Tendentieuze berichtgeving Nederlandse teletekst-media tav het Midden-Oostenconflict
Reageer (2)door Astrid Essed
Er zijn weinig conflicten in de wereld, die zulke hoogoplopende emoties oproepen, als het Midden-Oostenconflict. Hierbij wordt zowel gebruik gemaakt van demagogie, als het geven van een overtrokken voorstelling van plaatsgevonden gebeurtenissen. Zo wordt door bepaalde Israëlische en Westerse pro-Israëlkringen met enige regelmaat, zowel impliciet als expliciet, iedere kritiek op het politiek-militaire Israëlische optreden, grofweg gelijkgesteld met antisemitisme.
Niet alleen wordt geen enkel onderscheid gemaakt tussen kritiek op de politiek van Israël als Staat en hiervan doorgaans losstaande racistische opvattingen ten aanzien van Joden, bovendien wordt het feit genegeerd, dat een steeds groeiender aantal mensen uit de Joodse gemeenschappen zeer kritisch staan tav Israël.
Het is evident, dat in dergelijke kringen wordt ontkend of gebagatelliseerd, dat er überhaupt sprake zou zijn van een bezetting. Waar de bezetting wel genoemd wordt, wordt de ''blaming the victim'' theorie van stal gehaald [volgens de drogredenatie ''wanneer er geen terreur zou zijn, was er ook geen bezetting]. Hierdoor wordt iedere serieuze discussie over het karakter van deze bezetting, bij voorbaat, getorpedeerd.
Het zal na bovenstaande geen verbazing wekken, dat in dergelijke pro-Israëlkringen [al dan niet politiek of ''religieus'' geïnspireerd], enige reflectie tav de legitimiteit van de stichting van de Staat Israël, dd 1947, bij AV VN Resolutie 181, niet aan de orde is [1]. Al evenzeer wordt, zij het in gradaties, ontkend, dat er in en voorafgaande aan de oorlog van 1948, sprake is geweest van de verdrijving, door Israëlische troepen en milities, van 750.000 Palestijnen. Al te vaak wordt in dit verband de mythe gehanteerd, als zou een groot deel van de Palestijnen ''vrijwillig'' zijn vertrokken.
Uiteraard maken niet alleen de pro-Israëlkringen zich schuldig aan
demagogie en gebrek aan rationaliteit. Ook in sommige pro-Palestijnse
kringen is hiervan sprake. Met name doel ik in dit verband op de
berichtgeving in een deel van de Arabische media, de uitstekende
kranten, zoals The Jordan Times, Al Ahram Weekly en anderen, alsmede de
deskundige berichtgeving van Al Jazeerah, uiteraard niet te na
gesproken. Zo is er in het verleden gerefereerd aan Israëlische
soldaten, die Palestijnse kinderen zouden hebben ''opgegeten''.
Eveneens wordt in
dergelijke kringen met geen woord gerept over de aan Palestijns-Arabische kant gepleegde
oorlogsmisdaden, zoals bijvoorbeeld in de oorlog van 1948 [2].Verder is eveneens
opvallend
de in sommige Arabische nieuwsmedia gebezigde expliciete of impliciete
antisemitische uitlatingen, waarbij een negatieve associatie wordt
gemaakt tussen het Israëlische politiek-militaire optreden en Joden in
het algemeen. Voor een afgewogen oordeel cq standpuntinname is het
echter van belang, een zo rationeel mogelijke blik op de feiten te
werpen en deze te interpreteren volgens de door het Internationaal
Recht gehanteerde standaarden.
Berichtgeving:
Zoals reeds uit bovenstaande moge blijken, speelt een belangrijke
rol bij de standpuntinname rond het Midden-Oostenconflict, naast de
gangbare zowel aan zionistische als pro-Palestijnse zijde, aanwezige
literatuur, de dagelijkse nieuwsberichtgeving, zowel op de radio, TV,
kranten en teletekstmedia. In dat kader heb ik in de periode van
2002-eerste helft 2007, de berichtgeving van de Nederlandse
nieuwsmedia, middels geregelde commentaren naar de diverse redacties,
nader geanalyseerd. Bijzondere aandacht ging, naast de landelijke media,
uit
naar de RTL en NOS teletekstberichtgeving. Eveneens heb ik deze
globaal, tegen het licht van de VRT teletekstberichtgeving gehouden.
