Stop de bezetting van palestina

Stop de bezetting
 Vrienden:
  1814 X
 Tegenstanders:
  123 X

Jan Wijenberg spreekt: brief aan nieuwe plv directie Afrika en Midden Oosten

Reageer (0)

                                                                          

                                           Ministerie van Buitenlandse Zaken

                                  Jhr. Mr. H.D.N. Quarles van Ufford                                                                                       Plv. Directeur Directie Afrika

                                                                                  en Midden-Oosten

                                                                                  Postbus 20061

                                                                                  2500 EB  's-Gravenhage

 

 

onderwerp        welkom

cc.                   Mr. Dr. J.P. Balkenende, Minister President

                        Drs. M.J.M. Verhagen, Minister van Buitenlandse Zaken

                        Drs. A.G. Koenders, Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

                        Mr. E. Kronenburg, Secrataris-Generaal, Ministerie van Buitenlandse Zaken

 

 

 

                                                                                  's-Gravenhage, 27 augustus 2009

 

 

Geachte heer Quarles van Ufford,

 

Naar ik heb begrepen heeft uw voorganger zijn ambtelijke belangstelling nu verlegd van de rivier de Jordaan en omstreken naar de Westerschelde en aanverwante aspecten. Graag vraag ik uw aandacht voor een aantal onderwerpen uit het recente verleden met relevantie voor de toekomst.

 

samenvatting en conclusies

 

Aan de hand van zeven voorbeelden wordt hieronder aangetoond dat Minister Verhagen de Tweede Kamer niet getrouw aan de feiten informeert, van een ernstig gebrek aan respect voor het internationaal recht, waaronder de mensenrechten, blijk geeft en zijn blinde trouw aan het Israƫlische regiem ten toon spreidt. Het is vanzelfsprekend niet aan mij gevolgen te verbinden aan de berichtgeving van de Minister aan de Tweede Kamer. Het is aan de volksvertegenwoordigers voorbehouden daarover te oordelen.

In de politiek wordt als de meest beleden beleidsdoelstelling voor het oplossen van het conflict van Israƫl met de Palestijnen wel genoemd het bereiken van een rechtvaardige en duurzame vrede. Ik voeg daar dan aan toe: dat is slechts mogelijk op basis van het internationaal recht.

De onderstaande analyse brengt aan het licht dat Nederland zijn waarde in het internationaal overleg heeft verloren. Het doet er niet toe wat Israƫl beweert, hoe onwaarschijnlijk ook, Minister Verhagen neemt het zonder meer voor waar aan. Ook worden alle harde bewijzen en vermoedens van Israƫlische misdaden systematisch genegeerd of ontkend, boodschappers en internationale organisaties soms verdacht gemaakt. De schijn van hoor en wederhoor wordt gewekt. In de praktijk is het een farce. De Minister neemt het evenmin erg nauw met de weergave van de feiten en manipuleert de inhoud en strekking van rapporten.

Het Nederlandse Midden-Oostenbeleid zal op de kortere termijn geen enkele bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van het gestelde doel: vrede. De kaarten zijn verkeerd geschud.

 

 

 

Mohammed Omer

 

Op 26 juni 2008 werd ik verschillende malen door telefoonoproepen een vergadering uitgeroepen. Deze telefoongesprekken werden gevoerd met diplomaten van H.M. Ambassade te Tel Aviv en met de toen 23-jarige Gazaanse journalist, Mohammed Omer.

Zij deelden mij mee dat en hoe Mohammed Omer vier uur lang was gemarteld door vertegenwoordigers van de Israƫlische autoriteiten toen hij, komend van Jordaniƫ en op weg naar Gaza, de Allenby Bridge Crossing wilde passeren. Ook vernam ik het commentaar van het Palestijnse ambulancepersoneel over de deplorabele conditie waarin zij Omer aantroffen en de bevindingen van de Palestijnse artsen in een ziekenhuis in Jericho, waar hij het eerst werd onderzocht. Deze artsen verklaarden op basis van ervaring dat martelingen worden uitgevoerd op een manier dat aan het lichaam weinig te zien is, maar intern ernstige verwondingen worden veroorzaakt. De conditie van Omer kwam overeen met deze verklaring. De noodzakelijke vervolgonderzoeken, later uitgevoerd door artsen in Nederland, hebben hetzelfde patroon geconstateerd.

