Stop de bezetting van palestina

Stop de bezetting
 Vrienden:
  1831 X
 Tegenstanders:
  127 X

Gaza: de oorlog om beelden en woorden

Reageer (0)

door Korneel De Rynck




23-11-2009
In deze paper richt ik me op de relatie tussen de media en de recente Gaza-oorlog. Ze duurde slechts 22 dagen, van 27 december 2008 tot 17 januari 2009, maar was enorm krachtig en volgens Time het ‘world’s most reported conflict’.
Ik wil een algemeen beeld geven van de Israëlische, Arabische én westerse media, in de eerste plaats televisieverslaggeving. Dat ruime perspectief hanteer ik om twee redenen. Ten eerste omdat er een grote verwevenheid zit tussen die media. Simon Cottle zegt in zijn boek terecht: ‘In an increasingly interconnected and politically interdependent world, the battle for hearts and minds can be conducted on different media fronts.’ Ten aanzien van de eigen bevolking, de vijandige bevolking en de internationale gemeenschap. En dat voor iedere partij. Ten tweede. Door zo flexibel om te springen met de afbakening kan ik duidelijk maken hoezeer er in het geval van Gaza zeer vele theoretische topoi samenkomen die volgens communicatiewetenschappers typisch zijn voor de rol van media in en haar berichtgeving over oorlog: ‘framing’, propaganda, het paradigma van de ‘manufacturing consent’, beelden en terminologie, dramatiek en simplisme, creatie van vijandbeelden, censuur, geglobaliseerde mediacommunicatie,… In deze paper richt ik me op de relatie tussen de media en de recente Gaza-oorlog. Ze duurde slechts 22 dagen, van 27 december 2008 tot 17 januari 2009, maar was enorm krachtig en volgens Time het ‘world’s most reported conflict’.


In deze paper richt ik me op de relatie tussen de media en de recente Gaza-oorlog. Ze duurde slechts 22 dagen, van 27 december 2008 tot 17 januari 2009, maar was enorm krachtig en volgens Time het ‘world’s most reported conflict’. Ik wil een algemeen beeld geven van de Israëlische, Arabische én westerse media, in de eerste plaats televisieverslaggeving. Dat ruime perspectief hanteer ik om twee redenen. Ten eerste omdat er een grote verwevenheid zit tussen die media. Simon Cottle zegt in zijn boek terecht: ‘In an increasingly interconnected and politically interdependent world, the battle for hearts and minds can be conducted on different media fronts.’ Ten aanzien van de eigen bevolking, de vijandige bevolking en de internationale gemeenschap. En dat voor iedere partij. Ten tweede. Door zo flexibel om te springen met de afbakening kan ik duidelijk maken hoezeer er in het geval van Gaza zeer vele theoretische topoi samenkomen die volgens communicatiewetenschappers typisch zijn voor de rol van media in en haar berichtgeving over oorlog: ‘framing’, propaganda, het paradigma van de ‘manufacturing consent’, beelden en terminologie, dramatiek en simplisme, creatie van vijandbeelden, censuur, geglobaliseerde mediacommunicatie,…

Het algemene beeld baseerde ik op een tiental internationale krantenartikels en twee beeldreportages over de Gaza-berichtgeving. Die lieten me toe om iets verder te gaan dan enkel tv-verslaggeving. Als case binnen de case analyseerde ik hoe de televisiejournaals van het Israëlische IBA-tv en het Arabische Al-Jazeera gedurende de tien laatste dagen van het conflict berichtten over de kwestie (5 januari tot 16 januari 2009). Getoetst aan de algemene analyses bleken deze journaalstukjes representatief voor de gehele tv-berichtgeving uit respectievelijk de Israëlische en Arabische hoek.

Ik vertrek niet van een theoretisch kader om dan schools alle thema’s te toetsen aan de praktijk. Dat is niet interessant en het kan ook niet, want alles is verweven met elkaar. Ik zal het verhaal vertellen van de media-omgang met het Gaza-conflict in de termen van de behandelde theorie en met integratie van theoretische reflecties.

ISRAËLISCHE MEDIA

De Israëlische verslaggeving van het offensief was op televisiezenders, in kranten, op de radio en internetsites over het algemeen eenzijdig, onkritisch en patriottisch. Ze ‘frameden’ het conflict als volgt: de raketten vanuit Gaza vanwege de terreurorganisatie Hamas vormen een existentiële bedreiging voor Israël en zijn burgers; Israël neemt als slachtoffer het recht op om zich hiertegen te verdedigen, zoals ieder land zou doen, in het kader van een ‘war on terrorism’; we treden enkel op tegen Hamas, proberen te vermijden dat er onschuldige burgerslachtoffers vallen en houden ons aan internationale regels. Dat is het frame waarbinnen alle verhalen zich situeerden.