Bij berichtgeving is de gebruikte woordkeuze en de formulering van gebeurtenissen van groot belang.Eveneens kan incomplete berichtgeving, een ander licht op de zaak werpen. Dit kan variëren van het weglaten van bepaalde bij het nieuwsbericht behorende feiten tot het niet-vermelden van internationaal-rechtelijke standaarden en rechtsregels. Mede aan de hand van de berichtgeving over de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied wordt dit laatste nader toegelicht.
Na een algemene beoordeling gegeven te hebben over de de NOS en RTL-berichtgeving, volgt een inhoudelijke analyse, o.a. aan de hand van zinsneden, woordkeuzes en of het niet-vermelden van belangrijke internationaal-rechtelijke aspecten van het conflict.Tenslotte worden er een aantal regelmatig aan te treffen ''one-liners'' vermeld, met nadere toelichting.
Astrid Essed NOS en teletekstberichtgeving
In het algemeen is de NOS teletekstberichtgeving zeer tendentieus in haar berichtgeving en volgt er feitelijk vrijwel alleen kritiek op Israël wanneer de VS deze ook heeft, hetgeen zelden het geval is. RTL is vaak genuanceerder en eveneens gevoelig voor kritische reacties van buitenaf. Naast de NOS en RTL berichtgeving steekt de vrij regelmatig door mij gewatchte VRT teletekstberichtgeving, redelijk gunstig af, al is deze zeker voor verbetering vatbaar. Een VRT analyse blijft hier echter verder buiten beschouwing Wel mag op het positieve conto van de VRT geschoven worden, dat zij consequent melding maakt van het internationaal-rechtelijk illegale karakter van de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Ook valt het op, dat de VRT teletekstredactie met enige regelmaat aandacht schenkt aan rapportages van mensenrechtenorganisaties over het Midden-Oostenconflict, hetgeen zelden of nooit door de NOS of RTL wordt vermeld.
1 Nadere analyse NOS en RTL berichtgeving
A Het ontbreken van iedere verwijzing naar de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden
Bij
de nieuwsberichtgeving tav het Israëlisch-Palestijnse conflict
frappeert het feit, dat iedere verwijzing naar de Israëlische
bezetting, in de regel ontbreekt, waardoor het door de media beschreven
''Palestijnse geweld'' vaak als irrationeel kan overkomen.
Aangezien bovendien zelden Israëlische legeracties worden gekarakteriseerd als
mensenrechtenschendingen
of oorlogsmisdaden [door bijvoorbeeld een verwijzing naar een Amnesty
of Human Rights Watch commentaar], is ieder verband tussen oorzaak en
gevolg, tav met name Palestijnse zelfmoordacties, in belangrijke mate
zoek. Dit versterkt het beeld van het zogenaamde irrationele en
gewelddadige karakter van Palestijnen in het algemeen en hun
organisaties in het bijzonder.
B Eenzijdige verwijzing naar de oorzaak van toegepast geweld
''De Israëlische militaire actie was een reactie op.......''.
Opvallend is de in de media voorkomende eenzijdige verwijzing naar de
oorzaken van toegepast geweld. Zo is er vaak sprake van het
bovengenoemde zinnetje, waarbij er gewezen wordt naar de aanleiding
voor het Israëlische legeroptreden, bijvoorbeeld een Palestijnse
zelfmoordaanslag. Echter,een dergelijke verwijzing wordt zelden of
nooit toegepast bij het gepleegde Palestijnse geweld.Een goed voorbeeld
is de beschietingen van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns
gebied. In de nieuwsberichtgeving hierover wordt er zelden of nooit
gerefereerd aan het feit, dat de diepere oorzaken niet alleen gelegen
zijn in het internationaal-rechtelijk illegale karakter van deze
nederzettingen, maar eveneens in de wijze waarop deze
nederzettingenbouw tot stand is gekomen, namelijk door Palestijnse
huis- en landonteigeningen. Door dat laatste aspect vindt vaak een
dergelijke aanval plaats door
voormalige landeigenaren en hun familieleden of vrienden.
