Column Astrid Essed: De Palestijnse hongerstaking meetlat Israëlische politiek
In tegenstelling tot de in gangbare Amerikaanse en Westeuropese politieke en mediakringen gedane beweringen was de recentelijk beëindigde hongerstaking van de meer dan 6000 Palestijnse gevangenen, die zijn gedetineerd in Israëlische gevangenissen en militaire gevangenkampen, niet gebaseerd op politieke, maar op humanitaire gronden.
De Europese Unie zou bij een blijvende weigering van Israël om de mensenrechtenregels na te leven moeten overgaan tot opschorting van het Associatie-accoord met Israël.
De Palestijnse hongerstaking als morele meetlat van de Israelische politiek.
De Europese Unie zou bij een blijvende weigering van Israël om de mensenrechtenregels na te leven moeten overgaan tot opschorting van het Associatie-accoord met Israël.
In tegenstelling tot de in gangbare Amerikaanse en West-Europese politieke
en mediakringen gedane beweringen was de recentelijk beeindigde
hongerstaking van de meer dan 6000 Palestijnse gevangenen, die zijn
gedetineerd in Israelische gevangenissen cq militaire gevangenkampen, niet
gebaseerd op politieke, maar humanitaire gronden.
Achtergrond:
Momenteel worden in meer dan 8 Israelische gevangenissen en 3 militaire
gevangenkampen meer dan 7500 Palestijnse politieke gevangenen vastgehouden
waaronder 106 vrouwen en 340 kinderen, van wie het grootste deel is
gearresteerd tijdens of na de twee grote Israelische militaire offensieven
in 2002.
Volgens door het Israelische leger en de gevangenisautoriteiten aan de
Israelische mensenrechtenorganisatie Btselem recentelijk verstrekte
gegevens zitten van deze groep meer dan 750 mensen vast zonder enige vorm
van aanklacht of proces [administratieve detentie], hetgeen een flagrante
schending is van de geldende internationale rechtsregels.
Daarenboven zijn de meeste gevangenissen en militaire gevangenkampen
gelegen in Israel, hetgeen in strijd is met het Internationaal Recht, dat
stelt, dat het verboden is gevangenen naar een locatie buiten het bezette
gebied over te brengen [artikel 76, 4e Conventie van Geneve]
A. Mensenrechtenschendingen in het kader van de detentieomstandigheden:
In de Israelische gevangenissen c.q. gevangenkampen is sprake van een
diversiteit aan mensenrechtenschendingen, die samenhangen met de behandeling
van de gevangenen, de schending van hun rechtspositie als gevangene en het
gebrek aan adequate facilitaire voorzieningen in de gevangenis.
1 Behandeling van de gevangenen:
Uit rapportages van gerenomeerde internationale en Israelische
mensenrechtenorganisaties, het Rode Kruis en VN-organisaties is gebleken,
dat er in Israelische gevangenissen en militaire gevangenkampen sprake is
van veelvuldige en ernstige massale schendingen van mensenrechten in de vorm
van zowel fysieke als psychologische martelingen c.q. intimidaties.
Veel voorkomende vormen zijn het fysiek mishandelen van gevangenen, veelal
in de vorm van collectieve straffen, langdurige eenzame opsluiting, beroving
van slaap, het blootstellen aan excessief lawaai, het uiten van bedreigingen
tegen familieleden en het geven van collectieve straffen [in strijd met
artikel 33 van de 4e Conventie van Geneve].
Bij vrouwelijke gevangenen is tevens sprake van verkrachtingen en de dwang
tot het verrichten van vernederende handelingen [zoals het naakt ''poseren''
voor mannelijke bewakers]
Ook worden kinderen regelmatig blootgesteld aan zowel fysieke mishandelingen
als psychologische intimidaties [het uiten van bedreigingen van
familieleden]
2 Schendingen van de rechtspositie van de gevangenen:
Ook is er sprake van flagrante schending van de rechtspositie van de
gevangenen, niet alleen in de vorm van de reeds genoemde ''administratieve
detentie'', maar eveneens in de weigering tot het toelaten van een advocaat,
het weigeren van familiebezoek en het verder belemmeren van contact met de
buitenwereld [door het niet-toekennen van het recht op beperkt telefoneren]
3 Het gebrek aan facilitaire voorzieningen
Sociaal-medisch
Alvorens in te gaan op de sociaal-medische aspecten in de Israelische
gevangenissen en gevangenkampen dient opgemerkt te worden, dat nog los van
eventuele en uiteraard onacceptabele vooroordelen tegen politieke
gevangenen, de behandelende artsen in dienst zijn van respectievelijk het
leger cq de gevangenis of politionele autoriteiten, hetgeen hen in conflict
kan brengen met hun onvoorwaardelijke verplichting tot het verlenen van
optimale medische zorg aan de patienten enerzijds en de eventueel hiermee
tegenstrijdige orders van hun opdrachtgevers anderszijds.