Het is interessant om als representatieve steekproef de Israëlische berichtgeving, zoals die op de publieke staatsomroep IBA-tv te zien was, aan te halen om te zien hoe dat interpretatieschema specifiek wordt ingevuld.

Terwijl het Israëlische leger in Gaza bombardementen uitvoert, het leger oprukt en er iedere dag doden vallen, staat het Israëlische nieuws bijna iedere dag stil bij het feit dat Hamas raketten afvuurt op steden in Zuid-Israël. Men toont de schade aan gebouwen, huilende vrouwen en kinderen die angst hebben, mensen die schuilen in ‘bomb shelters’,… Onrechtstreeks ventileren ze ook het Israëlische standpunt door aandacht te hebben voor de speeches en persconferenties van Barak, Livni, Peres, Bush en anderen. Die beklemtonen steeds dat de operatie voorspoedig verloopt, maar nog niet afgelopen is, dat Hamas de schuldige is en er slechts een ‘war against terror’ wordt gevoerd, dat Israël het recht heeft zichzelf te beschermen,… Een patriottische Peres wordt bijvoorbeeld geciteerd waar die zegt dat wat Israël ‘has achieved in sixteen days was never achieved by any country trying to fight terror in sixteen days.’ Ze tonen tevens een Amerikaanse burgemeester die Israël bezoekt uit solidariteit: hij drukt zijn steun uit aan de natie en benadrukt hun recht zichzelf te beschermen, aldus de nieuwslezeres. Door aandacht te hebben voor deze opinies uit de mond van anderen, hanteert men een techniek om het eigen standpunt op een indirecte manier te verwoorden. Het journaal staat ook enkel stil bij de doden en gewonden in het eigen kamp: de bewoners van de steden die getroffen worden door raketten, maar ook de Israëlische soldaten (het nieuws toont foto’s van de gesneuvelden, geeft wat informatie en vermeldt zelfs wanneer de begrafenis is). Ze beklemtonen ‘positieve’ zaken, zoals de inwerkingtreding van een drie uur durende pauze voor humanitaire hulp, bewijzen dat er geen gebrek is aan voedsel en melden dat het leger een hospitaal zou oprichten. De enige beelden die te zien zijn van Gaza zijn precisiebombardementen, tanks en Israëlische soldaten die van huis tot huis gaan; de enige impact die we zien zijn rookpluimen. De terminologie die wordt gebruikt is eveneens subjectief. Het gaat steeds om ‘Operatie Cast Lead’ en de ‘Israeli Defense Forces’. Hamas wordt steevast een ‘terreurgroep’ genoemd. Ze creëren ook op andere manieren een vijandbeeld. Bijvoorbeeld tonen ze beelden van hoe Hamas raketten afvuurt, hoe ze trainen; vermelden ze dat ze burgers gebruiken als levend schild, etc. Een soldaat wordt op een bepaald moment gevraagd hoe Hamas er voor hem uitzag: ‘They look like rags, not real soldiers’.

Er vallen ook enkele vermeldingen uit de toon. Zo toont men protesten in het Venezuela van Hugo Chavez tegen Israël. Op 12 januari (dag 17) wordt dan ’s melding gemaakt dat 900 Palestijnen werden gedood sinds het begin van de operatie, maar men zegt er subtiel bij: ‘Honderden ervan waren Hamas-mensen’. Op 14 januari laat men een IDF-soldaat aan het woord die zegt: ‘Ik had meer weerstand verwacht van Hamas.’
Maar dit zijn uitzonderingen op de regel. En de regel was: pro-Israëlische berichtgeving die niets liet zien van de impact van de aanvallen. Enkel precisiebombardementen, door het leger vrijgegeven, werden getoond. Er kwamen geen doden of gewonden in beeld, noch verwoestingen en het leed van de Gaza-bewoners. Palestijnen, laat staan Hamasmensen, kwamen niet aan het woord. Voor kritiek was geen plaats. En dat was representatief voor het hele medialandschap. De grootste kranten bijvoorbeeld, Yediot Aharonot en Maariv, pakten in de begindagen uit met koppen als ‘Beter laat dan nooit’, of ‘We vechten terug’.

