Jan Wijenberg / Repliek aan burgemeester Van Aartsen. ME optreden Buitenhof. Demonstratie tegen Israelische aanval op hulpkonvooi op 31 mei 2010
Reageer (0)Haagse politie en gemeente verlagen zich tot verdraaiingen van feiten en leugens om de Israëlische ambassade, gelegen op de vijfde etage van een gebouw, reeds vanaf de straat te beschermen. (PL)
Mr. J. van Aartsen
Burgemeester van 's-Gravenhage
Stadhuis
Spui 70
2511 BT 's-Gravenhage
onderwerp optreden Mobiele Eenheid op het Buitenhof, 31 mei 2010, reactie
referte uw brief d.d. 6 juni 2010, Optreden Mobiele Eenheid, kenmerk BENW/2010.2201
cc. de Gemeenteraad van 's-Gravenhage
de heer H. van Essen, Hoofdcommissaris Korps Haaglanden
bijlage Fotoverslag demonstratie tegen Israëlische aanval op hulpkonvooi, De Vredessite, Den Haag, 31 mei 2010
's-Gravenhage, 17 september 2010
Zeer geachte heer Van Aartsen,
Het voeren van de noodzakelijke consultaties heeft, als gevolg van afwezigheid gedurende de vakantieperiode, vertraging opgelopen. Om die reden is de beantwoording van uw brief enigszins verlaat, waarvoor mijn excuses.
Tegenwoordig is de groeiende kloof tussen overheden en burgers een belangrijk thema in het openbare debat. Het wantrouwen dat burgers tegen overheden koesteren is een opmerkelijk en weerkerend element. Vaak geloven zij niet meer wat de overheid hen op de mouw wil spelden en hebben daar schoon genoeg van. NRC-columnist Marc Chavannes brengt dit treffend onder woorden: "De tijd van vernevelingstrucs is voorbij. Veel kiezers zijn deze spelletjes beu […]" (NRC, 4/5 september 2010).
Tot mijn spijt moet ik constateren dat de brief in referte en de beantwoording van schriftelijke raadsvragen, waarvoor uw medewerkers u gevraagd hebben de verantwoordelijkheid te nemen, een hoog gehalte aan vernevelingstrucs bevatten. Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende.
Analyse van de antwoorden aan de Gemeenteraad
In het antwoord aan de Raad wordt gesteld:
Zo mocht de ambassade van Israël, in gevolge de Wet Openbare Manifestaties en het Verdrag van Wenen, niet worden gehinderd in haar functioneren.
Het antwoord laat na aan te geven welk Nederlands wetsartikel van toepassing is. En er bestaan niet minder dan zes verschillende Verdragen van Wenen. Beide verwijzingen onderscheiden zich door gebrek aan nauwkeurigheid en armoedige informatiewaarde.
Het bovenstaande citaat wordt aldus vervolgd:
Daarom is afgesproken de demonstratie te houden op het trottoir voor de ingang van het Binnenhof. […] de demonstranten trokken toch op in de richting van bij de Israëlische ambassade.
Het was mij bij eerdere demonstraties tegen Israël al opgevallen dat de demonstranten - welhaast bij wijze van symboolwerking - steeds met hun rug tegen de muur van het Nederlandse parlement werden gedrukt. Zij waren nooit in staat hun grieven voor de Israëlische ambassade tot uitdrukking te brengen. Ik heb daarover eerder vragen aan uw medewerkers gesteld. Hun, mijns inziens alleszins redelijke, antwoord was dat voor de Israëlische ambassade gedemonstreerd kon worden mits men rekening hield met de vrije loop van de trams en de veiligheid van het winkelende publiek.
Het ligt voor de hand dat het meest misdadige regiem in het Midden-Oosten haar Haagse ambassade uit veiligheidsoverwegingen hoog boven de begane grond huisvest. Aanslagen zijn dus zeer moeilijk uit te voeren, het bestormen van de ambassade door demonstranten is onmogelijk en alleen al de gedachte eraan onzinnig.
Het relevante Verdrag van Wenen legt aan Nederland de verplichting op de integriteit van deze vestiging te waarborgen, een verplichting die in de praktijk aan de burgemeester van 's-Gravenhage toevalt. Israël schendt het internationaal recht met de ruim 40 jaar durende illegale bezetting van de Golan Hoogvlakte, Oost-Jeruzalem, de Westoever van de Jordaan en Gaza. Door het gehele Buitenhof als Israëlisch diplomatiek territoir aan te merken, schept de burgemeester van 's-Gravenhage - wellicht op instigatie van de ambassadeur van Israël - een gevaarlijk precedent. "Beveiligingseisen" van Israëlische zijde aan een wankelmoedig gemeentebestuur kan leiden tot verder inperken van de Nederlandse burgerlijke vrijheden op het Buitenhof. (Een minister van Justitie van de Nederlandse Antillen - met een mediterraan uiterlijk - moest ter plekke al eens aan een hem onbekend persoon verantwoording afleggen voor zijn aanwezigheid op en rond het Buitenhof.)
