Het structurele karakter van Israelische fraude
Reageer (0)11-9-2009
De Israëlische regering streeft al van voor het uitroepen van de staat Israël naar het bezit van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem met daarbinnen de aanwezigheid van zo weinig mogelijk Palestijnen. (De Golan Hoogvlakte wordt om als strategisch beschouwde redenen illegaal bezet gehouden.)
Hier is niets geheim aan. Het vormt de kern van de programma's van belangrijke politieke partijen als Likoed, Kadima en Shas. In de toespraak bij zijn inauguratie als president van Israël zei Shimon Peres (Kadima): "On the future map of Israel four priorities must be marked: Jerusalem, the Negev, the Galilee and the Valley of Peace". (Ha'aretz, 15 juli 2007). Bij de aanvaarding van het hoogste ambt van Israël schond hij ten overstaan van zijn volk, de Palestijnen en de hele wereld het internationale recht. In ieder geval behoren Jeruzalem, Galilea en de Vallei van de Vrede zijn land soms slechts deels toe. Oost-Jeruzalem en de Golan Hoogvlakte zijn zelfs wettelijk als onderdeel van de staat Israël ingelijfd. Een van de belangrijkste instrumenten voor de bezetting van Palestijns en Syrisch gebied is het nederzettingenbeleid. Vele duizenden juridische, militaire, administratieve, infrastructurele en andere soorten maatregelen vullen dit beleid aan. Het Palestijnse politieke, economische en sociale leven wordt effectief gesmoord.
De Israëlische socioloog Baruch Kimmerling noemt dit laatste politicide. Richard Falk, de gerespecteerde hoogleraar internationaal recht te Princeton en zich joods/Amerikaan noemend, kwalificeert dit beleid als slouching towards a Palestinian genocide. De Israëlische advocaat en strijder tegen het nederzettingenbeleid, Michael Sfard, is van mening, dat de raison d'etre van de nederzettingen is "growth and enlarging the scope of territorial domination".
De conclusie moet zijn, dat het nederzettingenbeleid van achtereenvolgende Israëlische regeringen een essentieel onderdeel van het lange termijn beleid vormt en tegelijk strijdig is met een veelheid van instrumenten van internationaal recht en met de kernwaarden van de Europese Unie. Erkend dient te worden dat een onvermijdelijk conflict bestaat: de waarden en normen en de wet- en regelgeving van de EU dienen opgelegd te worden aan een onder het internationaal recht verworpen staatsfilosofie.
Iedereen die het internationale nieuws maar enigszins aandachtig volgt, ziet de inbeslagname van Palestijnse gebieden zich onder zijn eigen ogen voltrekken en neemt de vreselijke gevolgen voor de Palestijnse bevolking waar. Gerenommeerde instellingen (het Rode Kruis, Amnesty International, Gush Shalom en vele, vele andere) en achtenswaardige persoonlijkheden (om slechts een paar te noemen: Jimmy Carter, Desmond Tutu, Richard Falk, John Dugard, Noam Chomski, Norman Finkelstein) hebben de aandacht van de internationale gemeenschap voor deze misstanden gevraagd en opgeroepen te interveniëren. Vier studies hebben de Israëlische misdaden tegen de Palestijnse bevolking van Gaza en internationale instellingen tijdens de Winteroorlog 2008 - 2009 geboekstaafd en een vijfde is op komst:
- het jaarrapport van Richard Falk, sinds 2008 de Speciale VN-Rapporteur voor de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden;
- het rapport van de Board of Inquiry, de Commissie Martin genoemd, deed in opdracht van de Secretaris-Generaal van de VN onderzoek naar de incidenten gericht tegen VN-bezittingen en -personeel in de periode tussen 27 december 2008 en 19 januari 2009;
- het onderzoek uitgevoerd door het Rode Kruis;
- het rapport van de Commissie Dugard in opdracht van de Arabische Liga;
- de Commissie Goldstone onderzoekt momenteel de schendingen van het internationaal recht in opdracht van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Het rapport wordt eind september 2009 verwacht.
Tot nu toe volgen de conclusies hetzelfde patroon: Israël overtrad op grote schaal vele instrumenten van internationaal recht. De Palestijnen zijn de vrijwel weerloze slachtoffers.
Het recente streven van president Barak Obama om - als eerste en minuscule stap in de richting van vrede - tenminste de uitbreiding van de nederzettingen te doen bevriezen, wordt onmiddellijk geconfronteerd met woedende Israëlische reacties en regelrechte sabotage van dit streven.
In de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 9 juli 2004 werd met de nederzettingenpolitiek korte metten gemaakt. Er bestaat geen onderscheid tussen 'legale' en 'illegale' nederzettingen. Alle zijn illegaal. Israël dient alle nederzettingen te ontruimen en zich achter 'de groene lijn' terug te trekken als voorwaarde voor het - op voet van gelijkheid - houden van 'finale status' onderhandelingen. Nog voordat deze uitspraak werd gedaan, erkende Israël deze niet. Dit houdt een treffend bewijs in dat dit land het internationaal recht niet aan zijn kant heeft.
Het nederzettingenbeleid vormt een dagelijkse en grootschalige schending van het internationaal recht. Voor de illegale nederzettingen zijn de inkomsten uit exporten naar de EU van economisch levensbelang. Deze export onder Israëlische vlag garandeert het economische voortbestaan van de nederzettingen. Waar de Europese lidstaten weinig of geen moeite doen om deze met fraude gepaard gaande export te bestrijden, maken zij zich medeschuldig aan het voortbestaan van de zich nog steeds uitbreidende illegale nederzettingen. Zij schenden aldus eveneens het internationaal recht, de Europese wet- en regelgeving en blokkeren de kans op een rechtvaardige en duurzame vrede tussen de Palestijnen en Israël.
De internationale reputatie van de Europese Unie en de lidstaten staat op het spel.
Jan J. Wijenberg
Den Haag
11 september 2009