C Nederzettingen, in strijd met het internationaal recht
Zelden wordt sowieso vermeld, dat deze nederzettingen in strijd zijn met het internationale recht. Uitdrukkelijk dient gezegd te worden, dat de Belgische VRT berichtgeving, vrijwel altijd refereert aan dit illegale karakter van de nederzettingen.
D Na een periode van relatieve rust, is het geweld opnieuw geëscaleerd
Vaak
wordt op dergelijke wijze de nieuwsberichtgeving tav opgelaaide
vijandelijkheden over en weer aangeduid. Voor ''relatieve rust'' staat
echter vrijwel altijd het feit, dat er geen sprake is geweest van
''Palestijns geweld'', waarbij in de eerste plaats door de media wordt
gedacht aan zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers. Bij ''Palestijns
geweld'' kan echter ook gedacht worden aan militaire aanvallen op het
Israëlische leger. Het tendentieuze van de associatie van ''relatieve
rust'' met de afwezigheid van Palestijns geweld bestaat hieruit, dat de
continuering
van het Israëlische geweld, waaraan veelal inherent oorlogsmisdaden en
mensenrechtenschendingen, buiten beschouwing blijft.
Het gevolg is
dus ook, dat dit Israëlische geweld in een dergelijke ''rust''-periode,
niet of nauwelijks enige aandacht krijgt. Verder is de formulering
''relatief'' tendentieus, aangezien er impliciet wordt gesuggereerd,
dat aan Palestijnen aangedaan geweld van secundair belang zou zijn.
E Aanslagen op Israëlische legerposten en militairen
Ook dit is een tendentieuze terminologie, aangezien er wordt gesuggereerd [door het gebruik van het woord "aanslagen''] dat hier sprake zou zijn van terrorisme. De crux van de definitie van terrorisme is immers het plegen van aanslagen op burgers en burgerdoelen [met een politiek motief, erop gericht de betreffende Overheid te bewegen tot een beleidswijziging].Het plegen van militaire aanvallen op het leger van een bezettende macht is echter internationaal-rechtelijk gelegitimeerd.
F Onschuldige burgers
Bij het refereren aan zelfmoordacties werd en wordt vaak de term
''onschuldige burgers'' gebruikt. Natuurlijk zijn de betreffende
Israëlische burgers dat, maar opvallend is, dat een dergelijke
terminologie doorgaans afwezig is wanneer het Palestijnse
burgerslachtoffers
betreft. Impliciet wordt hiermee de indruk gewekt, dat Israëlische burgerslachtoffers
anders en zwaarder worden gewogen dan Palestijnse.
G ''Israëlische legeracties''
Deze aanduiding wordt
gebruikt zonder enige nadere toelichting, waarmee impliciet en soms
expliciet wordt gesuggereerd, dat dergelijke acties legitiem zouden
zijn. In de eerste plaats zijn dergelijke acties
internationaal-rechtelijk gezien reeds strijdig, vanwege de aard
[willekeurig uitgevoerde bombardementen op vluchtelingenkampen,
willekeurige beschietingen van woonwijken of huisvernietigingen]. In de
tweede plaats komen bij
dergelijke acties, juist door het fundamenteel strijdige ervan - veelal een aantal burgers,
vaak ook kinderen - om het leven, nog los van de gerichte militaire beschietingen door sluipschutters.