Waar burgers het recht hebben om tegen een buitenlands bewind te demonstreren, hebben zij het recht om dat - binnen redelijke veiligheidsmarges - ook voor de ambassade van dat land te doen. Zij willen dat zij binnen de diplomatieke vestiging gehoord en van daar uit gezien worden. De burgemeester mag hen dat recht niet onthouden. Doet hij dat toch, dan wekt hij de indruk een onterechte politieke voorkeur te koesteren. Bovendien lokt hij met zijn onnodig restrictieve bepalingen uit dat de demonstranten voor de Israëlische ambassade willen gaan demonstreren en aldus in een eveneens onnodige confrontatie met de ordebewaarders geraken.
Mocht er op 31 mei 2010 al een confrontatie tussen de demonstranten en de ME hebben plaatsgevonden - hetgeen op een kort en snel onder controle gebracht incident na nauwelijks het geval was - dan is dat geheel te wijten aan het ultrarestrictieve gemeentelijke beleid terzake.
Ik lees aansluitend het volgende:
Ook is onder andere afgesproken dat er geen voorwerpen mogen worden verbrand. […] Voorts werd een vlag verbrand.
De vlag in kwestie wilde nauwelijks vlamvatten, maar dit terzijde. Ik ben opgegroeid in en met de anti-Vietnamoorlog en de anti-kruisraketten demonstraties. Het was een goede gewoonte om de vlag van de Verenigde Staten te verbranden, een door de Nederlandse overheden gedoogde protestactie. Òf de regentenmentaliteit van de zestiger jaren heeft inmiddels weer bezit van de overheid genomen, dan wel komt een onterechte politieke voorkeur voor Israël van de Gemeente 's-Gravenhage tot uitdrukking.
Graag verneem ik op grond van welke juridische titel de vlag van Israël (of enig ander land) niet bij wijze van protest verbrand zou mogen worden, politieverordeningen zonder onderliggende wettelijke basis buiten beschouwing latend.
Twee volgende passages trekken ook de aandacht:
[…] dat het niet is toegestaan wegen te blokkeren […] er werden wegen geblokkeerd
Wellicht vindt u aanleiding om hierover nog eens navraag te doen bij uw medewerkers. Zij hebben met groot machtsvertoon alle wegen afgezet, niet de demonstranten. De ME-bussen en het waterkanon op het Buitenhof blokkeerden de beide trambanen.
Mevrouw Gretta Duisenberg wilde - volkomen terecht - voor de Israëlische ambassade protesteren. Zij verzocht, aldus haar verklaring, daarover met de dichtstbijzijnde ME'er in gesprek te komen. Deze persoon droeg een helm en een gesloten vizier. Zij vroeg hem (of haar) dit te openen zodat zij een normaal gesprek konden voeren. Beide verzoeken werden geweigerd. Tegen deze achtergrond is de volgende passage hoogst opmerkelijk:
[…] trachten diverse demonstranten hun identiteit te verbergen door hun gezicht te bedekken met sjaals.
Gelijke monniken, gelijke kappen, ben ik geneigd te denken. Bij mijn beste weten is het verbergen van het gezicht in het openbaar wettelijk niet verboden. Ik verneem graag op welke rechtsgrond van hogere rechtskracht dan een eenvoudige politieverordening u dit de demonstranten tegenwerpt.
Hoe dit ook zij, mevrouw Duisenberg, mijn echtgenote, ikzelf en de vele ondervraagde aanwezigen hebben verklaard geen enkele demonstrant te hebben waargenomen die zijn of haar gezicht had bedekt. In de Bijlage treft u een rapportage van 16 foto's in de tijd van 17.30 t/m 19.00 uur aan. Op geen enkele foto is iemand te zien die zijn of haar gezicht met een sjaal heeft bedekt.
Het betreffende verwijt aan de demonstranten is, zo niet wettelijk en feitelijk onjuist, zeker schromelijk overdreven.
Ik lees verder:
Daarbij werd opgeroepen om de ambassade te bestormen.
