Het Vredespaleis, de Carnegie Foundation en het Internationaal Recht
Reageer (0)drs J.J. Wijenberg
Mr. S. van Hoogstraten
Algemeen Directeur Carnegie Foundation
carnegie@carnegie-stichting.nl
onderwerp Het Vredespaleis, de Carnegie Foundation en het Internationaal Recht
's-Gravenhage, 28 februari 2010
Geachte heer Van Hoogstraten,
Het Vredespaleis huisvest het Internationaal Gerechtshof (IGH). Het Hof gaf op 9 juli 2004 een Advisory Opinion over bestaand internationaal recht. Het betreft de door Israël, voornamelijk op Palestijns illegaal bezet gebied, gebouwde muur en vele verwante onderwerpen. Nog voor het IGH deze uitspraak deed, had Israël de uitkomst al verworpen. Het bewees daarmee niet alleen dat het internationaal recht niet aan de kant van Israël staat. Israël geeft aan deze uitspraken geen enkele uitvoering en schendt het internationaal recht juist in steeds ernstiger mate.
Eind 2008/begin 2009 voerde de Israel Defense Forces (IDF) een moorddadige en vanuit de optiek van het internationaal recht onnodige aanval uit op voornamelijk de burgerbevolking van Gaza. Rapporten van de VN-Mensenrechtenraad (het 'Goldstone-rapport'), de VN-Secretaris Generaal, het Internationale Rode Kruis, de Speciale Rapporteur Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden, de Arabische Liga en talrijke particuliere Israëlische en internationale organisaties (waaronder Amnesty International en Human Rights Watch) komen tot vrijwel unanieme conclusies: Hamas heeft het internationaal recht geschonden, maar Israël heeft zich daaraan grootschalig vergrepen. Daarbij werd tegen de burgerbevolking ook chemische wapens ingezet. In navolging van de adviezen van Goldstone zijn Hamas en Israël in de gelegenheid gesteld nader onderzoek te doen en eventuele daders te straffen. Blijven zij nalatig, wat het geval is, dan worden de aanklachten doorverwezen naar het Internationaal Strafhof in Voorburg. Israël is zelfs een campagne begonnen om het internationaal recht zodanig aan te passen dat de misdaden van de IDF 'gerechtvaardigd' zouden worden, de omgekeerde wereld.
Op 9 en 10 maart a.s. zal het CIDI een symposium organiseren “A safe Israel in a Peaceful Middle East”. Gegeven de bovenstaande omstandigheden is de titel al een verontrustend staaltje van misplaatste propaganda. De keuze van het Vredespaleis is ook een bewuste provocatie van wie het internationaal recht hoog achten. De heer Dan Meridor (vice premier van Israel, minister van Informatie en Kernenergie) is een van de sprekers. Nog afgezien van de hierboven beschreven minachting voor het internationaal recht, is deze minister verantwoordelijk voor de Mossad. Dezer dagen staan de media vol over de moord op een Hamasleider, Mahmoud al-Mabhouh, in Dubai, waarvan alleen de kaboutertjes geloven dat Israël daar niet verantwoordelijk voor is. Met deze actie is sprake van standrechtelijke executie en schending van de territoriale integriteit van de Verenigde Arabische Emiraten en werd een onschuldige slachtoffer van moord. Al-Mabhouh was onschuldig om tenminste drie redenen: in beschaafde landen is iemand pas schuldig bevonden na een eerlijk juridisch proces en een daaruit voortvloeiende veroordeling, het Handvest van de Verenigde Naties, art. 51, garandeert het recht op zelfbeschikking en de Vierde Geneefse Conventie verschaft mensen die onder een bezetting leven het recht zich ook gewapenderhand te verzetten tegen de bezetter. Israël beschuldigt het slachtoffer van de aankoop van wapens. Daar had hij het volste recht toe. Hoe kan je je anders gewapend verzetten tegen je bezetter?
Het symposium wordt gehouden in het Vredespaleis. Dat is een klap in het gezicht van zowel het internationaal recht als van het Internationaal Gerechtshof en de rechters. Waar de contouren van de schendingen van het Oorlogsrecht en van Misdaden tegen de Menselijkheid boven de Israëlische regering hangen, behoren vertegenwoordigers van deze regering niet in het Vredespaleis te worden ontvangen.
Tenslotte wijs ik u erop, dat de uitgaven van CIDI voor het symposium kennelijk worden bekostigd uit Maror gelden. Deze dienen als compensatie voor Joods lijden tijdens de oorlog, door de Nederlandse regering en instellingen uitgekeerd. Deze mogen officieel alleen ten behoeve van collectieve doelen van de Joodse gemeenschap worden gebruikt, wat dus moeilijk met het doel van dit komende CIDI symposium te rijmen valt. Hoewel de Carnegie Foundation daarvoor natuurlijk geen verantwoordelijkheid draagt, komt het mij voor dat de ontvangst van betalingen uit misbruikte fondsen de reputatie van uw organisatie ook geen goed zal doen.
Samenvattend ben ik van mening dat de Carnegie Foundation zich niet zou willen en moeten lenen voor het geven van onderdak aan een symposium dat schade doet aan de reputatie van de Foundation en aan het symbool van vrede, recht en rechtvaardigheid, het Vredespaleis. Ik raad u dan ook dringend aan om aan dit symposium uw medewerking te onthouden.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
oud-ambassadeur
zie ook hier