Bij een dergelijke berichtgeving dient duidelijk te worden
aangegeven, dat dergelijke acties, althans in de meeste gevallen, in
strijd zijn met het Internationaal Recht, door bijvoorbeeld te
refereren aan de commentaren van Amnesty of Human Rights Watch of een
referentie aan de Geneefse Conventies. Ook wordt er in verband met de
Israëlische legeracties, vaak niet
meegedeeld, dat er sprake is van een buitenproportionele militaire actie, waarbij, onder
dekking
van helikopters of gevechtsvliegtuigen, met een groot aantal tanks en
pantserwagens, vergezeld door bulldozers [in verband met de te
vernietigen huizen] een dichtbevolkt woongebied wordt binnen getrokken.
Niet
alleen is dit buitengewoon intimiderend, eveneens wordt hiermee het
door Amerikaans/Israëlische bronnen [-en ondersteund door de
Nederlandse berichtgeving -] vermelde "gevarenrisico" voor de
Israëlische militairen, in alle opzichten ontkracht.
H Verschil in aandacht voor Israëlische cq Palestijnse burgerslachtoffers
Opvallend
in de krantennieuwsberichtgeving is het feit, dat in de afgelopen
periode, doorgaans Palestijnse zelfmoordacties voorpaginanieuws geweest
zijn, met alle gruwelijke fotodetails, terwijl in diezelfde
krantenuitgave [destijds in het gratis dagblad Spits] op bijvoorbeeld
pagina zes, een kort bericht stond vermeld van een Israëlische
legeractie, waarbij zes Palestijnse burgers werden gedood.
Klein
berichtje, zonder foto's. Niet toegelicht behoeft te worden het
opmerkelijk verschil in aandacht, dat aan de respectievelijke
burgerslachtoffers wordt besteed. Impliciet wordt hiermee de boodschap
uitgezonden, dat Israëlische burgerlevens belangrijker zouden zijn dan
Palestijnse. I Eenzijdige bronvermelding. In vele gevallen gaat men
grotendeels uit van Israëlische bronnen en ontbreekt iedere verwijzing
naar Palestijnse bronnen. Een en ander is niet alleen dubieus,
aangezien Israël partij is in het conflict, maar eveneens een schending
van
het journalistieke principe van hoor en wederhoor.
Het argument, dat het vanwege de controle door het Israëlische leger
vaak moeilijk is, informatie van Palestijnse kant te krijgen, gaat maar
zeer gedeeltelijk op. Er is de aanwezigheid van Palestijnse
persbureaus, de doorgaans betrouwbare berichtgeving van Al Jazeerah en
het feit dat informatie eveneens te verkrijgen is via Amira Hass, de
enige Israëlische journaliste, die woonachtig is in bezet Palestijns
gebied. Eveneens is de Israëlische aan de Ha'aretz verbonden journalist
Gideon Levy een zeer betrouwbare informatiebron.
Mocht het natrekken
echter toch niet mogelijk zijn, dan dient in ieder geval niet
voetstoots uitgegaan te worden van de Israëlische bronnen [die vaak
regerings- en legerbronnen zijn] en zich hetzij op de internationale
doorgaans redelijk betrouwbare zeer betrouwbare persbureaus als Reuters
of AFP te baseren [Al Jazeerah en het Palestijnse persbureau werden
reeds genoemd], of zelf een nader onderzoek in te stellen.
2 media-zinsneden [oneliners] en commentaar
Bovenstaande analyse wordt toegelicht met enkele mediazinsneden, gevolgd door commentaar mijnerzijds:
A ''Na een periode van relatieve rust laait het geweld aan beide kanten opnieuw op''
Commentaar: Na een periode, waarin sprake is geweest van een continuering van Israëlische
oorlogsmisdaden in bezet gebied, is er een intensivering van de Israëlisch-Palestijnse strijd.
B ''Aanslagen op Israëlische militairen door Palestijnse 'militanten’ ''
Commentaar: ''Het zijn internationaal-rechtelijk gelegitimeerde militaire aanvallen op
het leger van de bezettende macht door Palestijnse militaire verzetsorganisaties.''
C ''Israëlische woongemeenschappen''
Commentaar: Nederzettingen in bezet Palestijns gebied, die in strijd
zijn met het internationale recht. Gezegd dient nogmaals, dat met name
de Belgische teletekstmedia altijd
refereren aan de illegaliteit van de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied.