Al mijn zegslieden en ikzelf hebben dit op geen enkel moment tijdens de demonstratie horen roepen. De waarneming van kennelijk neutrale buitenstaanders bevestigt dit (zie hieronder). Het waarheidsgehalte van ook deze bewering ontbreekt, of dient tenminste ernstig in twijfel te worden getrokken. De voor de politie meest gunstige verklaring zou kunnen zijn, dat de ME'ers gehoorgestoord zijn door de geluidsisolatie van hun helmen.
En dan wordt gesteld:
De politie heeft de demonstranten diverse malen gevorderd niet verder het Buitenhof op te lopen, maar toch trachtten demonstranten een politielinie te doorbreken. Daarop was ME optreden noodzakelijk. […] Gelet op het bovenstaande verloop onderschrijft het College de opvatting van plv. korpschef Paauw, dat een korte charge nodig was om de bestorming van de Israëlische ambassade te voorkomen.
Mevrouw Gretta Duisenberg bevestigt dat zij en haar omstanders dichter bij de Israëlische ambassade wilden demonstreren. Hierboven werd al geconstateerd dat de opgelegde restricties buiten proportie en een inbreuk op het recht tot demonstreren waren. Ook was geen sprake van het oproepen tot bestorming. De Bijlage van de, mij overigens onbekende, 'vredessite' geeft de volgende versie van hetgeen heeft plaatsgevonden:
Er heeft zich een zeer kortstondige schermutseling voorgedaan, omdat mensen dichter bij de Israëlische ambassade wilde komen. […] De situatie werd vrijwel direct onder controle gebracht en er was zeker geen sprake van een gewelddadige sfeer. Er werd zeer doeltreffend opgetreden door Turkse ordebewaarders. [mijn onderstreping]
Gebruikelijk dient het woord van de politie de doorslag te geven. Gegeven de aangetoonde politionele serie wanprestaties in de waarheidsvinding, dient aan de versie van de 'vredessite', gecombineerd met de corresponderende verklaringen van een groot aantal aanwezigen, meer geloof te worden gehecht dan aan die van de politie. Het komt als verstandig voor dat het College van Burgemeester en Wethouders afstand neemt van het onderschrijven van de opvatting terzake van de plv. korpschef. Het toeschrijven van de intentie tot bestorming van de Israëlische ambassade aan de demonstranten, geeft blijk van een ernstig tekortschieten in het weergeven van de feiten.
Dan volgt deze passage:
Een politiebiker is tijdens de demonstratie mishandeld door enkele demonstranten.
Geen enkele, maar dan ook geen enkele, van de door mij geraadpleegde demonstranten en - vier - aanwezige journalisten heeft iets waargenomen van wat zeker een aandachttrekkend incident zou zijn geweest. De media hebben er naar mijn beste weten geen melding van gemaakt. Ook is opmerkelijk dat de aanzienlijke politiemacht, die er met de neus bovenop stond, bij dit incident geen arrestatie(s) heeft verricht.
Tenzij de politie het originele procesverbaal openbaar maakt, dient dit verhaal verwezen te worden naar de zo langzamerhand indrukkende lijst politionele fabelen.
Eén van de aanwezigen, de heer B. de Levie, verklaarde desgevraagd het volgende:
"Heb geen zeer agressief iemand gezien; er was wel sprake van agressief bejegenen van een vrouw met hoofddoek die politiemedewerkster bleek te zijn en zich nogal raar en provocerend tussen de
demonstraten bewoog"
In antwoord op de raadsvragen wordt voorts gesteld:
Voor het overige is niet gebleken dat demonstranten of anderen verwondingen zouden hebben opgelopen.
Het is niet uitgesloten dat de volgende informatie ten tijde van het schrijven van uw brief nog niet bekend was. De hierboven genoemde heer De Levie heeft een klacht ingediend. Terwijl hij in de uitoefening van zijn functie van ordebewaarder met zijn rug naar de ME stond, werd hij met de wapenstok geslagen waarbij zijn ellepijp werd gebroken (een breuk die zeer moeizaam heelt). Voorts heb ik een fotojournalist - met zijn identificatiebadge zichtbaar gedragen - gesproken die juist voor dat moment met de wapenstok op zijn rug was geslagen. Hij leed op dat moment zichtbaar pijn.