Het lijdt geen twijfel, dat de betrokken diplomaten over dit voorval uitvoerig zullen hebben gerapporteerd. De bevindingen van de Nederlandse artsen zijn bij de Minister ook bekend.

 

Op vragen terzake uit de Tweede Kamer antwoordde de Minister na consultatie van de Israƫlische autoriteiten:

            Ik stel vast dat de lezing van de heer Omer en die van de IsraĆ«lische regering over wat er   precies is voorgevallen zeer uiteenlopen. Ik heb IsraĆ«l daarom gevraagd om een nader onafhankelijk onderzoek in te stellen. In reactie hierop heeft IsraĆ«l aangegeven het reeds uitgevoerde onderzoek als afdoende te beschouwen. Ik zie geen mogelijkheden om in dit standpunt verandering te brengen en acht de zaak daarmee afgedaan.

            Kamerbrief inzake de behandeling van de Palestijnse journalist Mohammed Omer door IsraĆ«lische veiligheidsfunctionarissen, 29-08-2009

 

Op mijn beurt stel ik vast, dat de Minister de voorkeur geeft aan de lezing van de beschuldigde instantie door zich zonder verder onderzoek neer te leggen bij diens standpunt. Hij negeert de rapportage van zijn eigen ambtenaren en de bevindingen van Palestijnse artsen, bevestigd door Nederlandse medici. Bovendien kan ik bevestigen van de feiten en ontwikkelingen op de hoogte te zijn gehouden direct nadat deze zich hadden voltrokken. Deze feiten en ontwikkelingen spreken "de bevindingen" van de Israëlische autoriteiten tegen. De Minister is zich daar wèl van bewust.

Het betreft een van de ernstigste vergrijpen onder het internationaal recht, met name de mensenrechten, bovendien begaan aan een journalist, een kwetsbare vaandrager van het vrije woord. Minister Verhagen staat toe dat de Israƫlische autoriteiten hiermee zonder gevolgen aan Nederlandse zijde wegkomen.

Door de Tweede Kamer op deze wijze te informeren doet de vraag zich voor of hij de Kamer getrouw aan de feiten heeft gerapporteerd en geconcludeerd.

 

the 'Spirit of Humanity'

 

De Verenigde Naties beschouwen de Gazastrook als door Israël bezet gebied, op 9 juli 2004 bevestigd door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het land oefent namelijk al een lange reeks van jaren volledige controle uit ter land, ter zee en in de lucht. Geleidelijk aan heeft het beleg klassiek Middeleeuwse vormen aangenomen. De bevolking wordt onder geheim gehouden Israëlische criteria voldoende bevoorrading van voedsel, water, kookgas, elektra, medicijnen, bouwmaterialen, kleding en vele andere noodzakelijke goederen en diensten onthouden. Gezondheidszorg, onderwijs en de ontwikkeling van de Gazaanse economie worden de facto onmogelijk gemaakt. Na de verwoestende aanslag van eind 2008/begin 2009 op Gaza werd dit 'beleid' met onverminderde kracht voortgezet. UNRWA, het Rode Kruis en een keur van andere geloofwaardige internationale instanties en waakhonden van de mensenrechten melden keer op keer dat de Palestijnse samenleving in Gaza doelbewust wordt vernietigd. De Westerse wereld was voortdurend tot in detail geïnformeerd, keek toe en protesteerde voor de vorm, maar liet Israël zijn gang gaan.

Tot nu toe hebben acht "Free Gaza" boten getracht het beleg vanuit Cyprus te doorbreken. De bedoeling was steeds om hoogstnoodzakelijke goederen, zoals medicijnen en voedsel, aan de Palestijnse bevolking te brengen. Aanvankelijk is dat een enkele keer gelukt. Echter, op 29 en 30 december 2008 ramde de Israƫlische Marine de Dignity en bracht het bijna tot zinken. Aan boord waren behalve drie ton medicijnen, drie chirurgen, een lid van het Cypriotische parlement, het voormalige lid van het Huis van Afgevaardigden van de VS, Cynthia McKinney (D-GA), en de Ierse mensenrechtenactivist Caoimh Butterly.