Tijdens de oorlog met Hezbollah in 2006 speelden de media een belangrijke rol met hun kritiek op de militaire top en hadden ze een invloed op de gebeurtenissen. Nu volgden ze de lijn van de nationale regering en het leger. Een aantal redenen zitten daar achter. Ze lieten zich bewust misleiden door de autoriteiten en gingen mee in de propagandastroom. Gevoelens van zelf-rechtvaardiging en patriottisme speelden op. De oorlog werd verbonden met het overleven van de joodse staat. Vanaf het begin was er een ‘rallying around the flag’. Het leger had ook een strikte controle op de informatiestroom. Ze sloten zich aan bij de officiële standpunten van ministers, ambassadeurs en woordvoerders. Wellicht hing daar de reflex aan vast, typisch voor de media, om terug te vallen op overheidsbronnen: uit gemakzucht en omdat men die bronnen als legitiemer beschouwt. De Israëlische overheid gebruikte zo de media om te verantwoorden en publieke steun te verwerven. Het paradigma van de ‘manufacturing consent’ sluit hierbij aan. Enkel de links-liberale Haaretz week daarvan af. Zij spendeerde wél aandacht aan de verwoestingen en slachtoffers in Gaza. Hun journalist Gideon Levy meende: ‘Het wordt systematisch zo voorgesteld dat wij alleen de slachtoffers zijn, de andere kant wordt volledig weggelaten.’

Het militaire offensief werd steeds door het merendeel van de Israëlische bevolking goedgekeurd. Ze zagen het als een ‘noodzakelijk kwaad’. Volgens de bevolking was een militair offensief onvermijdelijk en noodzakelijk om de bevolking in het zuiden van Israël te kunnen beschermen. Men wees erop dat er voortdurend terreur over Israël hing en ‘dat het nu maar eens gedaan moest zijn’. ‘We strijden om te overleven’, klonk het vaak. In hoeverre de publieke opinie de media en het regeringsstandpunt volgden of omgekeerd de publieke opinie weergegeven werd, is moeilijk in te schatten. Het is een onduidelijke interdependentie. De media berichtten nauwelijks over de burgerslachtoffers. Dat kon hun mening niet echt veranderen. Maar een interessante vraag is of, indien zij geconfronteerd met die verhalen en beelden werden, hun mening zouden veranderd hebben. Cottle denkt van niet: studies wezen uit dat de confrontatie met slachtoffers minder effect heeft dan gedacht op de houding van de bevolking ten aanzien van de oorlog. Waarschijnlijk kon enkel een situatie waarbij er teveel slachtoffers vielen aan eigen zijde de houding van de bevolking veranderen. Dat is in het verleden reeds gebleken wat Israël betreft. In deze oorlog was dat niet echt het geval.

PALESTIJNSE EN ARABISCHE MEDIA
Waar het Israëlische standpunt monolithisch werd verkondigd, was er onder Arabische media veel diversiteit, een weerspiegeling van de onenigheid in de Arabische wereld. Sommige Arabische analisten spraken van een media-oorlog tussen landen en hun zenders. Vooral tussen Al Jazeera, in eigendom van de overheid van Qatar, en Al Arabiya, in Saudische handen. De contrasterende benaderingen reflecteerden zowel de verschillende percepties op de rol van Arabische journalistiek alsook de verschillende politieke posities. Sommigen menen dat de Arabische media de interne verschillen in de Arabische wereld hebben verdiept. Anderen beklemtonen dat het meer om een gezonde diversiteit ging die het Arabische mediaproces verrijkte (wat past bij Cottles ‘media contest’ paradigma).

Al Jazeera focuste op beelden van het bloedvergieten, begeleid door morele commentaar. ‘The camera picks up what happens in reality and reality cannot be neutral’, aldus de nieuwschef van de zender. Men had openlijk een agenda: het was de bedoeling om de publieke opinie tegen de oorlog te laten zijn (Al Jazeera English, het westerse deel van de zender, was dan weer gematigder). Al Arabiya nam een meer gematigde en onpartijdige toon aan. Net daarom kreeg ze veel kritiek en werd ze zelfs ‘Al Ibryia’ genoemd, wat ‘the Hebrew one’ betekent.