U zult in de gegeven omstandigheden de betekenis van het slaan op de rug van - niet in de ongewenste richting lopende - burgers door de ME zeker weten te kwalificeren als onacceptabele uitoefening van geweld.
De laatste passage die de aandacht trekt is:
Demonstreren is een grondrecht en in Den Haag wordt alles in het werk gesteld om de uitvoering ervan maximaal te faciliteren. Ook in gevallen zoals deze, waarbij de voorgeschreven aanmeldingstermijn niet wordt aangehouden. [mijn onderstreping]
Tja?
Alvorens enige conclusies te trekken, vestig ik uw aandacht op drie aspecten in mijn brief van 6 juni 2010:
- uw brief, noch het antwoord aan de Gemeenteraad, gaat in op de vele klachten van journalisten over het optreden van de ME. Deze betreffen het gebrek aan respect voor hun identificatiebewijs. Zij worden weggestuurd en een aantal onder hen met de wapenstok geslagen, enkelen op de rug;
- uw antwoorden gaan niet in op specifieke gevallen van verkeerde behandeling van een aantal demonstranten en een man in een invalidenwagen;
- uw brief behandelt slechts in globale termen de maatregelen in geval van wangedrag van individuele ME'ers en besteedt geen aandacht aan het disfunctioneren van tenminste één ME'er.
In mijn conclusies zal ik aan deze aspecten aandacht besteden.
Conclusies
Naar ik hoop, zal het u zijn opgevallen dat uw reacties op mijn brief een treffende illustratie vormen van het hanteren van vernevelingstrucs. Alle negatieve aspecten worden, in weerwil van alle feiten, toegeschreven aan de demonstranten. Dat zij worden gedemoniseerd is wellicht een wat te zware karakterisering, maar zij worden wel degelijk en ten onrechte steeds in een kwaad daglicht gesteld. De politie treft volgens de brief in referte, in weerwil van aangetoonde feiten, geen enkele blaam.
Gesteld kan worden dat:
- vrijwel geen van de antwoorden aan de Gemeenteraad de toets der kritiek kan doorstaan;
- de burgers en de Gemeenteraad over het verloop van de demonstratie tegen Israël op 31 mei 2010 over de gehele linie onjuist worden voorgelicht, hetgeen het vertrouwen in de overheid bepaald niet bevordert;
- de Gemeente 's-Gravenhage in verschillende opzichten een te restrictief beleid voert ten aanzien van het demonstreren bij de Israëlische ambassade;
- de restrictieve regulering van de demonstraties bij de Israëlische ambassade door de Gemeente op zijn minst de schijn van vooringenomenheid voor Israël wekt, een houding die de hoeder van de Internationale Stad van Recht en Vrede zich niet zou moeten willen permitteren;
- deze overregulering kennelijk leidt tot de overmaat aan beschermingsmaatregelen die het
recht tot demonstreren aantast;
- de juridische onderbouwing van maatregelen in verschillende gevallen schetsmatig is en in een paar andere gevallen ontbreekt;
- een aantal beweringen aantoonbaar onjuist is, andere hoogst onwaarschijnlijk en sommige ronduit ridicuul;
- een trefzekere organisatie erkent dat sommige leden niet optimaal hebben gefunctioneerd en dat passende maatregelen zullen worden genomen. Een onzekere organisatie laat na correctief op te treden en zal in de toekomst tegen hetzelfde probleem aanlopen;
- een sterke, zelfbewuste organisatie volmondig erkent enige fouten te hebben gemaakt (in dit geval bijvoorbeeld tegenover journalisten, de demonstranten in het algemeen, bepaalde demonstranten en een invalide man) en daar lering uit trekt. Dat houdt de organisatie gezond en scherp. Een onzekere organisatie moffelt eigen fouten weg, saneert niet en maakt dezelfde fouten steeds weer.
Samenvattend moet worden geconcludeerd, dat de Gemeente 's-Gravenhage de stelling
Demonstreren is een grondrecht en in Den Haag wordt alles in het werk gesteld om de uitvoering ervan maximaal te faciliteren.
in het geval van demonstreren voor de Israëlische ambassade niet waarmaakt.
Met zeer veel belangstelling zie ik uw op feiten gebaseerd, waarheidsgetrouw antwoord tegemoet.
Hoogachtend,
Jan J. Wijenberg
oud-ambassadeur
----------------------





