopig niet in.
Daarvoor
zou het EU-associatieverdrag met Israël opgezegd moeten worden.
Hiervoor staan de historische c.q. emotionele banden die de EU met
Israël onderhoudt voorlopig nog in de weg. Het Europese Hof van
Justitie oordeelde echter in februari 2010 wél dat goederen, die door
Israëlische bedrijven in de Palestijnse bezette gebieden worden
geproduceerd, niet meer in aanmerking komen voor vrijstelling van
invoerrechten bij de invoer in de EU. De Duitse drankenfabrikant Brita
GmbH met een afdeling in Israël en een fabriek in bezet gebied maakte
gebruik van deze EU-regeling. '[Israëlische] producten van oorsprong uit
de Westelijke Jordaanoever, vallen niet binnen de territoriale
werkingssfeer van de overeenkomst tussen de EU en Israël en komen
derhalve niet in aanmerking voor een preferentiële behandeling in het
kader van die overeenkomst', verklaarde het Europese Hof.