In grote lijnen zaten ze wel op dezelfde golflengte. Het werd wat anders ingevuld, maar hun ‘frame’, hun ruime interpretatiekader, was hetzelfde. Meer concreet: ze gaven het Palestijnse standpunt weer. Om te zien hoe dat gebeurde, heb ik ook van Al Jazeera tien journaals geanalyseerd.
De zender kon helemaal terugvallen op de Palestijnse correspondenten die in Gaza leefden. De directe betrokkenheid zorgde voor persoonlijke, emotionele en subjectieve verslagen. Die tonen continu bloederige en vaak schokkende beelden van doden, gewonden en enorme verwoestingen. Ook worden de geamputeerde benen, zwaarverbrande ledematen of het beschadigde gelaat van slachtoffers van fosforbommen getoond. Ze creëren een sfeer van dramatiek, angst, onveiligheid, paranoia en ondergang. De aanvallen worden getoond, maar nog meer de impact ervan, wat zo afwezig was in de Israëlische media. Er zijn gesprekken met emotionele getuigen en betrokkenen. Wenende vrouwen en kinderen worden geïnterviewd. De verhalen zijn zeer persoonlijk. Hun teneur is: waarom doet niemand iets en wat hebben we gedaan om dit te verdienen? Op de beelden is er voortdurende heisa te zien. Mensen brengen gewonden naar de ziekenhuizen of rouwen om doden. De reporters zijn openlijk subjectief, bijvoorbeeld met kritiek als: ‘Israël zegt wel dat het enkel Hamas bevecht, maar het houdt wel anderhalf miljoen mensen gevangen.’ Taalgebruik is suggestief. Het stelt vragen bij de acties van Israël op een indirecte manier: door andere het te laten uitspreken of door zinswendingen te gebruiken als ‘it raises questions on…’. Bijvoorbeeld in verband met de kwestie of Israël zich wel houdt aan de Vierde Genèveconventie. Of: ‘Mensenrechtenorganisaties beschuldigen Israël ervan fosforbommen te gebruiken.’ Waarna ze de toeschouwer proberen te overtuigen dat dit inderdaad zo is. Men wijst op de wreedheid van troepen en de wapens die ze gebruiken, men zegt dat soldaten bewust vrouwen en kinderen vermoorden,… Tevens geven ze plaats aan de feitenversie van Hamas (met een interview met bijv. Haniyeh). De terminologie is opvallend anders dan op IBA-tv. Termen als ‘Operatie Cast Lead’ komen nauwelijks voor en het Israëlische leger wordt niet vereenzelvigd met defensie, maar in een agressorrol geduwd. Hier en daar gaat het om ‘de bezetter’. Hamas is hier geen ‘terreurgroep’, maar ‘het verzet’, of ‘de activisten’. Vaak verwijst men zelfs gewoon naar ‘de Palestijnen’. De nieuwslezers beklemtonen frequent hoeveel doden en gewonden er reeds zijn gevallen. Daarbij benadrukken ze extra dat het om veel kinderen en vrouwen gaat. Doden noemt men steevast ‘martyrs’ (shahid). De reporters ter plaatse dragen helmen en veiligheidsvesten, om het gevaar van de situatie duidelijk te maken.
Zelden toont men de Israëlische kant van de zaak. Enkele keren heeft men het kort over de raketten die afgevuurd zijn in Zuid-Israël, waarbij vooral materiële schade het gevolg is. Ze laten wel zien hoeveel Israëlische soldaten en burgers zijn gedood. Terwijl IBA-tv duidelijk het Israëlische standpunt toonde, staat Al Jazeera eigenlijk achter Hamas.

De ‘framing theory’ van Iyengar en Entman blijkt hier perfect toepasbaar. De Israëlische en Arabische media hebben elk een bepaalde visie of interpretatieschema via dewelke het conflict wordt geïnterpreteerd. Ze gebruiken andere woorden, beelden en discours om aanleiding, ontwikkeling en achtergronden van de oorlog te beschrijven. Laclau en Mouffe schrijven dat partijen altijd een sociale horizon creëren waarbuiten niets bestaat en waarbinnen de wetten van vanzelfsprekendheid gelden. Het zijn verschillende constructies van éénzelfde werkelijkheid in dienst van machtsinstanties. De kracht van media, het doen ontstaan van verschillende waarheden, is hier duidelijk. Binnen de eigen ‘frames’ verkiest men visualiteit, dramatiek, intensiteit en eenduidigheid, aldus het onderzoek van Biltereyst/Vandewinkel. Er komen schrijnende beelden aan bod, aan beide zijden. Men probeert alles zo spannend, flitsend en interactief mogelijk te houden. Oorlogen zijn ‘nieuwswaardig’: het levert spectaculaire beelden en ‘human interest stories’ op vol pathos, tragedie, heroïsme en leed. De theorieën van Carpentier en Hooghe/Stolle rond vijandbeelden passen hier ook perfect. Beide partijen demoniseren de vijand. Ze worden crimineel voorgesteld en ontdaan van menselijke kenmerken. Hun dood wordt als goed en succesvol omschreven. Tegelijkertijd zijn vijanden nodig: de ene kan pas rechtvaardig zijn als er een tegenpool is. Het gaat om antagonistische identiteiten die elkaar in stand houden. Ik stond ook stil bij één van de nieuwste globale mediaspelers: Al Jazeera. Ze gaat in tegen de dominante westerse media als spreekbuis van de Arabische wereld. Ze wordt een ‘tegenstroom’ genoemd. Maar ze is toch in hetzelfde bedje ziek: politiek afhankelijk, elite-opinies weergevend, wat simplistisch, populistisch en subjectief, zoals bleek uit de korte behandeling van haar Gaza-journaals. Traditioneel toont zij bloedvergieten en onderdrukking in Palestina. Dat is nu tot op een hoogtepunt gebracht.