De Spirit of Humanity verliet Cyprus in de ochtend van 29 juni 2009 nadat de douane aldaar de lading en het schip had onderzocht en akkoord bevonden. De lading bestond uit medicijnen, hulpgoederen en kinderspeelgoed. Volgens de gezagvoerder werd tegen de avond, varende in internationale wateren en drie uur varen van Gaza, het scheepje omsingeld door acht (8) Israƫlische Marinevaartuigen. Deze stoorden de communicatiesystemen van de Spirit, dreigden het onbewapende, civiele vaartuig te beschieten en bevalen de kapitein terug te keren naar Cyprus. De kapitein van de Spirit, met aan boord 21 mensenrechtenwerkers en journalisten uit 14 landen, besloot in internationale wateren te blijven maar niet terug te keren naar Cyprus.

Op 30 juni, om 03.00 uur, bevond de Spirit zich, aldus de kapitein, in internationale wateren, 19 mijl buiten territoriale wateren. Toch viel de Israƫlische Marine de boot aan, verwijderde de passagiers onder dwang en sleepte het schip naar Israƫl. De passagiers, waaronder Mairead Maguire, de Ierse winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede en de eerder genoemde McKinney, werden gearresteerd en in Israƫl in de Ashrod Detention Facility gevangen gezet. Dat de Spirit of Humanity niet is geramd en tot zinken gebracht, is volgens de opvarenden toe te schrijven aan de wereldwijde aandacht die op het schip was gevestigd.

Bron: The Washington Report, Israeli Navy Commandeers Gaza Relief Boat in International Waters, by Delinda C. Hanly, August 2009, Vol. XXVIII, no. 6, page 20

 

Op 7 juli 2009 diende het Tweede Kamerlid voor de SP, Harry van Bommel, hierover vragen in bij de Minister van Buitenlandse Zaken. Deze antwoordde op 23 juli 2009. Zie: Vergaderjaar 2008-2009, Aanhangsel van de Handelingen, blz. 6985, no. 3310.

Op de vraag of de Minister van plan is bij de Israëlische autoriteiten te protesteren en de inbeslagname van het schip en arrestatie van de opvarenden te veroordelen, antwoordt deze ontkennend. Hij heeft navraag gedaan en begrepen dat de Israëlische Marine de kapitein heeft geïnformeerd dat het 'vanwege veiligheidsredenen' niet is toegestaan de Gazaanse kustwateren binnen te varen. Toen dat toch gebeurde, moest de Marine helaas ingrijpen. Hij ziet dus geen aanleiding om te protesteren.

Drie aspecten vallen op. Ten eerste, de Minister accepteert kritiekloos de beweringen van de Israƫlische Marine. Ten tweede blijkt uit niets dat hij inzage in het logboek van de Spirit of Humanity heeft gevraagd om vast te kunnen stellen waar het schip zich op dat moment bevond. Op die manier zou bevestiging worden verkregen van de juistheid van de verklaring van de kapitein, dan wel van de Israƫlische autoriteiten. Ten derde blijkt ook niet dat hij de Nederlandse Minister van Defensie, of andere competente instanties, heeft gevraagd om via documentatie van satellieten na te gaan wat de positie van het schip om 03.00 uur in de ochtend van 30 juni jl precies was.

 

In het vraag- en antwoordspel komt een ander interessant aspect naar voren. Van Bommel wijst op de mening van Richard Falk, niet alleen de Speciale VN-Rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Bezette Gebieden, maar ook een eminent geleerde in het internationaal recht van de al even eminente Princeton University en bovendien een Amerikaans ingezetene met een joodse achtergrond. Falk ziet het tegenhouden van de Spirit als bewijs van de blokkade van de Gazastrook en dus in strijd met artikel 33 van de Vierde Geneefse Conventie. Neen, zegt de Minister. Op basis van afspraken met de PLO is Israƫl verantwoordelijk voor de veiligheid in de kustwateren van Gaza en mag het in dit kader maatregelen nemen tegen schepen. Hulpgoederen voor Gaza moeten volgens Israƫl via de daartoe aangewezen grensovergangen over land te worden aangevoerd, aldus de Minister. Hij voegt er nog aan toe dat hij bij herhaling en onlangs nog en met grote nadruk erop heeft aangedrongen de toevoer van goederen naar de Gazastrook toe te staan.

