Oproep aan PFWZ tot stoppen met investeringen ondernemingen betrokken bij illegale praktijken
Aan het bestuur van PFZW
t.a.v. de voorzitter de heer J.G.M. Alders
Postbus 117
3700 AC Zeist
Cc: CEO PGGM
Martin van Rijn
Geachte bestuur,
Al enige jaren hebben wij contact met uw fonds over uw investeringen in bedrijven die betrokken zijn bij Israël's illegale bezetting van de Palestijnse gebieden en de Syrische Golan Hoogte.
Onze vragen zijn altijd correct behandeld door uw afdeling voorlichting. Daarin kwam een kentering ten tijde van het Russell Tribunaal over Palestina toen u een andere woordvoerder, de heer van Els, benoemde. In deze brief zetten wij onze ervaringen uiteen en vragen wij om verheldering van onduidelijkheden.
Overzicht van ervaringen
2008
- Deelnemers vragen uw fonds om zich terug te trekken uit Veolia Environnement en Alstom vanwege hun betrokkenheid bij het sneltram project in Jeruzalem dat West Jeruzalem verbindt met illegale nederzettingen in Palestijns Oost Jeruzalem.
- De Werkgroep Keerpunt maakt u attent op een analyse van (een deel van) uw portefeuille van bedrijven die via hun activiteiten betrokken zijn bij Israël's illegale bezetting van de Palestijnse gebieden en de Syrische Golan Hoogte.
2009
- De Werkgroep Keerpunt en diverse deelnemers herhalen de vraag aan het fonds zich terug te trekken uit Veolia, Alstom, Africa Israel, Bank Hapoalim, Bank Leumi en Elbit. Deze bedrijven werden genoemd in de analyse die uw fonds het jaar daarvoor had ontvangen.
- Op 16 november 2009 schrijft uw fonds dat Israel uw aandacht heeft. U meldt dat u in 2008 begonnen bent met het aanspreken van Veolia en Alstom op hun rol in Israël. “Israël is een terugkerend onderwerp dat wordt besproken met de ethische adviseurs van Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Op dit moment is onze positie zo dat wij deze kwestie niet aan de hand van betrokkenheid van individuele ondernemingen als Africa Israel, Bank Leumi of Bank Hapoalim wensen te behandelen, maar structureel, op basis van beleid.”
U meldt tevens dat u om beleggingstechnische redenen Africa Israel uit uw portefeuille heeft verwijderd.
- Eind 2009 ontvangt uw fonds van de Werkgroep Keerpunt een analyse van uw beleggingen zoals opgesteld door Who Profits from the Occupation, een onderzoeksproject van de Israëlische Coalition of Women for Peace.
2010
- Op 14 februari 2010 is uw fonds in een email geïnformeerd over het besluit van het Noorse Staats Pensioenfonds om te desinvesteren uit het Israëlische bedrijf Elbit Systems (militair materieel). Tal van fondsen die verantwoord beleggen volgen het voorbeeld van het toonaangevende Noorse fonds. PGGM Operations bevestigt aandelen in Elbit te bezitten en spreekt uit geen aanleiding te zien tot desinvesteren.
- Op 1 november 2010 wordt uw fonds opnieuw benaderd over uw investeringen in Elbit. Uw woordvoerder (Mevrouw Abrahams) reageert binnen een week met, “Op onze site staat in het 3de kwartaalbericht verantwoord beleggen een verwijzing naar Israëlische ondernemingen (pagina 16). Door een wijziging in de benchmark wordt er nagenoeg niet meer belegd in deze ondernemingen. U kunt deze informatie vinden op:
http://www.pggm.nl/Over_PGGM/Investments/Publicaties/verslagen_en_documenten/verslagen_en_documenten.asp#0 Het gaat om o.a. Bank Hapolim, Bank Leumi, Bezeq Int. Telecommunication, Cellcom, CLAL Group, Israeli Discount Bank, Elbit Systems, en Mizrahi Tefahot Bank.