Iedere partij wil zijn eigen frame ook doordrukken naar de publieke opinie om steun en legitimiteit te verkrijgen. In dit opzicht is een korte analyse van de positie van de westerse media interessant.

WESTERSE MEDIA

Twee maanden voor de oorlog al sloot Israël de grenzen van Gaza voor de media. En dat bleef zo tijdens het conflict. Israël belette de pers op een onafhankelijke manier de oorlog te verslaan. Het argument was dat het werken in Gaza te gevaarlijk zou zijn. Vele journalisten hechtten hier geen geloof aan. Ze veronderstelden dat de Israëlis hen zagen als propagandamiddel voor Hamas; anderen zagen in dat zelfs gebalanceerde berichtgeving in het nadeel van Israël zou uitvallen. De journalisten stonden massaal op de ‘heuvel van schaamte’ om met hun lenzen wat rookpluimen te registreren (tele-correspondentie). Dat was het enige wat ze konden. Tot hun grote frustratie.

Jon Snow van The Independent was één van hen. Hij schreef op 19 januari: ‘The exclusion of (…) journalists from the conflict emphasizes (…) how important it is for those who report the horror of war to experience what they’re communicating. (…) The noise and distant smoke of war in this spot, perhaps a mile back from the fence with Gaza, is simply a tableau, because I feel no fear and I can see no victims and hear no cries. (…) I remain detached, no close an observer than if I were in my own living room in London.’ Beelden op Al Jazeera van huilende vrouwen met de resten van hun kind in hun handen schokken, zegt hij, maar toch voelen we er geen rechtstreekse band mee. ‘We see the image, we know it’s bad, but we do not experience the emotion.’ Hij besluit: ‘When the Israelis exclude the media, they know what they are doing.’
De Israëlis wilden door de uitsluiting de buitenlandse journalisten laten afhangen van hun informatiebronnen en hun propaganda. De eigen bevolking had ze vrij eenvoudig op haar hand, maar de buitenlandse opinie was een hardnekkiger doelwit. Hun propagandamachine naar de buitenwereld toe was dan ook zeer slim en gesofisticeerd. Op allerlei mogelijke manieren wilden ze hun ‘frame’ ingang laten vinden in de buitenlandse publieke opinie. Ze wilden ervoor zorgen dat de andere landen het conflict ‘juist’ interpreteerden. Politici en telegenieke woordvoerders werden overal uitgezonden om steeds hetzelfde verhaal te vertellen. De legerleiding richtte een eigen Youtube-kanaal op met video’s die tonen dat Israël zo precies mogelijk bombardeert. Men voerde ook publieke debatten op Twitter en richtte op Facebook pagina’s en groepen op. Buitenlandse journalisten werden door het leger via e-mails en tekstberichtjes bestookt met berichtgeving vanuit Israëlisch perspectief. Vakkundig werd ook telkens herhaald dat de operatie binnen de internationale conventies van oorlogsvoering bleef. De buitenlandse journalisten mochten vrij de gevolgen van de Hamasaanvallen filmen: de gaten in huizen in steden als Sderot, Ashkelon,… en de ‘getraumatiseerde’ bewoners. Voor het overige werden ze vriendelijk verwezen naar de talrijke ‘experts’ die zich toevallig ook op de bewuste heuvel bevonden, het internet en officieel videomateriaal. Maar directe toegang tot de gevolgen van de Israëlische aanvallen kreeg niemand. Noch konden westerse journalisten Hamasmensen interviewen om hun verhaal te horen. En dan nog was de censuur niet afgelopen. De stukken die men schreef of produceerde werden gecontroleerd door een militaire censuur, terwijl er ook waarschuwingen waren dat materiaal ‘touching on national security’ niet getolereerd werd. Tevens waren er strikte controles op de bezigheden van de journalisten.