Israƫl beschikt op grond van tenminste Veiligheidsraadresolutie 242 van 1967 en artikel 33 van de Vierde Geneefse Conventie over geen enkele jurisdictie om te bepalen hoe en waar goederen Gaza bereiken. Dat horen de Gazanen zelf te bepalen.

Het Israëlische regiem kan en mag terecht trots zijn op deze ultieme proeve van newspeak, of wellicht van een klassieke Jezuïtische redeneertrant. Het is van tweeën één: Israël handhaaft de blokkade van Gaza, ook te water. Dan is het verklaarbaar dat zijn Marine schepen met hulpgoederen weert. Als dit juist is, heeft Richard Falk gelijk en de Minister niet. Dan wel, Israël is belast met de zorg om de veiligheid van de Gazaanse territoriale wateren. In die context valt niet te begrijpen waarom routinematig onbewapende koopvaardijschepen met hulpgoederen en vredelievende opvarenden worden gemolesteerd, bedreigd, opgebracht, gearresteerd en in de gevangenis gesmeten. In dit tweede geval heeft Richard Falk ook gelijk en de Minister niet.

Het toppunt van merkwaardige redeneertranten wordt wel bereikt als de Minister "bij herhaling en onlangs nog en met grote nadruk erop heeft aangedrongen de toevoer van goederen naar de Gazastrook toe te staan". Dat doet de Minister bij de pogingen om over water de illegale blokkade te breken overduidelijk niet.

 

Bij dit alles is nog niet eens in de beschouwing betrokken of Israƫl zeepiraterij heeft bedreven. Dit dient (en kan) onomstotelijk worden vastgesteld. Daarvoor dient de Minister nader onderzoek te entameren, wat hij kennelijk niet van plan is te doen. Mocht sprake zijn van zeepiraterij, dan zou Israƫl zich op hetzelfde niveau stellen als ongeregelde bendes uit Somaliƫ, in de Straat van Malakka en aan de noordwestkust van Zuid-Amerika. In die context heeft de Nederlandse Regering, als de traditionele juridisch hoeder van de Vrijheid van de Zee, op basis van de antwoorden aan de heer Van Bommel aan de internationale zeevarende gemeenschap uit te leggen waarom hij dit aspect niet onderzoekt totdat de feiten onomstotelijk vaststaan.

 

rapporten over de winteroorlog 2008/2009 tegen Gaza

 

In de nasleep van de winteroorlog 2008/2009 werden door allerlei organisaties beschuldigingen van alle mogelijke aard geuit over grootschalige schendingen van het internationaal recht. Deze betroffen Hamas, maar vooral de Israel Defence Forces (IDF). Dit heeft geresulteerd in tenminste vijf belangrijke rapporten. De Minister had toegezegd de Tweede Kamer daarover te informeren. Hij deed dat in de Kamerbrief inzake Gaza, stand van zaken onderzoeken operatie Cast Lead, d.d. 10-06-2009.

 

De Minister stond voor de zware opgave om het blazoen van Israƫl en de IDF schoon te poetsen tegen een storm van fundamentele kritiek in. Hij vond het antwoord in een combinatie van negeren, ontwijken en laster.