- Vrij Nederland schrijft in de week van 18 November 2010, conform uw kwartaalrapportage, dat PGGM zich uit vrijwel alle Israëlische bedrijven van de WhoProfits-lijst had teruggetrokken.
- In november 2010 stuurt u een schriftelijke verklaring aan het Russell Tribunaal waarbij u niet op hun uitnodiging bent ingegaan om uw beleid tijdens het tribunaal mondeling toe te lichten.
- Na publicatie van een artikel over de desinvesteringen uit Israëlische bedrijven door PFZW in The Electronic Intifada in november 2010 heeft uw woordvoerder, de heer Van Els, de communicatie overgenomen. Op verzoek van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) gaf Van Els commentaar op uw besluit tot desinvestering uit Israëlische bedrijven. Hij vertelde het CIDI dat deze bedrijven door een nieuwe benchmark waren uitgesloten. Hij verstrekte tegelijk aanvullende informatie, namelijk dat Israël door het in 2010 verkregen OECD lidmaatschap nu buiten de boot valt. De Israëlische bedrijven zouden nu simpelweg “te klein” zijn om voor investering aanmerking te komen. Dit is echter moeilijk te rijmen met de talloze investeringen in “kleine” bedrijven in andere OECD-landen. Bovendien liet FTSE ons weten dat Israël al in 2008 als ontwikkelde markt was aangemerkt.
2011
- Per 31 december 2010 heeft uw fonds weer geïnvesteerd in de Israëlische bedrijven waar u zich half 2010 uit had teruggetrokken. Van Els verklaarde dat er per 1 januari 2011 een nieuwe benchmark wordt gevolgd, waardoor deze bedrijven weer in aanmerking komen. Hierop vooruitlopend heeft uw fonds in korte tijd fors geïnvesteerd in de Israëlische bedrijven die betrokken zijn bij de illegale bezetting van de Palestijnse gebieden en de Syrische Golan Hoogte. Zie Bijlage 2.
Analyse van stukken
Wij hebben uw verklaring aan het Russell Tribunaal en een deel van uw jaar- en kwartaalverslagen geanalyseerd. De informatie in de verschillende stukken is naar ons idee niet samenhangend. In deze brief geven wij de samenvatting van onze analyse die u in Bijlage 1 kunt vinden.
Naar ons oordeel is uw verklaring aan het Russell Tribunaal op sommige punten onjuist, onvolledig en niet transparant, of onvoldoende:
- Onjuist, omdat u stelt dat investeringen in Israëlische bedrijven zijn beëindigd, terwijl uit een vergelijking van de investeringslijsten 31/12/20009 en 31/12/2010 blijkt dat er geen sprake is van beëindiging van de investeringen. (Zie Bijlage 1, punt E1)
- Onvolledig en niet transparant omdat uw betrokkenheid bij bedrijven die profiteren van de Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden slechts zichtbaar is voor uw participatie in beursgenoteerde ondernemingen (37% van de beleggingsportefeuille van PFZW) en niet voor uw overige beleggingscategorieën. U geeft hierover geen nadere informatie. (Zie Bijlage 1, punt B1)
- Onvoldoende omdat u in uw jaarverslag 2010 aangeeft dat u uw verantwoordelijkheid voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen slechts wil (proberen te) nemen als dit niet ten koste gaat van eventueel te behalen rendement. Dat is een magere invulling. (Zie Bijlage 1 punt C3)
- Onvoldoende, omdat u een langdurige procedure volgt bij uw beleid rond ‘engagement’ en ‘exclusion’, ook daar waar (indirecte) medeplichtigheid aan illegale activiteiten duidelijk is. Een engagement procedure van 2 à 3 jaar achten wij hiervoor te lang. (Zie Bijlage 1, punten A1 en D)
- Wij constateren dat alle internationale ondernemingen, die volgens Who Profits in 2008 betrokken waren bij illegale activiteiten in de Bezette Gebieden, en waarover wij u in 2008 en 2009 informeerden, nog steeds voorkomen in uw portefeuille. (zie Bijlage 1, punt E4)
- Uw overzicht van engagement-procedures lijkt onvolledig. (zie D.6)
Het aantal engagement-procedures in 2011 zoals genoemd in de uw kwartaalverslagen verantwoord beleggen staat in geen verhouding tot het aantal bedrijven waarin u investeert. Zie Bijlagen 1, punt D7 en Bijlagen 2 en 3)
Wij verzoeken u om de diverse vragen, die wij in onze analyse “Kanttekeningen bij Verklaring aan Russell Tribunaal” (Bijlage 1) formuleerden, zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Het Russell Tribunaal dat begin november in Zuid Afrika haar volgende zitting zal houden zullen wij over onze bevindingen informeren.
