Brief Gretta Duisenberg aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
Reageer (0)Stichting Stop de Bezetting
Jan Wijenberg
persoonlijk
Mevrouw Dr. G. ter Horst
Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties
Postbus 20011
2500 EA 's-Gravenhage
onderwerp parlementaire vertegenwoordiging op grond van de Grondwet, art. 60 en van de afgelegde eed/belofte
referte - brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 19 februari 2008
- antwoord Voorzitter Tweede Kamer d.d. 28 februari 2008
cc. Mevrouw G.A. Verbeet, Voorzitter Tweede Kamer (mb)
's-Gravenhage, 18 augustus 2009
Geachte Mevrouw Ter Horst,
Deze brief schrijf ik mede namens Mevrouw Gretta Duisenberg, de voorzitter van onze Stichting, die momenteel in het buitenland verblijft.
Bijna anderhalf jaar geleden spraken Mevrouw Duisenberg en ik tegenover de Voorzitter van de Tweede Kamer al onze verontrusting uit over de keuze van de stichting als juridische persoon van nieuwe politieke partijen, en vooral de PVV. Wij wezen op de mogelijkheid dat oneigenlijke beïnvloeding niet alleen mogelijk was, maar zich ook aan openbare toetsing onttrok. Stichtingen kennen namelijk geen leden en geen wettelijk vastgelegde financiële verantwoordingsplicht. (Zie de eerste brief in referte, kortheidshalve bijgevoegd.)
Mevrouw Verbeet onderkende onze zorgen en wees op ontwerpwetgeving die de financiƫle stromen naar politieke partijen en hun volksvertegenwoordigers inzichtelijk diende te maken. Deze ontwerpen zouden nog in 2008 voor onderzoek in de Tweede Kamer aan de orde komen, aldus de voorzitter. (Zie de tweede brief in referte.)
Inmiddels hebben zich twee relevante ontwikkelingen voorgedaan.
Ten eerste, in de media werd gerapporteerd dat de heer Wilders en de PVV financiƫle ondersteuning ontvangen van extreem rechtse Israƫlische organisaties en extreem rechtse Amerikaans/joodse entiteiten. Deze mededelingen worden door de PVV eerder bevestigd dan ontkend.
De heer Wilders heeft het goede recht om zielsverwanten in andere landen te identificeren en relaties mee te onderhouden.
De vraag die zich nu concreet presenteert, en eenduidig beantwoord dient te worden, is evenwel of de financiƫle steun uit gemelde niet-Nederlandse bronnen de grondwettelijke legitimiteit van de PVV en haar volksvertegenwoordigers aantasten, zo niet hen deze status ontnemen. Zelfs de meest oppervlakkige krantenlezer weet nu dat het Israƫlische regiem, tenminste de politieke partijen Likoed, Kadima en Shas, alsmede extreem rechtse Israƫlische en joodse organisaties elders, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem permanent bij Israƫl willen voegen. In dat proces wordt dagelijks en op grote schaal het internationaal recht geschonden. Het Israƫlische regiem kan deze doelstellingen niet realiseren zonder de voortgezette, vrijwel onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten en de Europese Unie. In de EU vormt Nederland traditioneel een belangrijke medestander van dit bewind. Het is het Israƫlische leiderschap veel aan gelegen om Nederland in die positie te behouden. Daarom doet de vraag zich voor of de financiƫle middelen uit Israƫl in feite begrotingsgelden van de staat Israƫl zijn die om genoemde politieke redenen worden verstrekt en aan het oog worden onttrokken door deze via particuliere Israƫlische instanties naar de PVV door te geleiden.
De PVV en haar volksvertegenwoordigers laden de verdenking op zich dat zij voor de ontvangen gelden tegenprestaties moeten leveren (zie de Grondwet, art 60 en de tekst van hun eed/belofte). Het is niet voldoende dat men zegt geen tegenprestaties te hebben beloofd, dat moet ook bewezen worden. Slechts het radicaal afwijzen van directe en indirecte financiƫle ondersteuning uit het buitenland is voldoende bewijs.
De stichtingsvorm van de partij stelt de heer Wilders in staat om geen openheid te betrachten en geen verantwoording af te leggen. Daarmee ligt de grondwettelijke eis dat volksvertegenwoordigers optreden conform art. 60 van de Grondwet en de inhoud en strekking van de afgelegde eed/belofte ten aanzien van de PVV op tafel.
Ten tweede, blijkens berichten in de media bent u voornemens om aan politieke partijen die geen leden kennen en de stichting als juridische vorm hebben gekozen toch de gebruikelijke subsidie toe te kennen. Gegeven de bovengememoreerde omstandigheden en ontwikkelingen is dit een hoogst verontrustend bericht.
Mevrouw Duisenberg en ik verzoeken u aan dit - aan u toegeschreven - besluit geen uitvoering te geven.
Met belangstelling zien wij uw reactie tegemoet.
Mede namens Mevrouw Gretta Duisenberg,
hoogachtend,
Jan Wijenberg
bestuurslid
