Brief van Jan Wijenberg aan mevrouw Halsema, fractievoorzitter Groen Links
Reageer (0)Aan: Mevrouw F. Halsema
Fractievoorzitter GroenLinks
onderwerp Civis Mundi, Midden-Oosten uitgave
cc. Mw M. Peters Mw L.I. Diks
's-Gravenhage, 13 november 2008
Geachte Mevrouw Halsema,
Met belangstelling heb ik het interview met u in de NRC van 12 november jl. gelezen. Graag vraag ik, uitgaande van de veronderstelling dat u juist bent geciteerd, uw aandacht voor een aantal kanttekeningen.
Wij zullen het snel eens zijn over het feit dat Israƫl veel te lankmoedig wordt tegemoet getreden en het beleid van minister Verhagen beschamend is. Vast staat ook, dat Israƫl's voortbestaan gegarandeerd moet worden. Uitgaande van het primaat van het internationaal recht en de relevantie van feiten, vraag ik u het volgende te willen overwegen.
Er is zeker, en zeer terecht, sprake van een ideologische strijd. Deze woedt tussen het internationaal recht en het politiek zionisme, dat er naar streeft om in een geleidelijk proces de Palestijnse samenleving in 'Groot Israƫl' te vernietigen. Dat proces is in volle gang. We kunnen het elke dag in de krant lezen.
Dit politiek zionisme, dat de dominantie van 'de exclusief joodse staat' voorstaat, heeft het kort na de Tweede Wereldoorlog gewonnen van gematigde zionistische stromingen, die een vatbaar en veilig tehuis voor joden alleen voor mogelijk hielden wanneer er in vrede en in een gedeeld land zou worden samengewerkt met de Palestijnse bevolking. De rampspoed die de Palestijnen al decennia lang treft, voedt de terechte woede van een gemeenschap van 1,4 miljard moslims. Deze woede weg te zetten als 'antisemitisme', lijkt mij wel erg kort door de bocht.
In het Verre Oosten vraagt men zich dan ook af waarom de Westerse wereld deze enorme, wereldwijde geloofsgemeenschap als vijand kiest en het minuscule Israƫl als vriend blijft koesteren. Het is de moeite waard om die invalshoek op zijn validiteit te doordenken.
U associeert zich met de gedachte van 'vriendschap met Israƫl'. Daar sta ik ook achter, maar absoluut niet met dit regiem. Het is na het verdwijnen van Saddam Hoessein het overgebleven meest misdadige regiem in het Midden-Oosten.
In die optiek is het al decennia lang nutteloos gebleken dit Israël, met - zoals Albert Einstein en Hannah Arendt al in de vijftiger jaren vaststelden - sterk fascistische trekken, "met zachte hand" te dwingen zich aan internationale afspraken te houden. De inzet van vreedzame, maar effectieve middelen - uitgebreide sancties à la Iran dus - zijn dringend noodzakelijk om dit regiem zich eindelijk te laten voegen bij het beschaafde deel van de wereldgemeenschap.
Met verbijstering heb ik vernomen, dat de GroenLinks Mensenrechten Meetlat minister Verhagen een 7 min heeft gegeven. Degene, die het grootste schandaal van de tweede helft van de twintigste eeuw nog in de eenentwintigste eeuw consequent verdedigt, verdient een 1 min. Zijn zogenaamde inzet voor de mensenrechten heeft niets te maken met zijn geweten, integriteit of fatsoen, maar slechts met zijn bekrompen gevoel voor politieke opportuniteit. De minister schendt in dit dossier bovendien zijn eed op de Grondwet, artikel 90: De regering bevordert de internationale rechtsorde.
Het kwartaalblad Civis Mundi heeft de uitgave van het vierde kwartaal 2008 gewijd aan dit vraagstuk. Ik was gevraagd het eerste artikel te schrijven. Het schetst in enig detail en deugdelijk onderbouwd de essentie van het vraagstuk. Bovendien biedt het een oplossingsrichting voor het bereiken van vrede tussen de Palestijnen en Israƫl waarbij een centrale rol is weggelegd voor de Europese Unie, dus ook voor het Europese Parlement, en voor Nederland. Dit aspect zou mijns inziens in het centrum van het Nederlandse Midden-Oostenbeleid moeten staan.
Ik heb het genoegen u hierbij een exemplaar van deze uitgave van Civis Mundi aan te bieden. Gemakshalve voeg ik er een samenvatting aan toe.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
oud-ambassadeur