Tenslotte verzoeken wij u uw ethisch adviseurs in kennis te stellen van deze brief.
Met vriendelijke groet,
Guus Hoelen, Werkgroep Keerpunt; Stadhouderslaan 5, 3832 AB Leusden
Adri Nieuwhof, consultant; Chemin du Lignolet 18A, CH-1260 Nyon, Zwitserland
Bijlage 1: Kanttekeningen bij Verklaring van PFZW aan Russell Tribunaal dd 12 november 2010
Bijlage 2: Overzicht PFZW investeringen per 31 december 2010 resp. 31 december 2009
Bijlage 3: Beleggingen in 2010 die ook al in 2008 bestonden volgens analyse Who Profits, waarbij Who Profits nadere informatie gaf over betrokkenheid bij illegale activiteiten.
Bijlage 1: Kanttekeningen bij Verklaring van PFZW aan het Russell Tribunaal dd 12 november 2010
A. Aan het eind van uw brief aan het Russell Tribunaal plaatst u twee opmerkingen (blz. 6):
1. U uit uw grote zorg over het conflict tussen Israël en Palestina, de bezetting door Israël van de Palestijnse Gebieden, en de voortgaande schending van het internationaal recht inclusief de mogelijke medeplichtigheid van bedrijven die actief zijn in Israël en de Bezette Gebieden.
Ons commentaar: Terecht legt u een verbinding tussen de voortgaande schending van het internationaal recht (door Israël) en de mogelijke medeplichtigheid van bedrijven (en dat geldt ook voor investeerders in bedrijven die medeplichtig zijn). PFZW is tijdig gewaarschuwd voor medeplichtigheid via haar investeringen en kan haar verantwoordelijkheid niet ontlopen.
2. U meldt uw vastbeslotenheid om ‘als aandeelhouder’ uw invloed uit te oefenen ‘binnen uw geformuleerde beleid’ om een ‘bescheiden’ bijdrage te leveren aan de beëindiging van het conflict.
Ons commentaar: Met uw tweede opmerking lijkt u verantwoordelijkheid te willen nemen. Het is echter niet duidelijk wat u verstaat onder aandeelhouder en of al uw financiële verbindingen daaronder vallen. Wij komen hierop terug in punt B1
Ook zijn er onduidelijkheden ten aanzien van uw geformuleerd beleid. Wij komen hierop terug in C
Tenslotte siert ieder bescheidenheid, maar bescheidenheid is geen argument voor het uit de weg gaan van duidelijke keuzes.
Wij vragen u om een reactie op ons commentaar in de vorm van een helder standpunt.
B. Investeringsbeleid (blz. 1 e.v.)
1. U meldt een breed assortiment van investeringen zoals investeringsfondsen, aandelen, obligaties, hedge-fondsen, vastgoed en infrastructuur. U lijkt echter alleen in te gaan op het onderwerp ‘aandelen in beursgenoteerde ondernemingen’, maar betrokkenheid bij bedrijven die profiteren van of betrokken zijn bij illegale activiteiten in de Bezette Gebieden betreffen natuurlijk ook de andere investeringscategorieën. De transparantie die PFZW zegt na te streven lijkt beperkt, tenzij duidelijk wordt gemaakt onder welke voorwaarden de andere investeringen mogen worden gerealiseerd.
Concrete informatie over betrokkenheid bij bedrijven die actief zijn in Israël en de Bezette Gebieden lijkt te ontbreken.