D ''Hamas is gericht op de vernietiging van de Staat Israël''
Commentaar:
Hamas is gericht op de ontmanteling van de Israëlische zionistische
Staatsstructuur en de beëindiging van de Israëlische bezetting van de
Palestijnse gebieden.
E ''De radicale Hamas-houding''
Commentaar: Het Hamas-standpunt, dat zich baseert op de werkelijke principes van het
internationale
recht, tenminste betreffende de op VN Veiligheidsraadsresolutie 242 dd
1967 gebaseerde juridisch bindende oproep aan Israël, zich terug te
trekken uit de in de juni-oorlog dd 1967 veroverde gebieden, waaronder
de Palestijnse [de Westelijke Jordaanoever, het Gaza-gebied en
Oost-Jeruzalem].
F ''De meer ''gematigde'' Fatah-houding''
Commentaar: Onder gematigd wordt dan veelal verstaan het op een akkoordje gooien met de
Israëlische
bezetter, waarbij het principiële uitgangspunt tot terugtrekking uit de
bezette gebieden en ontmanteling van de nederzettingen, evenals de
terugkeer van vluchtelingen, niet meer wordt gehandhaafd.
De
overigens niet al te vette kluif van bezetter Israël en leenheer de VS,
het toewijzen van enkele Palestijnse gebieden in ruil voor een
blijvende bezetting van de rest en de instandhouding van de grote
West-Bank-nederzettingen, wordt geaccepteerd. Over terugkeer
Palestijnse vluchtelingen wordt dan in het geheel niet meer gesproken.
G
''Onschuldige Israëlische burgers [slachtoffers Palestijnse
zelfmoordaanslagen]'' en ''ten gevolge van Israëlische militaire acties
omgekomen Palestijnen''
Commentaar: Het verschil in benadering tussen burgerslachtoffers behoeft geen toelichting
en is reeds uitgebreid in de analyse aan de orde gesteld
H ''Israëlische luchtaanval op een Hamasleider; Israëlische executie van een Hamasleider''
Commentaar: Volgens Israëlische bronnen was betrokkene verantwoordelijk voor tientallen
zelfmoordaanslagen. Het feit, dat hij door een tot de conflictpartij behorende bron, zonder
enig
juridisch bewijs, wordt beschuldigd van een dergelijke
verantwoordelijkheid, getuigt van gebrek aan objectieve berichtgeving.
Bovendien wordt het gebruikt als bagatellisering van het feit, dat een
buitengerechtelijke executie internationaal-rechtelijk illegaal is.
Ieder mens heeft recht op een proces.
I ''Bij de luchtaanval op een Hamasleider kwamen eveneens enkele voorbijgangers om het leven''
Commentaar: Bij de buitengerechtelijke executie van de Hamasleider, waarbij burgers om
het
leven komen, is er eveneens sprake van oorlogsmisdaden, aangezien een
uitgevoerde luchtaanval - waarbij van te voren kan worden ingeschat dat
de waarschijnlijkheid van burgerslachtoffers groot is [in een straat,
marktplein, op een dichtbevolkte woonwijk, vluchtelingenkamp etc] - het
karakter krijgt van oorlogsmisdaden wanneer er daadwerkelijk
burgerslachtoffers vallen.
J ''Hamas schendt bestand''
Commentaar: Israël schendt bij
voortduring en vanaf de aanvang het tussen haar en Hamas afgekondigde
bestand, waarop een reactie van Hamas volgt.
K ''Concessie Sharon aan Palestijnen wegens de ontmanteling Gazaanse nederzettingen''
Commentaar: Naleving door Sharon [een van de eerste keren in zijn lange militaire en
bestuurlijke
loopbaan] van een deel van het internationaal recht, namelijk de
ontmanteling van de nederzettingen in een deel van bezet Palestijns
gebied[namelijk Gaza].