Israël probeerde zorgvuldig aan ‘news’ en – dus ook - ‘perception’ management te doen met oog op externe legitimering voor haar acties en de positieve gevolgen van dien. Ze zag het belang van een ondersteunende publieke opinie goed in. Maar ze slaagde niet in haar opzet. Dat lag zeker niet aan de kracht van de Hamas-propaganda. Die was er wel. Hamas ‘framede’ het conflict als volgt: we verzetten ons standvastig en met eenvoudige middelen tegen het veel sterkere bezettende Israël; Israël maakt zich schuldig aan oorlogsmisdaden, doodt vele burgerslachtoffers, verwoest het gebied, gebruikt illegale bommen, etcetera. Ook zij gebruikt de techniek van demonisering. Net als Hezbollah hebben ze een eigen tv-netwerk, ‘Al Aqsa-tv’. Ze lieten vooral krachtige verhalen en beelden los van de burgerslachtoffers in Gaza. Hamas richtte ook een website op met video’s en foto’s, terwijl hackers Israëlische websites infiltreerden (o.a. die van de krant Yediot Ahronot) en er anti-Israëlische slogans postten. In de Arabische landen circuleerden duizenden e-mails met foto’s van Palestijnse slachtoffers. Maar de Hamas-propaganda was niet zo gesofisticeerd en bereikte slechts de Arabische achterban. Belangrijker was dat internet en tv-satelliet-diensten, bijvoorbeeld van Al Jazeera, overal in de wereld ontvangen konden worden. Israël voorzag niet dat de globalisering van communicatie ervoor heeft gezorgd dat staten moeilijk nog aan informatiemanagement kunnen doen.

Maar de grootste stok in de wielen van de Israëlische propaganda, was het feit dat haar beslissing om de westerse media buiten het conflict te houden eigenlijk een averechts effect had. De media moesten immers noodgedwongen terugvallen op lokale reporters in Gaza om verhalen en beelden te verzamelen voor het thuisfront. Zo lag de weg vrij voor een automatisch monopolie over de berichtgeving vanwege de Palestijnse journalisten die traditioneel in Gaza wonen en werken. Niet enkel de Arabische stations hadden journalisten ter plaatse. Ook sommige westerse nationale zenders, zoals de BBC, hadden Palestijnen die voor hen werkten. Internationale persagentschappen als Reuters en Associated Press hadden cameraploegen in Gaza. En andere zenders zochten contact met Palestijnse journalisten, burgers (fenomeen van ‘burgerjournalisten’) of NGO’s voor live-verslagen, zoals ook de VRT deed.

Zo kwam het dat bijna enkel Arabische verhalen en beelden uit de Gazastrook naar buiten kwamen. En dat waren emotionele beelden van de impact van het Israëlische offensief: doden en gewonden, verwoestingen, woede en verdriet. Ze tonen vaders en moeders die hun kinderen verloren, mensen wiens familie werd gebombardeerd, ambulances die zieken binnenbrengen,… Omdat de journalisten tegelijkertijd betrokkenen en getroffenen zijn (sommige journalisten verloren familieleden terwijl ze hun job deden) en aldus de CNN aan de ‘receiving end of the Israeli incursion’ staan, kwam er onvermijdbaar emotionele, directe en subjectieve berichtgeving.

Op de site van de pro-Israëlische Jewish National Library wordt terecht weerlegd dat Israël geprofiteerd zou hebben van de ‘ban on journalists’: ‘It is hard to argue that Israel has benefited from any limits placed on journalists as the story coming from Gaza has been largely told from the Palestinian point of view, with no pictures of Hamas terrorists or rocket crews but a steady stream of images of suffering and injured Palestinians.’ Vooral het raken van de VN-school was in de mediastrijd een groot nadeel voor Israël.

De ‘image war’, de strijd om de meest treffende en symbolische beelden, werd overtuigend gewonnen door de Palestijnse media. Beelden van vaders die huilden om hun dode kinderen waren veel krachtiger dan beelden van een huis waarvan het dak gedeeltelijk was vernietigd. Het slachtofferschap van de Palestijnen was veel zichtbaarder dan het geclaimde Israëlische slachtofferschap… en zichtbaarheid betekent geloofwaardigheid. Charles Tripp, professor in de politiek van het Midden-Oosten te Londen, liet optekenen: ‘In Europe, the very powerful images of what’s happening to civilians in Gaza must be having a greater impact than seeing Israeli spokesmen talking about the war on terror.’ Een BBC-reportage verkondigde: ‘We depend on pictures of the Palestinians and words from Israelis. At the moment the pictures are doing all the talking.’