Verder vragen wij ons af of het klopt dat uw fonds niet in Israëlische staatsobligaties belegt. Zoja, op basis van welke argumenten is dit besluit genomen?
Graag worden wij over bovengenoemde punten beter geïnformeerd.
2. U meldt het gebruik van een ‘Sophisticated Matching Approach’ om een geselecteerde benchmark te volgen. Concrete informatie over deze instrumenten rond betrokkenheid bij bedrijven die actief zijn in Israël en de Bezette Gebieden ontbreekt. Wat is de concrete inhoud van de ‘Sophisticated Matching Approach’ en om welke concrete benchmarks voor welke sectoren gaat het hierbij? Ook hierover ontvangen wij graag nadere informatie.
C. Verantwoord Investeringsbeleid (blz. 2)
1. Uw betrokkenheid bij het ‘Verantwoord Investeringsbeleid’ stellen wij zeer op prijs en zeker ook de kanttekening dat dit geldt voor alle investeringscategorieën. Des te meer verbaast het ons dat transparantie niet voor alle categorieën bestaat (zie B1). Een frappant voorbeeld is het mandaat dat u hebt gegeven aan Black Rock Advisors (UK) Ltd, die belegt in beursgenoteerde ondernemingen in Israël. Graag zouden wij uw reactie op het ontbreken van deze transparantie vernemen.
2. U concentreert uw beleid op de zogenoemde ESG-factoren (Environment, Social en Corporate Governance) en beperkt dit vervolgens tot uw ‘focus areas’.
De brede ESG-benadering suggereert veel meer dan door de beperking uiteindelijk wordt gerealiseerd. Een toelichting op de beperking hebben wij niet kunnen vinden in uw stukken, maar stellen wij wel op prijs.
3. Uit uw jaarverslag 2010 maken wij op dat u een heel beperkte invulling geeft aan uw Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). U wilt uw verantwoordelijkheid voor MVO (beperkt tot ESG) slechts (proberen te) nemen als dit niet ten koste gaat van eventueel te behalen rendement. [1] “In onze beleggingsbeslissingen laten wij ons leiden door financiële criteria, waaronder ESG-factoren. Wij kijken dus of en welke financiële invloed het milieu, mens en maatschappij en het ondernemingsbestuur hebben op onze beleggingen. (..) Door de materiële ESG-factoren in kaart te brengen, hebben we meer inzicht in de invloed van ESG-factoren op onze beleggingen. (blz. 3 en 4 van uw samenvatting jaarverslag 2010)”
Is dit uw daadwerkelijke beleid?
4. U stelt dat PFZW kan investeren in alle bedrijven die niet op uw ‘exclusion list’ voorkomen. Uw ‘engagementprocedure’ functioneert vervolgens als vangnet om toch door te gaan met investeringen in bedrijven die betrokken zijn bij Israël's schendingen van het internationaal recht. Daarmee hebt u voor uzelf een enorme ruimte verschaft. Dit is moeilijk te rijmen met de uw intenties rond transparantie en verantwoord investeringsbeleid. Graag uw reactie.
5. In verband met het internationaal recht, zoals door u verwoord in de bovenaangehaalde ‘laatste opmerkingen’ (A1), lijkt het ons dat de door u genoemde ‘focus areas’ te beperkt zijn en in ieder geval de onderwerpen volkenrecht en oorlogsrecht missen. Opname van de laatste onderwerpen zou nadere invulling zijn van de Human Rights en Labour Rights. Bent u hiertoe bereid?
6. Uw jaarverslag geeft een onoverzichtelijke en weinig samenhangende weergave van relevante elementen uit uw beleid rond MVO, bijvoorbeeld:
U legt een zwaar accent op uw invulling van het zogenoemde ESG-beleid, maar tegelijkertijd benoemt u de elementen van uw uitsluitingbeleid als mensenrechten, klimaatverandering, ondernemingsbestuur en gezondheid. Bovendien hanteert u richtlijnen voor bedrijven werkzaam in conflictgebieden. Voor niet-ingewijde deelnemers is dit nauwelijks te volgen.