Het gebrek aan medisch-facilitaire voorzieningen:
In de meeste Israelische gevangenissen cq gevangenkampen is sprake van een
gebrek aan adequate medische zorg, hetgeen impliceert onregelmatig
artsenbezoek, gepaard gaande met een doorgaans oppervlakkig medisch
onderzoek, een tekort aan noodzakelijke medicijnen, hetgeen veelal wordt
gecompenseerd door het toedienen van pijnstillers.
Niet in de laatste plaats wordt met name het verstrekken van medicijnen en
het eventueel alarmeren van een arts bij urgente gevallen bemoeilijkt door
willekeurig optreden van het hiermee belast zijnde gevangenispersoneel.
Daarenboven is er bij noodzaak tot urgente opname in gevangenisziekenhuizen
vaak sprake van een onacceptabel lange wachttijd en eveneens onvoldoende
medische facilitaire voorzieningen zoals geschikte bedden, rolstoelen en
andere noodzakelijke medische apparatuur en een groot gebrek aan adequate
medische verzorging.
Het gebrek aan overige facilitaire voorzieningen:
Verder is er sprake van een aantal stuitende gebreken in de facilitaire
voorzieningen in de detentie-centra:
Zo is er in vrijwel alle gevangenissen sprake van te kleine cellen, een
groot beddentekort, gebrek aan sanitaire voorzieningen en een groot gebrek
aan hygienische basisvoorwaarden in het algemeen.
Met name is deze situatie humanitair onacceptabel in de militaire
gevangenkampen [met name Ofer en Ketziot] waar gevangenen extra worden
blootgesteld aan wiselende weersomstandigheden.
Eveneens is de voedselvoorziening niet alleen in de meeste gevallen
onvoldoende, maar is er ook veelal sprake van zeer slechte kwaliteit tot
bedorven voedsel.
Internationaalrechtelijke normen
Het is evident, dat bovenstaande misstanden nog afgezien van het
algemeen-inhumane karakter ervan, ernstige schendingen zijn van een aantal
internationaalrechtelijke verdragen, met name Het Internationaal Verdrag
tegen Marteling, de 4e Conventie van Geneve, de Standaard Minimum Regels
voor de Behandeling van Gevangenen en de VN-Conventie voor de Rechten van
het Kind.
B Hongerstaking:
Op 15 augustus werd in vier Israelische detentiecentra een hongerstaking
gestart door meer dan 3500 Palestijnse gevangenen, die zich zou uitbreiden
tot 7500 gevangenen en op 3 september werd beeindigd na onderhandelingen
met de gevangenisleiding.
Uit de door de hongerstakende gevangenen geformuleerde eisen werd duidelijk,
dat deze hongerstaking geen politiek, maar een humanitair
karakter droeg, aangezien vrijwel alle eisen refereerden aan zowel de
schending van de rechtspositie van de gevangenen, zoals het ontzeggen van het
recht op advocaten en familiebezoek, de slechte gevangenisomstandigheden
waaronder het gebrek aan adequate medische zorg, het gebrek aan hygienische
omstandigheden, het grote beddentekort en de zeer slechte kwaliteit van het
verstrekte voedsel.
Israelische politieke reacties en de behandeling door
gevangenisautoriteiten:
Israelische politieke reacties:
Niet alleen werd er zowel door Israelische politici als leidinggevende
gevangenisautoriteiten ten onrechte de indruk gewekt, dat deze actie geen
humanitair, maar een politiek karakter droeg, tevens werden de hongerstakers
gecriminaliseerd door gedane beweringen, dat een aantal genomen maatregelen
noodzakelijk waren voor het door de gevangenen te vormen veiligheidsrisico
voor het gevangenispersoneel en de buitenwereld.