 

1.         jaarrapport Richard Falk

 

Opmerkelijk is het ontbreken in de Kamerbrief van het jaarrapport van de eerder genoemde Richard Falk, sinds 2008 de Speciale VN-Rapporteur voor de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden. Op basis van de eerste gegevens ziet het er, aldus Falk, naar uit dat Israƫl oorlogsmisdaden van de allergrootste orde heeft begaan. Het is naar zijn mening van minder belang dat Israƫl buitenproportioneel geweld heeft gebruikt, wat vast staat. Van groter belang is, dat het accent moet liggen op de vraag of de Israƫlische aanval volgens het VN-Handvest een verboden, niet defensief gebruik van geweld was, dat neerkomt op een daad van agressie, en als zodanig een misdaad tegen de vrede vormt. Er waren vreedzame mogelijkheden (herhaalde voorstellen door Hamas van een wapenstilstand), die Israƫl willens en wetens niet heeft willen gebruiken. Falk dringt aan op verder onderzoek.

Minister Verhagen verzuimt dit rapport te vermelden en er dus conclusies aan te verbinden, zoals het zou horen.

 

2.         rapport Commissie Martin

 

Tijdens de verschillende conflicten van IsraĆ«l met Libanon, viel IsraĆ«l met opzet VN-faciliteiten aan waarbij veel burgerslachtoffers vielen.  (Zie Civis Mundi, jaargang 47, nr. 4, blz 137, eerste kolom) Deze minachting voor de VN en uitdaging van de wereldgemeenschap zette zich voort in de aanval op Gaza. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gaf zijn Board of Inquiry, de Commissie Martin genoemd, opdracht onderzoek te doen naar de incidenten gericht tegen VN-bezittingen en -personeel in de periode tussen 27 december 2008 en 19 januari 2009.

Uit de door de VN verspreide samenvatting van het rapport blijkt dat de Commissie heeft vastgesteld dat aanvallen in Gaza op VN-faciliteiten en op Palestijnse burgers die er bescherming genoten meerdere malen voorkwamen, waarbij geen sprake was van het verschuilen van Hamas krijgers tussen de burgerbevolking. Bewust werd door de VN gesponsorde voedselvoorziening en onderwijs grote schade toegebracht.

De Minister reageert uiterst terughoudend en beperkt zich tot algemene formuleringen zonder tot de kern van het probleem - aangetoonde IsraĆ«lische misdaden tegen de Verenigde Naties - door te dringen. Hij heeft geen protest aangetekend tegen het - afgedwongen - besluit van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties om het rapport geheim te houden en slechts een samenvatting te publiceren. Hij benadrukt 'vertrouwelijke besprekingen van de SG met IsraĆ«l'.  IsraĆ«l wordt door de Minister niet veroordeeld. Misdaden van IDF-soldaten worden, in koor met het IsraĆ«lische regiem, als individuele uitglijers beschouwd en niet - zoals inmiddels ruimschoots aangetoond (de hoofdrabbijn van het IsraĆ«lische leger werd daarvoor zelfs officieel gedisciplineerd) - als door religieuze en militaire leiders gestimuleerd gedrag.

In feite luidt de boodschap van de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken aan de familie van de Verenigde Naties: wat mij betreft zijn jullie waar het Israƫl aangaat vogelvrij.

 

Hoewel het IsraĆ«lische regiem consequent weigert mee te werken aan onderzoeken, negatieve bevindingen routinematig als vooringenomen afwijst en weigert essentiĆ«le vragen onder ogen te zien, schrijft de Minister in dit verband: "De regering verwelkomt deze stappen [namelijk de bovenbedoelde niet-essentiĆ«le stappen aan IsraĆ«lische zijde] en merkt op dat tot dusver nog niet is gebleken dat ook Hamas bereid is het eigen optreden aan onderzoek te onderwerpen." 

De kernvraag is, waarom zou dit moeten blijken? Hamas is de rechtmatige winnaar van naar tevredenheid verlopen Palestijnse verkiezingen. Desondanks ging Hamas akkoord met de vorming van een coalitieregering met de verliezende partij, Fatah. Vervolgens zag Hamas zich de voorbereidingen van een, door Fatah, Israƫl en de 'Westerse wereld' georkestreerde, gewapende coup ontwikkelen en voorkwam dit op tijd in Gaza. Het bestuur van de Westoever van de Jordaan is wederrechtelijk in handen van Fatah. Tegelijk werden meer dan 40 parlementsleden van Hamas in Israƫl gevangen gezet en gehouden (tot nu toe zonder enig protest van de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken). Vele andere Hamas-vertegenwoordigers werden door Fatah vermoord, gemarteld en/of gevangen gezet. De internationale gemeenschap excommuniceerde de rechtmatige winnaar van de Palestijnse verkiezingen, bestrijdt deze met alle beschikbare middelen en werpt op die manier onoverkomelijke hinderpalen op voor zinvolle vredesonderhandelingen.

