Brief van drs. J.J.Wijenberg (vervolg)
Geachte heer of mevrouw Velleman,
Staat U mij toe om terug te komen op Uw brief in referte.
U stelt dat er temeer reden was om de normale procedure te volgen en geeft aan waarom. Ook al mocht dit juist zijn, dan blijft de vraag waarom uwerzijds de publiciteit werd gezocht met 'het horen' van Mw Duisenberg. Dit - zo zeggen mij terzake kundige juristen - is hoogst ongebruikelijk. Gegeven de openbare positie die betrokkene inneemt, kan dit onnodige schade voor haar reputatie opleveren. Graag zou ik daarop nadere toelichting van U ontvangen.
(Volledige tekst:)
Staat U mij toe om terug te komen op Uw brief in referte.
U stelt dat er temeer reden was om de normale procedure te volgen en geeft aan waarom. Ook al mocht dit juist zijn, dan blijft de vraag waarom uwerzijds de publiciteit werd gezocht met 'het horen' van Mw Duisenberg. Dit - zo zeggen mij terzake kundige juristen - is hoogst ongebruikelijk. Gegeven de openbare positie die betrokkene inneemt, kan dit onnodige schade voor haar reputatie opleveren. Graag zou ik daarop nadere toelichting van U ontvangen.
Van drs J.J. Wijenberg
Aan: Mr P.C. Velleman
officier van justitie te Amsterdam
referte uw brief d.d. 2 februari 2006
onderwerp Horen mw. Duisenberg
cc. Mw G. Duisenberg, Mr A.A.M. van Agt, de heer M.J. Cohen Burgermeester van Amsterdam - Korpsbeheerder, de heer B. Welten Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam, College van Procureurs-Generaal, Vara (Het Zwarte Schaap, NOVA), Het Parool, NRC, CIDI, IFJP
's-Gravenhage, 6 februari 2006
Geachte heer of mevrouw Velleman,
Staat U mij toe om terug te komen op Uw brief in referte.
U stelt dat er temeer reden was om de normale procedure te volgen en geeft aan waarom. Ook al mocht dit juist zijn, dan blijft de vraag waarom uwerzijds de publiciteit werd gezocht met 'het horen' van Mw Duisenberg. Dit - zo zeggen mij terzake kundige juristen - is hoogst ongebruikelijk. Gegeven de openbare positie die betrokkene inneemt, kan dit onnodige schade voor haar reputatie opleveren. Graag zou ik daarop nadere toelichting van U ontvangen.
Aangifte werd niet gedaan op grond van het vermoeden van een misdrijf. Hieraan liggen politieke drijfveren ten grondslag. Ik mijn brief van 22 januari jl. heb ik voorbeelden aangedragen van het vaste patroon van Israëlische en joodse zijden om kritiek op Israël's beleid te frustreren en het openbare debat daarover te ontregelen. Ik kan daar als verdere onderbouwing nog aan toevoegen, dat de Israëlische politicus Shimon Peres de vader is van het beleid om iedereen die kritiek op het Israëlische beleid uitoefent, van 'anti-Semitisme' te beschuldigen.
Van dit patroon van anti-democratisch gedrag werd de heer Van Agt in de pers en op televisie meermalen het slachtoffer. Uit Uw brief blijkt ook, dat Mw Duisenberg al voor de tweede keer geconfronteerd wordt met een of meerdere aangiften.
Deze vormen van achtervolgen (misschien wel stalken met juridische middelen) van een eerzame Nederlandse burgeres tasten niet alleen de burgerlijke rechten en vrijheden van betrokkene aan. Deze politiek gemotiveerde aanklachten leiden - indien de rechtelijke macht in al haar geledingen niet op haar tellen past - niet tot op het recht gebaseerde, maar tot politiek gestuurde rechtspraak.
U zal begrijpen, dat ik als medeburger meer dan verontrust ben. Omdat in deze zaak de integriteit van de rechtsstaat in het geding is, zou ik graag antwoord krijgen op de vraag waarom klager(s) niet niet-ontvankelijk werd(en) verklaard.
Mag ik in herinnering brengen dat de heer Th. van Gogh door het Arrondissement Amsterdam naar mijn beste weten nooit werd vervolgd en bijgevolg de moslimgemeenschap straffeloos mocht beledigen door hen uit te maken voor 'geitenneukers'?
Mede ook tegen deze achtergrond, komt het mij van groot belang voor dat Uw positie van (discriminatie-) officier van justitie niet erodeert naar die van discriminerend officier van justitie.
Met belangstelling zie ik Uw antwoord tegemoet.
Hoogachtend,
Jan J. Wijenberg
oud-ambassadeur