----------------------
Mr. J. van Aartsen
Burgemeester van 's-Gravenhage
Stadhuis
Spui 70
2511 BT 's-Gravenhage
onderwerp optreden Mobiele Eenheid op het Buitenhof, 31 mei 2010
cc. de heer H. van Essen, Hoofdcommissaris Korps Haaglanden
's-Gravenhage, 6 juni 2010
Amice,
U zult begrijpen, dat ik alle begrip heb voor uw specifieke verantwoordelijkheid voor de bescherming van objecten onder diplomatieke onschendbaarheid. Maar uw medewerkers kunnen er ook een beschamende vertoning van maken. Dat komt mij niet als een gewenst neveneffect voor.
Mijn echtgenote en ik namen natuurlijk deel aan de protestdemonstratie tegen het misdadige en moordende optreden van Israël van dezelfde dag tegen vreedzame actievoerders op volle zee, varend onder Turkse vlag, en op een humanitaire missie naar Gaza. Wij zijn nog steeds ontdaan over de wanprestatie die de Mobiele Eenheid bij die gelegenheid leverde.
De voorste rij van de demonstratie gedroeg zich wat onordelijk. Sommigen wilden wat verder het Buitenhof opgaan dan de ME kennelijk goed leek te vinden. Tenminste één van de ME'ers gedroeg zich uiterst agressief en dus onprofessioneel. Hij werd dan ook tot achter de linies teruggeroepen en daar door zijn collega's tot kalmte gemaand. Maar toen was het kwaad al geschied. Wij hebben het volgende waargenomen.
De door-en-door pacifistische Gretta Duisenberg werd met een rieten schild bewerkt en met de wapenstok op de grond gemept. Zij liep overvloedige kneuzingen op. Benji de Levi van het Nederlands Palestina Komitee probeerde haar te beschermen en liep daarbij niet alleen bloeduitstortingen op, maar ook een gebroken arm. Het scheelde niet veel of mijn echtgenote - de rust en beheersing zelve - liep ook klappen op. Een fotojournalist van Duitse origine, uitgerust met twee camera's met indrukwekkende lenzen, werd op zijn rug geslagen met de wapenstok. Hij zei later dat op de rug geslagen worden betekent dat slaan niet meer nodig zou zijn en dus een daad van nodeloze agressie. Een journalist van Radio West toonde nadrukkelijk zijn perskaart, maar kreeg er desondanks van langs. Een andere journalist met twee grote camera's, Engelssprekend, met uitgebreide ervaring in het Midden-Oosten en met een Mediterraan uiterlijk, toonde eveneens zijn perskaart. Ook hij werd door dezelfde ME'er uitgescholden en met de wapenstok bedreigt. Het toppunt van ongepast geweld was misschien wel, dat dezelfde politieman een ernstig gehandicapte man in een invalidenwagentje te lijf ging met zijn laarzen en zijn wapenstok.
Tijdens de ongeregeldheden, vooral veroorzaakt door de ME, verschenen ineens zo'n vijf à zes arrestantenwagens die, samen met de wal aan ME, een blokkade vormde tussen de demonstranten en de Israëlische ambassade. Waar deze ambassade hoog op de bovenste verdieping van een flatgebouw is gevestigd, was het voor de demonstranten bepaald een potsierlijk gezicht.
De problemen zijn niet uitsluitend toe te schrijven aan één niet meer toerekeningsvatbare ME'er. Dat mag niet gebeuren bij de ME, maar kan misschien toch plaatsvinden. Ondanks het vervaarlijk uiterlijk van de ME, aanwezigheid van bereden politie, het overdadig machtsvertoon en de vloot getraliede vervoermiddelen, straalde de ME voornamelijk angst en nervositeit uit. Het leek erop dat hen was verteld dat zij de confrontatie aan moesten gaan met Djengis Khan en zijn Mongoolse horden.
Dat roept een andere vraag op, namelijk die naar de professionele kwaliteit van de risico analyse van de politie. Het overmatige machtsvertoon en de bepaald paniekerig opererende Mobiele Eenheid lijken erop te duiden dat de politie voldoende gekwalificeerde kennis van internationale betrekkingen ontbeert, wat kennelijk juist leidt tot een onverantwoord en onnodig massale politionele inzet. Turkse en Palestijnse Nederlanders koesteren een zeer gerechtvaardige verontwaardiging over de grootschalige, dagelijkse Israëlische schendingen van het internationaal recht en het vernietigen van de meest elementaire bestaansvoorwaarden van de Palestijnen, alsmede over de Nederlandse politieke vrijbrief daarvoor. Dat maakt hen echter nog niet tot een gevaarlijke meute die koste wat het kost in toom moet worden gehouden.
De Duitse journalist had een demonstratie van vele duizenden vredesactivisten in het centrum van Cairo, omringd door een leger Egyptische ME'ers, bijgewoond. Er vond geen enkel incident plaats. De andere journalist, die met ruime ervaring in het Midden-Oosten, zei dat het gedrag van de Nederlandse ME slechter is dan dat van de politie van Hamas. Aanwezig op het Buitenhof was ook de 84-jarige Hajo Meyer, die in Duitsland 12 jaar Nazi bewind heeft ondergaan, overlevende van anderhalf jaar in de hel van Auschwitz. Hij merkte op, en ik mag hem citeren: "We leven niet in Israël, godverdomme!".
Met vriendelijke groeten,
Jan J. Wijenberg
oud-ambassadeur
Fotoverslag demonstratie tegen Israëlische aanval op hulpkonvooi
Den Haag, 31 mei 2010
Uw fotograaf, die de gehele demonstratie aanwezig was en zich vrij kon bewegen met perskaart, is erg verbaasd over de meldingen in de media over de dreigende sfeer en het geweld.
Er heeft zich een zeer kortstondige schermutseling voorgedaan, omdat mensen dichter bij de Israëlische ambassade wilde komen. Slechts journalisten die er bovenop stonden, hebben hiervan beelden, maar dat waren wel de enige beelden in bijvoorbeeld het NOS journaal. De situatie werd vrijwel direct onder controle gebracht en er was zeker geen sprake van een geweldadige sfeer. Er werd zeer doeltreffend opgetreden door Turkse ordebewaarders.
Belangrijk gegeven was ook dat deze demonstratie niet, zoals meer gangbaar in Den Haag, een uiting was van ontevredenheid over bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst, maar een emotioneel protest was tegen het doden van activitsten door een staat.
Wellicht voelen Nederlandse journalisten (en ook de politie) zich wat minder op hun gemak in een demonstratie die niet helemaal voldoet aan ons poldermodel en waar mensen zeer luidruchtig hun hart luchten? Een kultuurverschil wat een objectieve berichtgeving toch niet in de weg mag staan.