Waar gaat het nu precies om in uw beleggingsbeleid? Kunt u overzichtelijk rapporteren?
D. Beleid Engagement en Exclusion (blz. 3 en 4 e.v.)
1. Wij hebben goede nota genomen van uw presentaties over ‘Exclusions’ en ‘Engagement’.
Merkwaardig genoeg gebruikt u hier een andere indeling dan bij de ESG-factoren, de Focus Areas en uw zorg over schending van het internationaal recht.
Schending van mensenrechten (maar niet volkenrecht en oorlogsrecht?) worden door u bij voorkeur benaderd via ‘engagement’ en tenslotte via ‘exclusion’.
Kunt u zorg dragen voor een meer consistente en transparante benadering van de verschillende criteria en benchmarks?
2. Uw werkwijze is verwoord in de ‘Equity Ownership Policy’[2]
U voegt hierbij weer een aantal voorwaarden toe waardoor investeringen in en betrokkenheid bij bedrijven die actief zijn in Israël en de Bezette Gebieden kunnen worden gebagatelliseerd. Dat lijkt ons geen verantwoorde werkwijze. Graag uw reactie op deze werkwijze
3. U schakelt blijkbaar externe deskundigen in (zie par. 5.1 brief aan Russell Tribunal) om schendingen van mensenrechten te signaleren. Op zich is dat een goede actie, maar hoe transparant zijn de uitkomsten van de bevindingen van deze externe deskundigen? En gaat het daarbij om mensenrechten. arbeidsrechten of ook om volkenrecht en oorlogsrecht? Graag uw reactie.
4. U meldt dat ‘engagement procedures’ normaliter 2 - 3 jaren in beslag nemen; dat lijkt een heel lange termijn waar schending van rechten aan de orde zijn. Kan die periode niet aanzienlijk worden bekort door een meer assertieve benadering? In het geval van Veolia is deze periode verstreken. Ook hierbij graag uw reactie.
5. Waarom gebruikt u bij evidente schendingen van het internationaal recht, zoals het geval is bij medeplichtigheid van bedrijven aan Israël's schendingen van het internationaal recht, een langdurige procedure via engagement en exclusion zonder vooraf duidelijke criteria te stellen aan investeringen over strijdigheid met volkenrecht en oorlogsrecht?
Graag een concrete reactie.
6. Wij hebben helaas geen lijst kunnen vinden van alle ondernemingen waarmee u engagement-gesprekken voert; slechts de in 2010 gevoerde gesprekken hebben wij kunnen vinden. Deze is onvolledig indien er langere tijd geen actieve inzet plaats vindt (bijvoorbeeld Alstom ontbreekt in uw kwartaalverslagen over verantwoord beleggen.
Graag zouden wij een totale lijst van lopende engagement-procedures willen ontvangen.
7. Daarbij concluderen wij dat u in de kwartaalberichten 2011 engagement-procedures aankondigt met twee van de 37 Israëlische ondernemingen (31-12-2010) en met vier van de 13 internationale ondernemingen van de lijst van Who Profits (2008), waarvan voor twee bedrijven het onderwerp ontbreekt.
Het aantal engagement-procedures in 2011, zoals genoemd in de eerste twee kwartaalverslagen, staat in geen verhouding tot het aantal bedrijven waarin u investeert volgens de Bijlagen 2 en 3.
ALSTOM, HEIDELBERGCEMENT, CRH, UNILEVER, ASSA ABLOY, G4S PLC, GENERAL MILLS INC, HEWLETT PACKARD CO en MOTOROLA INC ontbreken, terwijl voor CEMEX en CATERPILLAR het onderwerp ontbreekt.
Graag uw.
