Gaza-debatten en regeringsbeleid in januari 2009.
Reageer (0)
Gaza-debatten en regeringsbeleid in januari 2009.
Door: Serge van Erkelens, mede namens ‘Stop de Bezetting’. Nijmegen, 15 januari 2009.
Geacht Lid van de TK Commissie van BuZa,
De Gaza-debatten van 9 en14 januari werpen de grootst mogelijke smetten op de Nederlandse Israëlpolitiek, omdat de hoofdvraag vrijwel geheel uit beeld gehouden wordt.
Ook de veronderstelling, dat Nederland internationaal niet veel kan doen inzake Gaza, levert een kamerbreed brevet van onvermogen op in deze kwestie.
Een grootscheepse militaire aanval kán als geheel een oorlogsmisdaad van de allerhoogste orde zijn, waarbij de details die onder het juridische begrip ‘oorlogsmisdaad’ kunnen vallen, dan slechts een onderdeel zijn van het totaalpakket van de grootschalige misdaad van oorlog.
Het Handvest van de VN noemt het woord oorlogsmisdaad weliswaar niet in verband met een militaire aanval, maar ingeval van onrechtmatigheid daarvan, is duidelijk dat het gaat om een totaalpakket van duizenden handelingen bij oorlog, die normaal onder zware misdaad vallen, en zwaar bestraft worden: moorden, zware mishandelingen, berovingen, vernielingen, enz.
Waneer er voor miljarden verwoest wordt, miljoenen getraumatiseerd worden, duizenden gewond raken, duizend doden vallen, en een land compleet ontredderd raakt, dan staat met stip bovenaan de brandende vraag: Kán dit?!
Beter geformuleerd: Kan er voor die militaire aanval een rechtvaardiging gevonden worden via een beroep op zelfverdediging? Zo niet, dan is de aanval zelf een oorlogsmisdaad.
Er mag een minimum aan professionaliteit van de Nederlandse politiek verlangd worden bij de beantwoording van die vraag.
Kamerleden zijn politici en geen juristen, maar hebben normaal medeverantwoordelijk voor wetgeving. Ze staan met éen been in de juridische wereld, en er mag dus minstens verwacht worden, dat er een minimale poging gedaan wordt om een juridische invalshoek te bekijken.
Ook wat betreft de geloofwaardigheid van de regering en de Tweede Kamer, en een minimaal respect voor de kiezer, mag er bij beslissingen en beleid inzake Oorlog verlangd worden:
1. Dat er een oordeel gegeven wordt over de rechtmatigheid van een aanval.
2. Dat die beslissing voorzien wordt van een minimale- doch deugdelijke motivering.
3. Dat daaruit moge blijken dat vragen rond zelfverdediging behoorlijk onderzocht zijn.
4. Dat Nederlanders daaruit kunnen begrijpen, dat er degelijk werk geleverd is.
Beslissingen over oorlog zijn te belangrijk om in achterkamertjes afgedaan te worden. Vergelijk het CDA en de VVD en het debacle van Irak. Heeft Nederland meer lessen nodig?
Absoluut onvoldoende zijn oppervlakkige motiveringen zoals:
- “Ik vind..”, of “Wij vinden..”. Meningen doen er minder toe dan de erkende VN-beginselen.
- Oneliners. Balkenende, Verhagen, en velen in de internationale politiek stellen domweg: “Israël heeft het recht zichzelf te verdedigen tegen de raketten van Hamas.”
Daarbij blijken nog geen behoorlijke analyses noch serieuze overwegingen bij het oordeel.
Het zijn in feite propagandistische slogans, waar vooral de Israëllobby zich van bedient.
- Verwijzingen naar anderen. (de buren vinden het ook!) Neem die van van Baalen naar de Tsjechische voorzitten van de EU (big deal), of zijn uiterst misleidende naar Abbas, die weliswaar sprak over uitlokking door Hamas, maar de aanval geenszins legitiem acht.
Verwijzingen ontslaan absoluut niet van de eigen verantwoordelijkheid, en zijn bovendien misleidend, omdat gesuggereerd wordt dat “mening” doorslaggevend is inzake oorlog.
Wanneer bestaat er een recht op grof geweld, via een beroep op zelfverdediging?
Begin bij het stafrecht, dat bij élke mogelijkheid tot een andersoortige oplossing meteen elk beroep op gewelddadige zelfverdediging uitsluit. Huisvaders, die ’s nachts een inbreker slaan, mede vanuit het gevoel zijn kinderen te beschermen, worden zonder veel pardon veroordeeld.
Het internationale recht is hierin veel minder duidelijk, maar er wordt minstens geëist, dat er een dringende noodzaak is. Zeker vallen de woorden “Last Resort”, ofwel laatste redmiddel.
Daar is in het geval van de Israëlische aanval op Gaza op geen enkele manier sprake van.
Israël had de raketten van Hamas op veel manieren kunnen voorkomen, of kunnen stoppen.
Israël was zelfs min of meer verplicht om een aantal van die handelingen te verrichten, omdat het neerkomt op het stoppen met enkele van diens vele schendingen van VN-beginselen, of voldoen aan VN-resoluties, of afspraken bij Annapolis, uitspraak over de Muur, e.a.
Ook de Israëlische weigering om te praten met Hamas, welke de grootste democratisch gekozen Palestijnse partij is, moet uitgelegd worden als een onwil tot vrede. Onder westers toezicht zou makkelijk bekeken kunnen worden welke eisen van Hamas redelijk zijn, en onder welke voorwaarden er oplossingen mogelijk kunnen zijn. Israël weigert dit.