Nog afgezien van het feit dat iedere gevangene onder alle omstandigheden
recht heeft op een humane behandeling zijn dergelijke beweringen gezien de
aanwezige extreme veiligheidsmaatregelen , die ieder risico voor
bewakingspersoneel uitsluiten en de ontsnappingskans uiterst gering maken,
totaal ongerijmd en getuigen daarenboven van een groot gebrek aan humaniteit
jegens de gevangenen.
Het meest extreme voorbeeld in dezen is de recentelijk door de Israelische
Minister van Interne Veiligheid Tzachi Hanegbi gedane uitspraak, die
verklaarde niet toe te geven aan de eisen van de hongerstakers, ook al zou
dat tot hun dood leiden.
Hoewel het evident is, dat een dergelijke door een Israelische
minister gedane uitspraak getuigt van een stuitend gebrek aan humaniteit en
als zodanig ten enenmale onacceptabel is, bewijst het feit, dat dit
nauwelijks geleid heeft tot serieuze politieke kritiek, dat een dergelijke
opvatting kennelijk gemeengoed is in het huidige Israelische politieke
klimaat, hetgeen een ernstig teken aan de wand is.
Behandeling door gevangenisautoriteiten:
Ook de behandeling van de Palestijnse hongerstakers door de Israelische
gevangenisautoriteiten getuigt van een stuitend gebrek aan humaniteit.
De basis van de hongerstaking was een dieet van dranken en zout.
De gevangenisautoriteiten echter bemoeilijkten de directe
levensomstandigheden door hen het gebruik van zout te ontzeggen, hetgeen
uiteraard een ernstige verslechtering van hun gezondheidstoestand
veroorzaakte.
Nog afgezien van het inhumane karakter hiervan is een en ander een ernstige
schending van hun mensenrechten waaronder het basisrecht op leven, het recht
op waardigheid en het recht op fysieke integriteit.
Uiteraard is de onderliggende bedoeling van dergelijke praktijken geweest om
de hongerstakers te dwingen opnieuw hun maaltijden te hervatten, hetgeen
overigens een schending is van het in 1975 gesloten Verdrag van Tokyo, dat het
uitoefenen van dwang op hongerstakende gevangenen de maaltijden te
hervatten verbiedt zolang hun voedselonthouding niet direct levensbedreigend
is.
Ook is er melding gemaakt van het weigeren van het verlenen van medische
assistentie zolang de hongerstaking werd voortgezet.
Er zijn daarenboven gevallen geweest waarbij in aanwezigheid van
hongerstakende gevangenen door gevangenispersoneel uitgebreide barbecues
werden aangelegd.
Terecht is hiertegen door zowel Israelische als Palestijnse
mensenrechtenorganisaties geprotesteerd bij zowel de gevangenisdirecties als
de Israelische politieke autoriteiten.
C Hongerstaking:
Inmiddels is de hongerstaking van de Palestijnse gevangenen beeindigd na
onderhandelingen met het Israelische gevangeniswezen waarbij de toezegging
gedaan werd, dat de behandelinging van de gevangenen in het algemeen en de
gevangenisomstandigheden in het byzonder aanzienlijk verbeterd zouden
worden.
D Europese politieke druk:
Gezien de reeds jarenlange slechte gevangenisomstandigheden, de slechte
behandeling van de Palestijnse gevangenen en het gebrek aan erkenning van
hun rechtspositie zou het van weing politieke realiteitszin getuigen te
veronderstellen, dat er op korte termijn de beloofde aanzienlijke
verbetering in hun levensomstandigheden zal optreden.
Het is dan ook van groot belang dat, nog afgezien van de zeer waardevolle
bijdragen van Israelische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties ten
behoeve van de gevangenen, hierin ondersteund door internationale hulp- en
mensenrechtenorganisaties, er reële politieke druk op Israel wordt
uitgeoefend door de EU, die immers als een van de voorwaarden in het met
Israel gesloten Associatie-accoord de naleving van de mensenrechtenregels
heeft opgenomen.
Het is dan ook van groot belang dat de EU bij een blijvende weigering van
Israel de mensenrechtenregels na te leven, er serieus toe overgaat
het Associatie-accoord met Israel op te schorten.
Astrid Essed
Sympathisant Stop de Bezetting
_________________________________________________________________