E. PFZW en bedrijven die actief zijn in de Bezette Gebieden (par. 6 brief Russell Tribunal)
1. Opvallend is de mededeling dat PFZW niet langer investeert in de lijst van ‘Who Profits’ eind 2009 ten gevolge van een wijziging in de benchmark. Die vermelding is ook te vinden in verslag 2010-Q3 over verantwoord beleggen. Kan toegelicht worden waarom vervolgens in 2010 opnieuw geïnvesteerd is in bedrijven die profiteren van de illegale Israëlische bezetting van Palestijnse Gebieden plaats vindt? (zie vergelijking investeringslijst per 31-12-2009 en 31-12-2010, Bijlage 2)
2. Het blijft onduidelijk om welke wijzigingen in welke benchmarks het nu eigenlijk gaat. Wat zijn nu die verschillen in de benchmarks van juni 2010 en januari 2011?
3. Uw constatering dat de beleggingen in Israëlische bedrijven om een beperkt aandeel van de totale investeringen betekent tegelijk dat de bijdrage aan de opbrengst van de beleggingen minimaal is. Dat kan dus geen reden zijn om deze beleggingen te handhaven.
Waarom handhaaft PFZW dan dit beleid?
4. We moeten concluderen dat u bij uw beleggingsportefeuille de analyse door Who Profits van uw portefeuille 2008 over betrokkenheid van internationale bedrijven bij illegale activiteiten in de Bezette Gebieden volledig hebt genegeerd. (Zie Bijlage 3)
F. PGGM en openheid over beleggingen (jaarverslag 2010, blz. 18)
a. PGGM ondersteunt volledige openheid over beleggingen.
b Wij bieden onze klanten de mogelijkheid hun deelnemers jaarlijks inzage te geven in de beleggingsportefeuille en met welke partijen PGGM namens hen zaken doet.
c. PGGM vindt dat deelnemers van haar klanten het recht hebben om te weten hoe hun pensioengelden worden belegd.
d. Dat betekent dat deelnemers moeten kunnen zien hoe het beleggingsbeleid concreet wordt vertaald naar de beleggingsportefeuille van hun pensioenfonds.
1. Gegeven onze kanttekeningen en vragen in vóórgaande paragrafen doen wij een beroep op u om uw rapportages aanzienlijk te verduidelijken en onze vragen te beantwoorden.
Wij zouden graag kennis willen nemen van uw voornemens in deze.
Bijlage 2: Overzicht PFZW investeringen per 31 december 2010 resp. 31 december 2009
MAKHTESHIM AGAN IN Israël Chemicals 1.007.763 (2009: 201.729 )
MENORA MIVTACHIM Israël Insurance 319.995 (2009: 322.620 )
MIGDAL INSURANCE Israël Insurance 374.981 (2009: 2.327.458 )
MIZRAHI TEFAHOT BK
Israël Commercial Banks 1.067.853 (2009: 1.636.209 )
HAREL INSURANCE Israël Insurance 354.508 (2009: 469.534 )
GAZIT GLOBE
Israël Real Estate Investment Trusts 865.335 (2009: 664.835 )
NICE SYSTEMS Israël Software 1.854.135
FIRST INTER BK ISR Israël Commercial Banks 156.319
DISCOUNT INV CORP
Israël Industrial Conglomerates 482.388 (2009: 2.450.044 )
DELEK AUTOMOTIVE S Israël Specialty Retail 231.787 (2009: 1.117.892 )
DELEK DRILLING
Israël Oil, Gas & Consumable Fuels 767.195 (2009: 502.638 )
DELEK GROUP Israël Industrial Conglomerates 524.347 (2009: 1.332.294 )
ELBIT IMAGING LTD
Israël Real Estate Management&Development 118.619 (2009: 275.672 )
ELBIT SYSTEMS LTD Israël Aerospace & Defense 983.465 (2009: 1.769.741 )
ISRAEL CORP Israël Chemicals 2.455.019 (2009: 2.365.564 )
ISRAEL DISCOUNT BK