En Israël en het westen stellen eisen aan Hamas (waar Israël zelf absoluut niet aan voldoet), waaronder de erkenning van Israël, terwijl dat tot de hoofdzaak van de uiteindelijke vredesovereenkomst behoort, en allerminst tot voorwaarden om te praten over vrede.
Hamas heeft ook al regelmatig laten doorschemeren Israël te willen erkennen, maar kan dat natuurlijk pas formeel- en geloofwaardig voor eigen kringen doen bij de uiteindelijke vredesovereenkomst. De kranten meldden zelfs al, dat hierover een conflict met Al Qaida ontstaan is, maar de westerse politiek negeert die impliciete erkenning domweg.
De Nederlandse politiek steunt de weigering om met Hamas te praten, onder stringente verwijzing naar de Terroristenlijst, echter zonder ooit tot een echt debat te komen of het wel terecht is, dat Hamas daar op staat? Alsof God zelf die plaatsing verordonneerd heeft.
Het wordt verdedigd onder uiterst oppervlakkige verwijzingen naar het Hamas-statuut, en geroep over het “in zee drijven van Joden”, en onder volledig negeren, dat Kadima en Likud de Eretz-Israelpolitiek net zo goed in hun programma hebben staan.
Er is ook geen enkel serieus vredesproces, waarbij de vele schendingen van VN-beginselen door Israël in de Palestijnse gebieden als acuut probleem centraal staan.
Daarmee is elk beroep op een ‘Last Resort’ door Israël bij de aanval op Gaza afgesloten.
Hamas noemde veel meer redenen, waarom het besloot tot niet-verlenging van het bestand: De erbarmelijke toestanden, die Israël door te totale afsluiting van Gaza schiep.
De lange duur van de Israëlische bezetting.
De vele redenen om te twijfelen aan de Israëlische vredeswil, met name vanwege diens aspiraties op de Westbank.
De twijfel aan de westerse vredeswil, omdat het westen normaal voortdurend zeer doortastend is bij grootschalige schendingen van VN-beginselen, maar hier al 41 jaar faalt, en al 41 jaar geen enkele kracht zet achter de uitvoering van de vele VN-resoluties.
Voor een uitvoerige toelichting op de vragen rond zelfverdediging, en beoordeling van de hele kwestie en het conflict in het licht van de VN-beginselen, zie nogmaals het eerder aan u toegezonden stuk: “Zelfverdediging en Israëlisch en Nederlands extremisme”.
Geachte leden van de Regering en de Tweede Kamer,
Zelfs bij oppervlakkige kennis van het conflict, en kennisneming van de belangrijkste feiten, die zelfs al via de kranten bekend zijn, wordt al duidelijk dat Israël op geen enkele manier een beroep kan doen op ‘Last Resort’, of dringende noodzaak voor de inval in Gaza.
Zelfs het simpele gegeven, dat de raketbeschietingen er al jaren zijn, en daar nauwelijks doden bij vallen, maakt al duidelijk dat de vereiste acute noodzaak ontbrak.
Het maakt niet uit, via welke invalshoek de zaak benaderd wordt: telkens blijkt weer dat er vele soorten van oplossingen of daden waren, die Hamas zeer waarschijnlijk had doen besluiten om het bestand te verlengen. En elk serieus werken aan vrede en beëindiging van de schendingen in de Palestijnse gebieden, zou dat zo gehouden hebben.
Dat blijkt echter slecht, omdat Nederlandse en andere westerse politici alle info over Hamas negeren, en een beleid steunen, waarbij niet gepraat wordt. Aldus het resultaat van niet praten.
Het is dus zelfs aan de Nederlandse regering te wijten, en andere Europese landen, dat de zaak nu geëscaleerd is. En tevens aan de Tweede Kamer, die de regering niet tot de orde riep.
Aldus is zeer duidelijk, dat het Israëlische beroep op zelfverdediging faalt, en dat de Israëlische oorlog als totaal in zijn geheel, zonder meer veroordeeld dient te worden.
Maar tevens kan dat makkelijk in een paar woorden aan toehoorders, of aan de internationale politiek duidelijk gemaakt worden, beginnend met de openingszin, dat Israël de raketten op veel manieren kan stoppen, en dus geen enkel recht op gewelddadige zelfverdediging heeft.
Als het kleine Nederland dit in de internationale politiek zou stellen, dan kreeg dat mogelijk veel aandacht in de internationale media, en is bepaald niet uitgesloten, dat dit serieuze debatten over die zaak zou geven, en dat dit tot een ander Europees beleid zou leiden.
Het feit dat de regering dít niet doet, is het grootste verwijt dat de regering in de zaak treft, en waarmee het een zekere medeverantwoordelijkheid krijgt voor alle ellende in Gaza.
En het feit, dat de Tweede Kamer er niet in slaagt de regering hier over ter verantwoording te roepen en te corrigeren, en geen serieuze consequenties daaraan verbind, en geen gebruik maakt van de haar ter beschikking staande middelen, maakt dat ook de Tweede Kamer de Nederlandse kansen laat liggen om werkelijk bij te dragen aan vrede, en aan de beëindiging van de illegale en vreselijke Israëlische praktijken in Gaza.
Met dank voor de aandacht, en met Groet,
Serge van Erkelens,
Mede namens Stop de Bezetting.
(Verstuurd aan alle leden van de
Commissie BuZa, en de vele kritische organisaties rond de Israëlische
kwestie in Nederland.)