17:30 Het plein voor de Israëlische ambassade (het Buitenhof) wordt door de politie vrijgehouden.

De demonstratie verzamelt zich bij de ingang van het Binnenhof.

18:11 Men wil toch dichter bij de ambassade komen en steekt de straat over.

Er is (hier achter in beeld) een korte confrontatie met de ME, binnen 40 seconden keert de rust terug en het blijft verder rustig. Volgens getuigen werd de confrontatie veroorzaakt door een individuële ME-er die zich niet kon beheersen en vervolgens tot achter de linie werd teruggeroepen. Eén demonstrant zou een gebroken arm opgelopen hebben.

De demonstratie stopt bij het politiecordon.

De politie trekt zich enkele meters terug.

Arrestantenbusjes worden naar voren gereden.

Wie het kan verstaan, luistert naar de toespraken via een megafoon.

De menigte uit z'n verontwaardiging vooral via spreekoren.

Om 18:29 wordt een waterkanon voor de ambassade geplaatst.

Rond 18:40 steekt men de straat weer over, terug richting Binnenhof.

Bij de poort naar het Binnenhof worden weer spreekoren aangeheven, maar er is geen sprake van geweld.


Kort na 19:00 wordt de demonstratie beëindigd.
Foto's © 2009 Boyd Noorda. Grote versies en andere foto's op aanvraag via Socia Media
Bron