Die verhalen en beelden werden in feite vooral onrechtstreeks verkregen, uit tweede hand, en konden niet meteen geverifieerd worden. Men had totaal geen vat op de objectiviteit. Hoe dan ook zorgde dat voor een subjectieve en fragmentarische blik op de oorlog. Hoe subjectief, is onduidelijk. Bij het Gaza-conflict was de problematiek van het proces tussen het nieuwsfeit en het publiek maken van dat nieuwsfeit meer dan ooit aanwezig.

Omdat ze niet toegelaten waren en niet onafhankelijk eigen kennis konden vergaren en verspreiden, moesten de westerse media kiezen tussen twee interpretatieschema’s: het Israëlische en het Palestijns-Arabische. In sommige landen koos men het Israëlische perspectief, vooral in de VS. Daar volgden de media in grote mate het standpunt van de regering, namelijk dat de schuld bij Hamas lag en Israël handelde uit zelfverdediging. Een communicatiewetenschapper meende: ‘We stereotyperen en demoniseren mensen en zo weten we niet wat hun pijn en noden zijn.’ Een illustratief voorbeeld van hoe de mainstream Amerikaanse media berichtten over de oorlog was de foto van twee huilende vrouwen op de frontpagina van The Washington Post, 30 december. De ene was een Palestijnse moeder die vijf kinderen had verloren, ze stond op de foto met haar gekwetste kind; de andere was een Israëlische vrouw, niet gewond, maar wel huilend. Intussen waren 350 Palestijnen gedood, tegenover 4 Israëlis. Het artikel vanwege Al Jazeera vroeg zich af: ‘If an Israeli woman had lost five daughters in a Palestinian attack, would TWP run an equally sized photograph of a relatively unharmed Palestinian woman? (…) What if 350 Israelis had been killed and only four Palestinians – would the newspaper have run the stories side by side as if equal in news value?’ In het omgekeerde geval zou er slechts één verhaal getoond worden: het Israëlische, aldus de analist, tot ergernis van de Arabische wereld. Kranten en televisiezenders in de VS versloegen de oorlog vanuit Israëlisch perspectief. Het zat vooral in de wijze waarop men het presenteerde, in subtiliteiten en details. Voorbeelden: naast het Palestijnse leed ook telkens het Israëlische vermelden, alsof beide zijden op een gelijke manier lijden onder het conflict; niet spreken van ‘oorlog in Gaza’, maar termen gebruiken als ‘mideast violence’; de dodentol niet differentiëren (alles samen…), waardoor het aantal Palestijnse slachtoffers verdoezeld raakt; eerst ruimte geven voor berichten over Israël, dan pas omtrent de Palestijnen; het aan bod laten komen van Israëlische woordvoerders en ambassadeurs; beelden van slachtoffers waren zeer vluchtig, ze werden zelden aan het woord gelaten;… De VS zagen letterlijk een ander conflict en zien daardoor het conflict totaal anders. Belangrijk wel om op te merken is dat het Amerikaanse volk relatief kritisch bleef, wellicht vooral door de informatieglobalisering: zo kregen ze de beelden van slachtoffers wel te zien.

In vele andere landen maakten tv-journaals en krantenberichten gebruik van de Palestijnse verhalen en beelden uit Gaza. In bepaalde landen overwoog dit perspectief; in andere zocht men meer een evenwicht tussen het Israëlische en Palestijnse standpunt. Maar in zo’n gevoelige en complexe kwestie was dat moeilijk. Een dilemma – waar onder andere Robert Fisk op wijst – dook steeds op: moest men wel proportioneel berichten, dus met evenveel tijd, plaats en aandacht voor de twee partijen, over een in feite disproportioneel conflict, waarbij de ene partij objectief gezien veel meer te lijden heeft?

Bij wijze van kort besluit. De Gaza-oorlog blijkt een ‘mediatized conflict’ bij uitstek te zijn, in de woorden van Simon Cottle. Zeer vele theoretische topoi ontmoeten elkaar in de media-berichtgeving vanuit Israël, de Arabische wereld en het westen, drie mediafronten die zeer met elkaar in een soort interdependentie staan. En ook hier geldt helaas: ‘In war truth is the first casualty.’

