Brief aan Minister-President Balkenende: Gaza, het internationaal recht en het Nederlands beleid
Reageer (0)drs
J.J. Wijenberg
's-Gravenhage
strikt persoonlijk
Mr. Dr. J.P. Balkenende
Minister-President
postbus 20001
2500 EA 's-Gravenhage
onderwerp: Gaza, het internationaal recht en het Nederlands beleid
referte : uw brief d.d. 13 februari 2009 aan mevrouw J. Steijlen te Eerbeek (gemakshalve in cc. bijgevoegd)
cc. Drs. M.J.M. Verhagen, Minister van Buitenlandse Zaken
De Verenigde Wereldburgers voor Internationaal Recht, Mevrouw J. Steijlen
's-Gravenhage, 2 maart 2009
De Verenigde Wereldburgers voor Internationaal Recht waren, via
Mevrouw J. Steijlen, zo vriendelijk mij uw brief in referte ter hand
te stellen. Ik neem de vrijheid u ter overdenking enig commentaar op
de inhoud te geven.
Ten eerste valt op, dat voor het irritante, klassieke
antwoordmodel is gekozen. Met aandacht werd kennis genomen (door u in
dit geval) van de inhoud van de brief en de bijlage. Vervolgens wordt
voor de afzender, in dit geval De Verenigde Wereldburgers voor
Internationaal Recht, het bestaande beleid samengevat. Uwerzijds mag
niet voetstoots worden aangenomen dat deze Wereldburgers uw beleid
niet zouden kennen. Uit de aan u gerichte brief blijkt dat zij
hiervan wel degelijk op de hoogte zijn. Uw brief heeft voorts geen
toevoegende waarde. Het aan de orde gestelde onderwerp wordt namelijk
genegeerd. Vanwege de ernst daarvan is dit verwerpelijk. De
Wereldburgers wilden - en willen - uw aandacht vestigen op
Israëlische misdaden tegen het internationaal recht die door de
Nederlandse regering zo niet voluit gesteund worden, dan toch niet
bestreden, laat staan krachtdadig bestreden.
Alle ministers, dus ook Minister Verhagen en u zelf, hebben de eed
op de Grondwet afgelegd, dus ook op art. 90: De regering bevordert de
internationale rechtsorde. De Middeleeuwse afgrendeling van Gaza
begon onmiddellijk nadat toenmalig premier Ariel Sharon de Gazastrook
in 2004 ontdeed van de onrechtmatig aanwezige Israëlische
kolonisten. Het toen onmiddellijk ingezette straffen van de bevolking
door het collectief afstervingsproces en andere treitermethoden
vormen een zware inbreuk op de internationale rechtsorde. Sterker
nog, een keur van gerenommeerde waarnemers, organisaties en personen
die een naam hebben te verliezen - waaronder de Verenigde Naties,
stelt zich op dit standpunt. Avant de Israëlische misdaden begaan
tijdens de recente pogrom 1
tegen Gaza, meende een niet gering aantal onder hen reeds dat sprake
is van (sluipende) genocide. Door krampachtig en tegen beter weten in
te blijven ontkennen dat van collectief straffen sprake is, geeft
Minister Verhagen er blijk van zich scherp bewust te zijn van de
noodzakelijke politieke gevolgen.
Art. 90 van de Grondwet ten spijt, werkt de Nederlandse regering
actief mee aan de vernietiging van het door de Palestijnse bevolking
democratisch en rechtmatig gekozen Hamas. Deze politieke stroming is
een niet corrupte verzetsbeweging tegen een rücksichtslose,
moorddadige en illegale bezettingsmacht. Weliswaar schendt Hamas in
uiterste wanhoop het internationaal recht. Deze verzetsbeweging mag
echter rechten ontlenen aan de Vierde Geneefse Conventie, zoals het
bezit van wapens om de bezettende macht te bestrijden. Voor de
Palestijnen gelden al deze grondrechten wat de Nederlandse regering
betreft niet. De steun voor de wurgende, alomvattende Israëlische
staatsterreur, vooral gericht tegen uitgehongerde, weerloze,
onschuldige burgers, het onderwijs en de gezondheidszorg, wordt
vanuit de doelstelling Hamas te vernietigen door de minister van
buitenlandse zaken verdedigd. De opeenstapeling van aangevoerde
bewijzen voor het collectief straffen van de bevolking van Gaza past
blijkbaar niet in het regeringsbeleid. Waarom zou dit anders worden
ontkend, met alle gevolgen voor de geloofwaardigheid van dit
regeringsbeleid van dien?
De Wereldburgers zien het terecht als hun burgerplicht om u te
vragen waarom de Nederlandse regering in haar - en in mijn - naam het
internationaal recht vertrapt. Zij hebben recht op een duidelijk
antwoord. Het past u niet om u op die indringende vraag slechts
achter procedurele schijnbewegingen te verbergen. Er zijn maar twee
opties. De eerste is slechts theoretisch: het bewijs wordt geleverd
dat het Israëlische geweld geen collectieve straf inhoudt - een
onmogelijke opgave. De tweede optie is de volmondige erkenning dat
sprake is van collectieve straf, met de daarbij noodzakelijkerwijs
behorende omslag in het Nederlandse beleid. Deze beleidskeuze zou de
geloofwaardigheid van uw regeringsbeleid bepaald ten goede komen.
Het rapport van het Internationale Rode Kruis werd gepubliceerd in november 2007, dus ruim voor de terugname van deonderwerp Gaza, het internationaal recht en het Nederlands beleid macht, althans in Gaza, door Hamas. Zoals bekend, zal het Rode Kruis zich nooit uitspreken over politieke aspecten van een conflict. Het is niet alleen veelzeggend dat de organisatie ditmaal van het staande beleid is afgeweken, maar ook gemeend heeft het rapport de titel te moeten geven: Dignity Denied in the Occupied Palestinian Territories.
Uit uw zeer formalistisch, in feite inhoudloos antwoord leid ik af
dat de strekking en de betekenis van Dignity Denied kennelijk niet
tot u hebben kunnen doordringen. Tegen deze achtergrond en vanwege
het primaat van en het respect voor het internationaal recht en de
Nederlandse Grondwet boven (partij)politieke overwegingen, bied ik u
nog een exemplaar aan. U zult begrijpen dat ik het meer dan van harte
in uw aandacht aanbeveel.
Met vriendelijke groeten,
Jan J. Wijenberg
oud-ambassadeur
Wikipedia: A pogrom is a form of riot directed against a particular group, whether ethnic, religious, or other, and characterized by the killing and destruction of their homes, businesses, and religious centers. The term in English is often used to denote extensive violence against Jews - either spontaneous or premeditated - but it has also been applied to similar incidents against other minority groups.