Tegen die achtergrond komt toch de vraag op waarom Hamas aan die internationale gemeenschap zou moeten  laten blijken dat het eigen optreden aan een onderzoek wordt onderworpen. IsraĆ«l weigert zelf  onderzoek dat die naam waardig is uit te voeren en de internationale gemeenschap heeft zijn gezag verspeeld.

 

3.         ICRC-onderzoek

 

Hier is sprake van het zelfde laken, een pak. De minister hoeft niets ten nadele te zeggen over Israƫl, want 'de inhoud van het rapport [zal ICRC] niet vrijgeven maar bilateraal met Israƫl bespreken'.

De minister gaat gemakshalve ook voorbij aan een unieke gebeurtenis. Het Rode Kruis vond het nodig om in november 2007 een uiterst kritisch rapport over de situatie in de Palestijnse Bezette Gebieden, en dus over de misdragingen van Israƫl, uit te brengen. De titel 'Dignity Denied' zegt alles. Dat is een novum, het Rode Kruis bemoeit zich nooit met politieke kwesties. Toch vond de organisatie het na grondig onderzoek en daaruit voortkomende conclusies nodig van deze vaste beleidslijn af te wijken. Deze noodkreet heeft geen merkbaar effect gehad op de internationale gemeenschap en Minister Verhagen. Kennelijk worden de Palestijnen gezien als een wegwerpvolk.

Het is van het grootste belang dat de Minister de inhoud van het recente ICRC-onderzoek bespreekt en daaraan politieke conclusies verbindt.

 

 

4.         rapport Commissie Dugard

 

De Arabische Liga had een vooruitziende blik. De betreffende Commissie deed snel na het beƫindigen van de vijandigheden onderzoek, ook in Gaza, in opdracht van de Arabische Liga. De onafhankelijke Commissie was samengesteld uit personen van het hoogste wetenschappelijke kaliber. Het 254 bladzijden tellende rapport is van voortreffelijke kwaliteit. Over de juistheid van de conclusies kan slechts ƩƩn opmerking worden gemaakt: als Israƫl had meegewerkt aan het onderzoek, zouden sommige gevolgtrekkingen deze staat wellicht in een beter daglicht hebben kunnen plaatsen. Het rapport veroordeelt Hamas en veegt, minutieus onderbouwd, de vloer aan met Israƫl.

Alle voorzorgen van de Arabische Liga ten spijt, het mocht niet baten. De Minister beweert, dat de Arabische Liga geen onpartijdige speler is. Dit, zo durft hij te beweren, ondermijnt de geloofwaardigheid van de onderzoeksresultaten en de conclusies. IsraĆ«l moet koste wat het kost beschermd worden tegen nauwkeurig onderbouwde beschuldigingen van zeer ernstige schending van het internationaal recht. 

Deze reactie op het rapport van de Commissie Dugard verschaft een verhelderende, zij het ontluisterende,  kijk in het gedachtegoed van de Minister. Hij heeft er kennelijk geen moeite mee om de reputatie van voortreffelijke en integere mensen als John Dugard, Paul de Waart en anderen in twijfel te trekken. Voorts, de Arabische Liga heeft vredesvoorstellen op tafel gelegd die veel nauwer aansluiten bij het internationaal recht dan die van het Kwartet (en de vele eerdere zogenaamde vredesvoorstellen van de Westerse wereld). De Minister toont geen respect voor deze serieuze organisatie van soevereine staten.

In de casus van Mohammed Omer en in die van de Spirit of Humanity werd hierboven aangetoond dat de Minister blind vertrouwen heeft in bijna alles wat het Israƫlische regiem hem op de mouw belieft te spelden. Tegen die achtergrond is het hoogst opmerkelijk dat hij de Arabische Liga vooringenomenheid verwijt. Het bijbelse beeld van de balk en de splinter dringt zich onwillekeurig op.