BRONNEN
Cottle, S., Mediatized Conflict - Developments in Media and Conflict Studies, Berkshire, 2006.
Biltereyst, D., Peeren, Y., en Van Gompel, R., Internationaal en buitenlands nieuws: een venster op de wereld? in G. Freiermuth (Ed.), Mediagids: Boek en pers, 5(21), 1999.
Joye, S. en Biltereyst, D., All Quiet on the ...? Een analyse van het buitenlandaanbod van VRT en VTM, pp. 71-84 in M. Hooghe, K. De Swert en S. Walgrave (Eds.) De kwaliteit van het nieuws. Kwaliteitsindicatoren voor televisieverslaggeving. Leuven, 2007.
Biltereyst, D. en Van de winkel, R., cf. Toledo (U Gent, Ongepubliceerd)
Hooghe, M. en Stolle, D., Kroniek van een aangekondigde oorlog. Een vergelijkend onderzoek naar de verslaggeving in de aanloop naar de oorlog in Irak, in: De Swert, K., Hooghe, M. en Walgrave, S. (red.) Nieuws op televisie. Televisiejournaals als venster op de wereld, Leuven, 2005.
Carpentier, N., De vijand in de berichtgeving. Constructies van het zelf en de vijand tijdens de Irakese oorlog in maart-april 2003, in: De Swert, K., Hooghe, M. en Walgrave, S. (red.) Nieuws op televisie. Televisiejournaals als venster op de wereld, Leuven, 2005.

‘Media eisen onmiddellijke toegang tot Gaza’, De Standaard, 10 januari 2009.
‘Israëlische media krijgen kritiek’, De Standaard, 13 januari 2009.
Jewish National Library, website.
I. Polak, 'Dat Israël daar nu maar korte metten maakt' , De Standaard, 29 december 2008.
‘Meeste Israëli's keuren offensief in Gaza goed’, De Morgen, 5 januari 2009.
Baz, Gaza: so what really happened?’, The Independent, 19 januari 2009.
J. Snow, Gaza: War, from a distance, The Independent, 19 januari 2009.
A. L. Butters, Fighting the Media War in Gaza, Time, 14 januari 2009.
Israel media on defensive over Gaza war coverage, AFP, 14 januari 2009.
D. Poort, Ook op het web woedt de Gaza-oorlog, Radio Nederland Wereldomroep, 6 januari 2009.
O. Luft, Media frustration over Gaza ban grows, The Guardian, 14 januari 2009.
P. Wilby, Why we have to let pictures tell the real story, The Guardian, 12 januari 2009.
A. Brummer, Dangers of demonization, The Guardian, 12 januari 2009.
J. Kampfner, Take care over caution, The Guardian, 12 januari 2009.
O. Luft, Gaza: an ongoing challenge for the media, The Guardian, 14 januari 2009.
T. Connelly, The media war in Gaza, Rte News, 7 januari 2009.
L. Pintak, Gaza: Of media wars and borderless journalism, Arab media and society.
A. Shaaban, Role of Arab Media in Gaza War Comes Under Scrutiny, Khaleej Times, 13 mei 2009.
H. Battah, In the US, Gaza is a different war, Al Jazeera.
B. Burston, The Gaza War as reality television, Haaretz.

Websites
-http://www.linktv.org/video/3500
-http://www.linktv.org
- http://news.bbc.co.uk/2/hi/programmes/newsnight/7824108.stm
-http://english.aljazeera.net/focus/war_on_gaza/
-http://www.independent.co.uk/news/world/aljazeera/latest-news-from-al-jazeera--19-january-2009-1432881.html
CNN

Als examenpresentatie voor Prof. P. Verlinden in het kader van het vak ‘Media en internationale conflicten’ Master in de Vergelijkende en Internationale Politiek KU Leuven, juni 2009

Bron
« Terug naar Berichten uit Palestina

Overzicht Reacties over dit Artikel

gebruikersnaam:
wachtwoord:
wachtwoord vergeten?
Sloop de muur help mee
Laaste reacties
datum: 21-05-2012 19:46
aart is auti man echt niet normaal...
jij gelooft alleen wat je wilt horen, jij stelt ook gee...

by jebroer
datum: 21-05-2012 18:23
@@Aart Wijngaarden,
Vraag 1)Waarom denk je dat Duitsland zo\'n ontzettnde schuld op zich neem...

by medi assuli
datum: 21-05-2012 13:30
@Jessy
De vraag is of je oom ook heeft gezien, waar er een gaskamer is. Want onder de honderd...

by Aart Liberty
datum: 21-05-2012 10:53
http://www.maannews.net/eng/ViewDetails.aspx?ID=487752
...

by Jessy










Hosted by Webspacedesign