L ''Israël ontmantelt illegale nederzettingen in deWestelijke Jordaanoever''
Commentaar: Israël ontmantelt een deel van de illegale nederzettingen in de Westelijke
Jordaanoever,
namelijk de zonder Israëlische overheidstoestemming gestichte
''stacaravan'' nederzettingen. ALLE nederzettingen zijn immers illegaal
en het onderscheid tussen ''legale'' en ''illegale'' nederzettingen
wordt slechts door de Israëlische regering, als enige in de wereld,
erkend.
M ''Volgens bronnen vanuit de Israëlische regering''
Commentaar: In vele gevallen ontbreekt enige vermelding van Palestijnse bronnen. Een en
ander
is niet alleen dubieus, aangezien Israël partij is in het conflict,
maar eveneens een schending van het journalistieke principe van hoor en
wederhoor.
Epiloog:
Dit alles lezend, zou bij de lezer een somber en uitzichtloos gevoel
kunnen ontstaan. Gelukkig echter zijn er eveneens een aantal
belangrijke gunstige signalen te bespeuren, en wel uit onverdachte hoek
[NOS-berichtgeving]. Zo heeft de NOS teletekstredactie, enkele jaren
geleden een bericht heeft geplaatst waarbij melding werd gemaakt van de
Israëlische 15 mei viering [Stichting van de Staat Israël.] Het bericht
werd afgesloten met de mededeling, dat er voor de Palestijnen niets te
vieren is, aangezien zij die dag de Nakba - de catastrofe - herdenken,
die refereert aan het verdrijven van huis en haard van meer dan 750.000
Palestijnen.
Dit bericht had een positief vervolg op 22 mei dit jaar, toen, ditmaal
de NOS nieuwslezer, het volgende zei: ''Na de stichting van Israël in
1948 zijn de Palestijnen massaal verdreven.....".
Helaas is het,
betreffende een meer objectieve berichtgeving, wat de NOS betreft,
daarbij gebleven en kunnen er nog dagelijks voorbeelden te over gegeven
worden van haar tendentieuze berichtgeving. Toch beschouw ik het als
een stap in de goede richting.
Ik wil tenslotte eindigen met een
compliment voor de Metro-redactie, die enige tijd geleden,
voorpaginagroot, een foto en bericht heeft geplaatst van een door het
Israëlische leger verrichte buitengerechtelijke executie van een Hamas
of Jihad-leider of activist, waarbij, schokkend en duidelijk, de met
kogels doorzeefde auto te zien was. Aan dit baanbrekende voorbeeld [3]
is te zien, dat er langzaam, maar zeker, een kentering zal komen in de
decennia van onverbloemd pro-Israël berichtgeving. Bovenstaand artikel
geeft echter aan, dat er nog een lange weg is te gaan.
(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)
Voetnoten:
[1] Ik refereer hier aan de door een VN
meerderheid [voornamelijk bestaande uit toenmalige koloniale
mogendheden] aangenomen VN resolutie 181, waarbij, zonder enige
ruggespraak met de aspiraties van de autochtone Palestijnse bevolking,
het toenmalige Britse Mandaatgebied Palestina werd verdeeld in een
Joods en een Arabisch deel. Voor de Britse Mandaatperiode [die in 1922
officieel van kracht ging] was Palestina een Turks-Ottomaanse kolonie.
Bij een ''gangbaar'' dekolonisatieproces, zouden, zonder tussenkomst
van het zionisme, de politieke en bestuurlijke macht overgegaan zijn op
de autochtone Palestijnse
bevolking. Terecht wordt dan ook de delingsbeslissing veelal een ''koloniale'' beslissing genoemd.
[2] Op 13 april 1948, 4 dagen na de massaslachting te DeirYassin,
werd een konvooi van 10 voertuigen, met voornamelijk Joodse artsen,
verpleegsters en leraren op weg naar het Haddasah ziekenhuis,
aangevallen door Arabische strijders, met als triest resultaat de dood
van 77 mensen.
[3] Het gebeurt maar zelden, dat er uberhaupt
foto's worden getoond van een Israëlische liquidatieactie en wel
helemaal niet voorpaginagroot.
Bron