Israël Commercial Banks 1.529.057 (2009: 3.243.188 )
IDB HOLDING CORP
Israël Industrial Conglomerates 492.995
ICL-ISRAEL CHEM Israël Chemicals 7.608.246 (2009: 6.953.045 )
HOT CABLE SYSTEMS Israël Media 335.943
CLAL INDUSTRI INVS
Israël Industrial Conglomerates 332.826 (2009: 451.177 )
CLAL INSURANCE ENT Israël Insurance 268.261 (2009: 2.455.930 )
PAZ CHAEN Israël Oil, Gas & Consumable Fuels 494.771 (2009: 454.886 )
PARTNER COMMUNICAT
Israël Wireless Telecomm. Services 1.393.568 (2009: 1.999.764 )
ORMAT INDUSTRIES Israël Electrical Equipment 267.035
OSEM INVESTMENT Israël Food Products 675.446 ( 2009: 844.677 )
OIL REFINERIES LTD
Israël Oil, Gas & Consumable Fuels 517.205 (2009: 537.576 )
TEVA PHARMA IND Israël Pharmaceuticals 40.803.797 (2009: 66.716.905 en
11.597.139 )
KOOR INDS Israël Industrial Conglomerates 304.027 (2009: 2.241.172 )
PROPERTY & BLDG
Israël Real Estate Management & Development 146.086
STRAUSS-ELITE Israël Food Products 446.833 (2009: 2.403.609 )
SUPER-SOL Israël Food & Staples Retailing 345.994
CELLCOM ISRAEL LTD
Israël WirelessTelecommun. Services 1.386.862 (2009: 2.015.576 )
BK LEUMI LE ISRAEL Israël Commercial Banks 2.636.676 (2009: 7.098.380 )
BEZEQ ISRAEL TELCM
Israël Diversified Telecommunication 5.313.062 (2009: 5.131.392 )
BANK HAPOALIM B.M.
Israël Commercial Banks 4.500.353 (2009: 5.723.553 )
CHECK POINT SFTWRE Israël Software 28.544.635 (2009: 18.754.142 )
AFRICA ISRAEL INV
Israël Real Estate Investment Trusts 111.768
Geen investeringen meer in 2010, wel in 2009
CERAGON NETWORKS Israël Communications Equipment 449.893
FRUTAROM INDUSTRIE Israël Chemicals 339.707
ALVARION LTD Israël Communications Equipment 241.498
BATM ADVANCED COMM Israël Communications Equipment 302.894
HOUSING & CONS HLD Israël Construction & Engineering 428.834
Bijlage 3: Beleggingen in 2010 die ook al in 2008 bestonden volgens analyse Who Profits, waarbij Who Profits nadere informatie gaf over betrokkenheid bij illegale activiteiten.
|
DEXIA |
België |
Commercial Banks |
704.850 |
| ||||||||||||||
|
ALSTOM |
Frankrijk |
Electrical Equipment |
5.864.653 | |||||||||||||||
|
VEOLIA ENVIRONNEME |
Frankrijk |
Multi-Utilities |
5.649.221 | |||||||||||||||
|
HEIDELBERGCEMENT |
Duitsland |
Construction Materials |
4.395.488 | |||||||||||||||
|
CRH |
Ierland |
Construction Materials |
4.578.843 | |||||||||||||||
|
CRH |
Ierland |
Construction Materials |
2.563.896 | |||||||||||||||
|
Mexico |
Construction Materials |
11.404.833 | |||||||||||||||
|
Indonesië Nederland Verenigd Koninkrijk |
Household Products Food Products Food Products |
2.270.405 58.627.612 30.247.375 | |||||||||||||||
|
ASSA ABLOY |
Zweden |
Building Products |
28.572.863 | |||||||||||||||
|
G4S PLC |
Verenigd Koninkrijk |
Commercial Services & Supplies |
25.941.295 | |||||||||||||||
|
CATERPILLAR INC |
Verenigde Staten |
Machinery |
20.029.630 | |||||||||||||||
|
GENERAL MILLS INC |
Verenigde Staten |
Food Products |
25.019.160 | |||||||||||||||
|
HEWLETT PACKARD CO |
Verenigde Staten |
Computers & Peripherals |
98.635.458 | |||||||||||||||
|
MOTOROLA INC |
Verenigde Staten |
Communications Equipment |
7.179.722 | |||||||||||||||