 

5.         Commissie Goldstone

 

De Commissie Goldstone onderzoekt momenteel de schendingen van het internationaal recht in opdracht van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Het is niet aannemelijk dat deze Commissie het verzamelen van feiten, de analyse, de conclusies en de aanbevelingen van de Commissie Dugard zal kunnen evenaren, laat staan overtreffen.

Maar de Minister komt weer goed weg. Er is nog geen rapport. Hij hoeft dus niets te zeggen over de misdaden van Israƫl. Wel laat hij niet na de aandacht te vestigen op Hamas, de legitieme representant van het Palestijnse volk en de kleine verzetsorganisatie tegen de moordmachine van het oppermachtige Israƫl.

Inmiddels heeft de Minister voorzorgen getroffen om de onderzoeksresultaten van deze Commissie te zijner tijd te kunnen afwijzen om op die manier IsraĆ«l te vrijwaren van kritiek. De Minister heeft IsraĆ«l gevraagd  met de Commissie mee te werken en voegt daar aan toe:  "[…] met alle door Nederland onderschreven kanttekeningen en bezwaren ten aanzien van diens mandaat."  Voor Nederland was dit  eerder voldoende reden om steun aan de betreffende resolutie te onthouden. Van IsraĆ«lische zijde werd gesteld geen probleem te hebben met onderzoek, mits uitgevoerd door onpartijdige en onafhankelijke instanties. IsraĆ«lische gesprekspartners van de Minister beschuldigen de Raad van vooringenomenheid ten aanzien van IsraĆ«l en vinden het mandaat zeer eenzijdig. Van IsraĆ«l mag niet worden verwacht dat het meewerkt aan dit onderzoek. Merkwaardigerwijs zegt IsraĆ«l respect te hebben voor de onomstreden status van Goldstone zelf. Hij voldoet toch aan IsraĆ«l's criteria van onpartijdigheid en onafhankelijkheid? De Minister heeft zich niet tegen deze redenering verzet.

Verslag van een bezoek aan Israƫl, de Palestijnse Gebieden [noot: met uitzondering van het Gebied dat er nu toe doet: Gaza, JJW] en Syriƫ, dat plaatsvond van 21/25juni 2009, Kamerstuk no. 23432-301, d.d. 10-07-2009

 

Israƫl heeft tot nu toe blijk gegeven geen enkele onderzoekende instantie onpartijdig en onafhankelijk te vinden. Op grond van zijn manier van behandelen van serieuze rapporten, is de Minister het daar roerend mee eens. Het blazoen van Israƫl moet en zal schoon gehouden worden.

 

slotopmerking

 

Hoe graag ik dit ook zou willen, uit het voorgaande blijkt dat ik u onder de huidige omstandigheden niet kan gelukwensen met uw nieuwe benoeming. Wel wens ik u veel wijsheid en sterkte toe.

 

                                                                                              Met vriendelijke groeten,

 

 

                                                                                               Jan J. Wijenberg

                                                                                              oud-ambassadeur

« Terug naar Artikelen

Overzicht Reacties over dit Artikel

gebruikersnaam:
wachtwoord:
wachtwoord vergeten?
Sloop de muur help mee
Laaste reacties
datum: 08-02-2012 21:01
Dit is een reactie op valasco, die verwijst naar een stuk uit Elsevier.
(ik denk dat hij/zij ...

by dorus
datum: 08-02-2012 14:43
http://www.middleeastmonitor.org.uk/articles/guest-writers/3012-testimony-to-the-russell-tribunal-on...
by Jessy
datum: 08-02-2012 13:39
http://www.elsevier.nl/web/Opinie/Afshin-Ellian/330030/Syrie-waarom-hoor-ik-Harry-van-Bommel-niet.ht...
by valasco
datum: 07-02-2012 21:42
Het is opmerkelijk dat ik dit nieuws gisteren voor het eerst, en op een later tijdstip herhaald, zag...
by plamp



Hosted by Webspacedesign